Partij Vrij Almelo
Dicht bij de burger
Het ingenieurssocialisme uit de jaren zeventig

 

IMG_0707

Vlak na WOII, toen er een groot tekort aan woningen was en noodwoningen gebouwd werden begon het al. Dat waren slecht- en snelgebouwde huizen en allemaal hetzelfde van binnen en van buiten.

 

In de jaren zeventig namen de betonrestaurateurs vanwege stadsvernieuwing de nog overgebleven oude monumenten stevig onder handen. Het staat er al jaren, dus het is tijd voor groot onderhoud. Zo werkten de Nederlandse volkshuisvesters vroeger en zo werken ze nog steeds en daar veranderd liberalisering niets aan.

De stadsvernieuwing werd in die tijd gezien als een laatste oprisping van het spreekwoordelijke “ingenieurssocialisme”. Maakbaarheidsgeloof, daadkracht, technisch kunnen en organisatietalent balden zich samen in één groot en meeslepend project. Dat project werd met kracht opgepakt onder het kabinet Den Uyl, dat maar liefst drie volkshuisvestende  bewindslieden telde.

Stadvernieuwing groeide uit tot een Nederlands paradepaardje. Grote en middelgrote steden, provincieplaatsen, overal gingen oude kernen en negentiende-eeuwse en zelfs middeleeuwse schillen grondig in revisie. Jarenlang werd er gepland, gesaneerd, ontworpen, ingesproken, gesubsidieerd, gebouwd, toegewezen. Negentien eeuwse straten met hun “revolutiebouw”, verfoeid door traditionele stadsdelen werden grotendeels afgebroken, twintig-eeuwse wijken ingrijpend gerenoveerd.

 

18732

De Twentsche Stoom-Beierschbier brouwerij

 

Het ingenieurssocialisme uit de jaren zeventig bracht een eigen stijl en esthetiek voort van kleinschalige, bakstenen eenvoud met goede plattegronden en van “herbergzaamheid”, met kleine energiezuinige ramen. “Bouwen voor de buurt” als een rooms-rode eredienst voor goudeerlijke gewoonheid en nette armoede.

Voor de aanleg ervan werden in heel Nederland stadspoorten afgebroken, singels, grachten en kanalen gedempt, straten verbreed en doorbraken van het stedelijk weefsel geforceerd. Het vermorste stadschoon keerde uiteraard nergens terug.

 COEN1304

Sinds de jaren ’50 is de lange as van de Gravenallee doorsneden door de van Rechteren Limpurgsingel

 

Waar indertijd gejuicht werd over zo veel bestuurlijke daadkracht, overheerst nu onvrede. Over de architectonische en bouwkundig ondermaatse buurtjes die toen alom zijn neergezet en er na 25 jaar alweer naargeestig bij staan, uitgewoond en gedateerd. Maar vooral ook over de geringe sociale kwaliteit die in stadsvernieuwingsgebieden bleken te zijn gerealiseerd.

Dat was de zwakte van het ingenieurssocialisme: dat het zo weinig kaas had gegeten van de gevolgen voor het sociaal en economisch leven van kaalslag en nieuwbouw, van gedwongen verhuizingen en veranderingen in bevolkingssamenstelling.

Gelukkig komt er nu een herkansing aan. Want al die treurige stadsvernieuwingsbuurten komen nu opnieuw aan bod, net als de kwaliteitsarme nieuwbouw uit de jaren vijftig en zestig die voorbije jaren al onder handen zijn genomen. In deze nieuwe ronde kan het weer misgaan, maar de kans daarop is nu kleiner. De afbraak van prachtige culturele gebouwen door stadsvernieuwing kwam eigenlijk te vroeg. Men kon het gewoon nog niet. Nu hopelijk wel………………

De Partij Vrij Almelo schreef het enkele jaren geleden al: projectontwikkelaars en grootgrond- en vastgoedbezitters maakten in Almelo jarenlang de  dienst uit. Daarom kon het ooit zo mooie historische centrum van Almelo ook zo ‘fraai’ worden omgetoverd in een ijskoude opstapeling van betonnen dozen, dit mede onder aanvoering van de vroegere wethouder Cor de Vogel, die ook wel “Cor de Shovel” of  “Cor de bouwpastoor” genoemd werd. De beste man woont tegenwoordig in Amerika. Misschien dat we nu iets kunnen leren uit het verleden?

 

ALM002003098

Wethouder Cor de Vogel (vierde van links)

 

Almelo is (was) een behoorlijk mooie stad. Alleen ziet niet iedereen het. Veel Nederlandse steden zijn mooi, maar als je vraagt wat mooie steden zijn, komt men al snel met Rome en Parijs. Hoe zou dat nou komen. Te hoog van de toren geblazen zeker……hoogmoed komt voor de val etc……

Veel Nederlandse steden zijn verminkt. Neem deze voorbeelden eens, beide in de binnenstad van Almelo. Mooie oude woningen,volledig opgeruimd door overijverige wethouders en projectontwikkelaars. Helaas moeten we daarmee leren leven.

 

foto034

De Oude Markt met links  “van ouds de prins”

 

Mooie gevels die nog zijn overgebleven worden afgewisseld door minder mooie gebouwen. Ik vind het een vorm van vervuiling. Helaas wordt ons deze vervuiling  frequent door de str*t geduwd. Krankzinnig dure architecturale projecten zoals een Fortezza die alleen maar een bepaalde klasse zou aantrekken. Men raakt in vervoering bij het aanschouwen van zo’n monsterlijk ding. Nou, mij doet het niets.

Almelo zou er goed aan doen niet te streven naar zulke imposante gebouwen en wolkenkrabbers. Ik vindt dat iets kinderlijks hebben:  julie hebben dat dus, wij moeten dat ook. Ben ik de enige die niet onder de indruk is als hij plaatjes van New York of Shanghai ziet?  Ik denk het niet!

 

20Almelo

Geen meerwaarde voormalig plan Fortezza

 

Sommigen willen in Almelo graag het Manhattan aan de Aa zien. Waarom? Welke meerwaarde ligt daar in besloten? En waarom wonen die lui die er zo lyrisch over doen vrijwel allemaal buiten de stad?

En waarom mogen de inwoners niet zeggen dat zij iets foeielijk vinden? De verrommeling van Almelo gaat maar door: een binnenstadsplan met lelijke kubusachtige constructies. Een bouw die niet passend is aan onze stad, het is koud, sfeerloos en veel te weinig groen. Miljoenen worden gestopt in deze plannenmakerij. Het komt immers niet uit de zak van onze politici die zich weinig gelegen laten liggen aan de kosten van hun megalomane plannen. De burger betaalt. Down to eart zou ik zeggen, zorg er voor dat de buurten in onze stad aantrekkelijker worden, zodat de mensen er graag willen wonen en niet wegtrekken naar “nieuwe gebieden”.

Veel ravage is al aangericht in Almelo, omdat iedere wethouder zonodig zijn eigen project moet/moest hebben met hoogmoed bouwwerken in eigen stijl of iets wat daarvoor door moet gaan. Het moet stoppen, hoe dan ook. Het is beter ons (ja ons) geld te investeren in zaken waar we zelf wat aan hebben (renoveren van het bestaande, kleur brengen in de eenheidsworst van de nieuwbouw), welke wethouder durft?

Maar ja, het grote bouwen dient een aantal met elkaar verbonden doelen, geld verdienen door projectontwikkelaars en de vereeuwiging van de verantwoordelijke wethouder, we schieten er niets mee op.

Harry de Olde

 

http://www.toenwasalmelonogmooi.nl

Reactie:

Meneer de Olde, heel juist gezegd. Om te laten zien wat er zoal in Almelo allemaal verdwenen is heb ik de website “toen was almelo nog mooi” gemaakt. Foto’s van rond het jaar 1900, voor WO2, na WO2 en de jaren 60-70-80. Niet alles is verdwenen door “vernieuwende” wethouders hoor, ook diverse panden zijn helaas door brand en oorlog verwoest. Alleen jammer dat die niet opnieuw zijn opgebouwd. bijvoorbeeld bovenstaande hotel “van ouds de prins” dat al dateert van voor het jaar 1900. Maar wel vele mooie herenhuizen zijn in opdracht van de gemeente verloren gegaan, o.a. de Nederlandse Bank aan de Wierdensestraat 27 waar ooit de grootste bankoverval van Nederland heeft plaatsgevonden. Maar Almelo heeft ook wel vele straten gehad waar het wel tijd werd om te vernieuwen omdat de woningen aldaar gewoon niet meer aan de huidige wooneisen voldeden. Neem eens een uurtje de tijd en duik nog eens in het verleden van Almelo,

Groeten, Twan M.

 

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op GeenRedactie Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter

Leave a Reply