Partij Vrij Almelo
Dicht bij de burger
Beantwoording raadsvragen PVA-fractie over Tranche 2a en 2b XL Businesspark Twente

 

pva_1466085a

 

Raadsfractie PVA t.a.v. de heer H. de Olde (fractievoorzitter) Postbus 5100 7600 GC ALMELO

 

Geachte fractie,

Wij hebben de raad met een raadsbrief op 23 februari 2016 geïnformeerd over ons besluit omtrent de vaststelling van het ‘uitwerkings- en wijzigingsplan RBT Tranche 2a en 2b’. Over dit plan heeft u schriftelijke vragen gesteld bij brief vaan 22 maart 2016. Middels deze brief beantwoorden wij uw vragen. Voor de volledigheid worden uw vragen eerst herhaald.

 

Vraag 1:

In 2006 is het bestemmingsplan vastgelegd door de raad. Waarom is er weer een wijzigingsplan?

Antwoord:

In 2006 is het bestemmingsplan Regionaal Bedrijventerrein Twente (RBT) vastgesteld door de raad. Dit omvat het gehele bedrijventerrein. De bedrijfsbestemmingen in dit plan zijn echter allemaal voorzien van een uitwerkingsplicht. Dit houdt in dat de bouwkavels pas een bouwtitel hebben op het moment dat deze bestemmingen zijn uitgewerkt door de vaststelling van een uitwerkingsplan. Zoals in de raadsbrief is opgenomen, worden de bestemmingen gefaseerd uitgewerkt middels tranches. De vaststelling van het ‘uitwerkings- en wijzigingsplan RBT Tranche 2a en 2b’ voorziet in eerste instantie in het uitwerken van de bestemmingen, zodat een directe bouwtitel ontstaat voor de bedrijfskavels. Hierdoor is de weg vrij gemaakt voor bedrijven om een omgevingsvergunning aan te vragen voor de bouw van hun bedrijfsgebouwen. In tweede instantie voorziet het plan in een wijziging van de bestemmingen. De percelen met de beperking dat alleen milieucategorie 5 bedrijven zijn toegestaan op bepaalde gronden is verwijderd, door ook bedrijven in de milieucategorie 3 en 4 toe te staan. Het uitwerken en het wijzigen van de bestemmingen is in overeenstemming met de uitwerkings- en wijzigingsregels van het bestemmingsplan RBT en er zijn geen verdere beperkingen opgenomen, waardoor maximale flexibiliteit wordt geboden voor de vestiging van toekomstige bedrijven.

 

Vraag 2:

Het gebied dient meer aan te sluiten op het omringende landschap en groengebied. De bedrijven zijn kleinschaliger en de bedrijfspercelen dienen een groenere uitstraling te krijgen. Kan dit wel waargemaakt worden?

Antwoord:

De vraag is naar aanleiding van de tekst, zoals vermeld op pagina 79 van de toelichting van het ‘uitwerkings- en wijzigingsplan RBT Tranche 2a en 2b’. Hierin wordt aangegeven dat de bestemming Bedrijf-2 een ander karakter heeft als de bestemming Bedrijf-1, doordat meer wordt aangesloten op het omringende landschap en groengebied. De bedrijven zijn kleinschaliger en de bedrijfspercelen dienen een groenere uitstraling te krijgen. Op de verbeelding en in de regels van het plan worden wordt dit concreet gemaakt doordat binnen de bestemming Bedrijf-2 minder bebouwingsmogelijkheden zijn, zoals een kleiner bebouwingspercentage en andere bouwhoogtes. Eveneens staat de bestemming Bedrijf-1 bedrijven toe in de milieucategorieën 3 tot en met 5, terwijl de bestemming Bedrijf-2 bedrijven toestaat in de milieucategorieën 3 tot en met 5. In de regel vergen bedrijven in een hogere milieucategorie een groter ruimtebeslag. Daarnaast geldt voor het gehele bedrijventerrein een beeldkwaliteitsplan op hoofdlijnen en wordt op korte termijn een beeldkwaliteitsplan op kavelniveau voor Tranche 2 vastgesteld. Hierin zijn (stedenbouwkundige) criteria opgenomen die leiden het gewenste beeldkwaliteit van de bouwwerken. Er worden eveneens voorwaarden gesteld aan de inrichting van het terrein.

 

Vraag 3:

Klopt het dat tranche 3b overbodig wordt, wegens het opnieuw indelen van de percelen van tranche 3a en 3b?

Antwoord: Ons besluit heeft uitsluitend betrekking op het gebied Tranche 2a en 2b. Wel merken wij op dat wij op dit moment een planologisch kader aan het voorbereiden zijn voor Tranche 3b.

 

Vraag 4:

Is het college op de hoogte dat de realisatie van de doorbraak anders is aangelegd dan de plannen in eerste instantie waren. Is dit om meer industrieterrein te realiseren?

Antwoord:

De doorbraak is gerealiseerd conform het daarvoor geldende bestemmingsplan. Er is geen sprake van realisatie van extra industrieterrein. Hiervoor is een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk, hetgeen niet heeft plaatsgevonden.

 

Vraag 5:

Als er andere bedrijven komen, hebt u dan ook rekening gehouden met verkeersdoeleinden 2?

Antwoord:

De gronden met de bestemming Verkeersdoeleinden 2 in het bestemmingsplan RBT hebben betrekking op de hoofdas en hoeven niet te worden uitgewerkt. Om deze reden zijn de gronden in het ‘uitwerkings- en wijzigingsplan RBT Tranche 2a en 2b’ niet opnieuw voorzien van een bestemming en blijft deze onverminderd van kracht. Binnen de bestemming Verkeersdoeleinden 2 mogen geen bedrijven worden opgericht, waardoor de hoofdontsluiting gewaarborgd blijft.

 

Vraag 6:

Als de herindeling van de kavels van tranche 2 a en 2b, is gerealiseerd wordt er dan wel rekening gehouden met de veehouderij Worker Landen 18 wegens geuroverlast zodat er in de buurt geen bedrijven worden gebouwd.

Antwoord:

Er is geen sprake van een herindeling van de kavels in Tranche 2a en 2b. Er is sprake van het uitwerken (en deels wijzigingen) van de bestemmingen conform de uitwerkings- en wijzigingsvoorwaarden van het bestemmingsplan RBT. In de toelichting van het uitwerkings- en wijzigingsplan RBT Tranche 2a en 2b is specifiek in paragraaf 4.7.5 het aspect geur in relatie tot de Worker Landen 18 verwoord. Er is geen sprake van een belemmering ten opzichte van de veehouderij.

 

Vraag 7:

Als het gebeid tranche 2a en 2b weer een wijzigingsplan krijgt, is het dan niet verplicht om Natura 2000 en Flora en Fauna in te lichten zodat er weer een nieuw onderzoek komt? Deze bedrijven zijn uitgegaan van het plan in 2006.

Antwoord:

In de toelichting van het uitwerkings- en wijzigingsplan RBT Tranche 2a en 2b zijn in paragraaf 4.8 specifiek voor ecologie de aspecten Flora en Fauna en Natura 2000 toegelicht. Voor deze aspecten heeft in 2014 een actualiserend onderzoek plaatsgevonden. Er zijn geen belemmeringen gebleken ten aanzien van de vaststelling van het uitwerkings- en wijzigingsplan. Pagina 3 van 3 U

 

Vraag 8:

In de conclusie staat duidelijk dat er ook geen kwetsbare objecten toegestaan worden. Betekend dit dat er dan ook geen bedrijven met gevaarlijke stoffen mogen komen?

Antwoord:

Bedrijven met opslag van gevaarlijke stoffen, met een hoeveelheid dat ze als risicovol worden beschouwd, zijn niet toegestaan. Kwetsbare objecten, zoals zelfstandige kantoren, zijn eveneens niet toegestaan. Hiermee worden (zware) bedrijfsontwikkelingen niet onnodig beperkt.

 

Vraag 9:

Bruto bouwoppervlak van maximaal 1500 m2, is toegestaan binnen deze bestemming. Dus ook geen risicovolle inrichting en geen kwetsbare objecten. In de TCTubantia werd echter vermeld dat de percelen meer dan 10 ha in omvang mogen worden. Is hier een verklaring voor?

Antwoord:

In het uitwerkings- en wijzigingsplan is geen specifieke bepaling opgenomen voor het aantal hectare dat een bedrijfskavel mag zijn. De beperking voor de omvang wordt bepaald door het bouwvlak op de verbeelding en de bouwregels. Het bruto bouwoppervlak van maximaal 1500m2 heeft betrekking op de omvang van het bijbehorende kantooroppervlak en heeft verder geen relatie met de grootte van het bedrijfsperceel. Een bedrijfsperceel van 10 ha is mogelijk binnen het plan.

 

Vraag 10:

Wordt er wel rekening mee gehouden dat de gebouwen minimaal 25 meter van de doorbraak af mogen komen?

Antwoord: Het bouwvlak op de verbeelding is op minimaal 25 meter van de doorbraak gelegen. Buiten het bouwvlak mogen geen gebouwen worden gerealiseerd.

 

Wij hopen uw vragen hiermee voldoende te hebben beantwoord. Uw vragen zijn voornamelijk technisch inhoudelijk van aard. Wij wijzen u graag op de mogelijkheid om in dergelijke gevallen direct contact op te nemen met de desbetreffende ambtenaar in plaats van het stellen van schriftelijke vragen. Op deze wijze kunnen wij u sneller van een antwoord voorzien. Een afschrift van deze brief hebben wij op iBabs geplaatst.

 

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

 

Reactie:

Het schiet niet op met het XL Businesspark, mede door de bezwaren van omwonenden. De omwonenden hebben in ieder geval het recht aan hun zijde. Ook met de veiligheidsvoorschriften en de vergunningen die gemeente moet verstrekken neemt men het blijkbaar niet zo nauw. De meest voor de hand liggende vraag is of CTT en Eurol  wel goed hebben nagedacht alvorens met Xl-Businesspark in zee te gaan. In de basis is het al misgegaan. CCT die nu verlies lijd wegens vergunningen en bezwaren. Het heeft de gemeente onnodig veel geld gekost, belastinggeld.

Hans van de Burg,

Fractie medewerker wet- en regelgeving PVA

 

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op GeenRedactie Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter

1 Comment to “Beantwoording raadsvragen PVA-fractie over Tranche 2a en 2b XL Businesspark Twente”

  1. Harry Druijf schreef:

    Emoties beïnvloeden altijd het helder kunnen oordelen; volg gewoon de wet en regelgeving want die is destijds democratisch tot stand gekomen en binnen meerdere bestuurslagen (niet op het procrustesbed leggen derhalve)!

Leave a Reply