Partij Vrij Almelo
Dicht bij de burger
Regelgeving voor dierenasielen
Categories: Sociaal

7

 

Wet dieren en het Besluit houders van dieren

Sinds 1 juli 2014 is het Besluit houders van dieren in werking getreden. Het besluit is een uitwerking van de nieuwe Wet dieren. Het Besluit houders van dieren is van toepassing op iedereen die dieren houdt, of dit nu voor het plezier is of uit zakelijk oogpunt. Dus zowel de particulier die een hond heeft, als de persoon die honden houdt voor bedrijfsmatige doeleinden vallen onder het besluit.

Honden- en kattenbesluit vervangen door Besluit houders van dieren

Voorheen vielen houders die bedrijfsmatig met honden en katten werkten, zoals asielen, pensions en fokkers, onder het Honden- en kattenbesluit. Sinds 1 juli 2014 vallen zij onder het Besluit houders van dieren en dan in het bijzonder onder hoofdstuk 3 § 2 van het besluit. In dit hoofdstuk 3 § 2 staan de wettelijke bepalingen inzake ‘het bedrijfsmatig verkopen, afleveren, houden ten behoeve van opvang van of fokken met gezelschapsdieren’. In tegenstelling tot het Honden- en kattenbesluit bevat dit hoofdstuk geen voorschriften inzake afmetingen van de dierenverblijven, maar hanteert begrippen als ‘voldoende’ ruimte en ‘adequate’ verzorging – zogeheten ‘open normen’. Verder staan er bepalingen in over onder meer aanmelding, administratie, vakbekwaamheid, huisvesting en verzorging. Bezien vanuit het belang voor asielen, volgt hieronder een korte uiteenzetting van een aantal belangrijke bepalingen uit het besluit.

Aanmelding

Het asiel moet zich aanmelden bij de overheid. De aanmelding kan digitaal geschieden, waarop vervolgens een UniekBedrijfsNummer (UBN) wordt verstrekt. De aanmelding gebeurt door de beheerder van het asiel of door degene onder wiens verantwoordelijkheid de opvangactiviteiten worden verricht. Is het asiel al onder het toen geldende Honden- en kattenbesluit aangemeld dan hoeft het asiel zich niet opnieuw aan te melden.

Administratie

Uit de door het asiel bijgehouden administratie moet blijken van wie de dieren afkomstig zijn met uitzondering van honden die al op grond van de identificatie- en registratieplicht (I&R-plicht) zijn geregistreerd en met uitzondering van zwerfdieren waarvan de herkomst onduidelijk is. Naast de gegevens van wie de dieren afkomstig zijn, moeten ook het bewijs van inenting van honden en katten worden bewaard. Deze gegevens moeten twee jaar worden bewaard vanaf het moment dat het dier niet meer in het asiel zit. Zo kan door de handhavingsinstanties worden gecontroleerd op naleving van de verplichte inentingen voor honden en katten en kunnen op basis van de gegevens van herkomst relevante handelsstromen worden nagegaan. De gegevens hoeven niet te worden doorgestuurd naar de overheid.

Vaccinaties

Bij ministeriële regeling (Regeling houders van dieren) is voor honden een extra inenting toegevoegd en wel tegen Hepatitis Contagiosia Canis (HCC). Vanaf 1 juli 2014 moeten honden daarom worden ingeënt tegen: Hondenziekte (ziekte van Carré), Parvovirusinfectie en HCC. Honden die binnenkomen en waarvan de vaccinatiestatus onbekend of onvolledig is, moeten dus tegen de hierboven genoemde ziekten worden ingeënt. De inenting tegen HCC geldt niet voor pups die geboren zijn in het asiel. Deze pups moeten binnen zeven weken na de geboorte of uiterlijk zeven dagen voor verkoop/aflevering, worden ingeënt tegen de ziekte van Carré en de Parvovirusinfectie. Verder geldt voor honden die op 1 juli 2014 al in het asiel zaten een overgangsregeling van 1 jaar. Deze honden hoeven dus pas op 1 juli 2015 te zijn ingeënt tegen HCC.

Vakbekwaamheid

Per 1 juli 2015 moet de beheerder van het asiel beschikken over een geldig bewijs van vakbekwaamheid voor de betreffende diergroep waarmee hij/zij werkt. De vakbekwaamheidseis dient om ervoor te zorgen dat de dieren goed worden verzorgd. Wie al met honden en katten werkte, moest al een bewijs van vakbekwaamheid hebben op grond van het Honden- en kattenbesluit. Dit bewijs blijft geldig.

Voor overige diergroepen, of als na 1 juli 2015 een bedrijfsmatige activiteit wordt gestart met honden of katten, moet een nieuw diploma worden behaald.

Een geldig bewijs van vakbekwaamheid wordt verkregen door een erkende opleiding te volgen bij een instelling voor middelbaar beroepsonderwijs, die Crebo gecertificeerd is. Crebo staat voor Centraal Register Beroepsopleidingen. Het is van belang om bij de onderwijsinstelling te informeren of de opleiding recht geeft op een geldig bewijs van vakbekwaamheid.

Huisvesting en verzorging

Op het terrein van huisvesting en verzorging worden de volgende eisen gesteld:
– De dieren hebben voldoende bewegingsvrijheid;
– De ruimte en de materialen zijn aangepast aan de (fysiologische en ethologische) behoeften die het dier van nature heeft;
– De dieren zijn beschermd tegen slechte weersomstandigheden als ze buiten worden gehouden;
– De ruimte belemmert het natuurlijk gedrag van de dieren zo weinig mogelijk;
– Een drachtig of zogend dier heeft voldoende en geschikte nestruimte;
– Het dier ondervindt niet als gevolg van de wijze waarop het wordt gehuisvest onnodige angst en stress;
– In een verblijf is het aantal dieren en de samenstelling van de diersoorten zodanig dat het de gezondheid en het welzijn van het dier niet benadeelt.

Ten aanzien van honden is uitdrukkelijk bepaald dat zij dagelijks de mogelijkheid moeten hebben om tijd door te brengen buiten de ruimte waarin zij worden gehouden.

Verder wordt ook bepaald dat honden (en katten) waarvan afstand is gedaan of zwervend zijn aangetroffen buiten de inrichting kunnen worden geplaatst ten behoeve van (re)socialisatie, behandeling van gedragsproblemen of intensieve zorgverlening in geval van ziekte.

Open normen

In tegenstelling tot het Honden- en kattenbesluit worden er geen specifieke maten e.d. gegeven, maar wordt gewerkt met ‘open normen’ die nader moeten worden ingevuld door de houder van het dier. Zo wordt onder meer gesproken over ‘voldoende’ bewegingsruimte en over een ‘geschikte’ ruimte. Maar wat is ‘voldoende’ en wat is ‘geschikt’? Hoe moet je hierop handhaven? In de Nota van Toelichting staat dat voor het toezicht op de naleving van het besluit de minimumnormen van het Honden- en kattenbesluit als richtlijn worden aangehouden.

Huisvesting zieke dieren

In het kader van het huisvesten van zieke dieren moet een asiel vanaf 1 juli 2017 over drie ruimtes beschikken, te weten een:

1) Quarantaineruimte; voor dieren die binnenkomen waarvan de gezondheids- of vaccinatiestatus onbekend is. Het dier moet in de betreffende ruimte worden geplaatst en 7 dagen na inentingen daar verblijven.

2) Isolatieruimte; voor dieren die (mogelijk) een besmettelijke ziekte hebben. Het vereiste van een isolatieruimte is nieuw ten opzichte van het Honden- en kattenbesluit.

3) Ruimte voor dieren die ziek, maar niet besmettelijk zijn.

De ruimtes moeten volledig zijn afgescheiden van de overige ruimtes waar dieren worden gehouden, maar dit geldt niet voor de laatste genoemde ruimte (de ruimte voor dieren die ziek, maar niet besmettelijk zijn). Er geldt een overgangsregeling voor bouwkundige voorzieningen. Gedurende deze overgangsperiode blijft het regime van het ingetrokken Honden- en kattenbesluit voor zieke en besmettelijke dieren van toepassing.

Gezondheidsprotocol

Nieuw is dat asielen gebruik dienen te maken van een gezondheidsprotocol waaruit blijkt dat de gezondheid van de dieren iedere dag wordt gecontroleerd, er maatregelen tegen ziekten worden genomen en dat zieke dieren op passende wijze wordt verzorgd.

Verplichte schriftelijke informatieverstrekking

Nieuw is ook dat bij de aflevering schriftelijke informatie over het dier moet worden verstrekt aan de nieuwe eigenaar. Dit om de nieuwe eigenaar in staat te stellen om zo goed mogelijk voor het dier te zorgen. De informatie betreft de huisvesting, de verzorging, het gedrag en de kosten die gemoeid zijn bij het houden van het dier. Er is voldoende gratis materiaal digitaal beschikbaar welke uitgeprint en verstrekt kan worden, bijvoorbeeld via het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (LICG). Enkele verwijzing is onvoldoende, er moet echt schriftelijk materiaal overhandigd worden.

Tot slot

Het is voor asielen belangrijk om te weten dat zij tegenwoordig onder het wettelijke regime van het Besluit houders van dieren vallen. Een besluit dat in tegenstelling tot het vroegere Honden- en kattenbesluit, werkt met zogeheten ‘open normen’ die door de asielen zelf moeten worden ingevuld. Uit het oogpunt van controle en handhaving zijn dergelijke termen onwenselijk.

De nieuwe wetgeving legt een aantal nieuwe verplichtingen op aan asielen. Zo is er bij honden een extra verplichte inenting tegen HCC bijgekomen. De asielen moeten vanaf 1 juli 2017 in het kader van het huisvesten van zieke dieren over drie ruimtes beschikken, waaronder een isolatieruimte. En de asielen moeten op grond van de nieuwe wetgeving gebruik maken van een gezondheidsprotocol en zijn ze verplicht om aan een nieuwe eigenaar informatie over onder meer verzorging en gedrag van het dier te verstrekken.

 

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op GeenRedactie Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter

Leave a Reply