Partij Vrij Almelo
Dicht bij de burger
Beantwoording schriftelijke vragen over statushouders aan het werk

 

 

Behandeld door B C. Schraa-Mentink

Onderwerp Beantwoording vragen over statushouders aan het werk

 

Aan Raadsfractie Partij Vrij Almelo (PVA)

 

In uw brief stelt u een aantal vragen rondom statushouders aan het werk. Hieronder herhalen wij uw vraag en hebben ons antwoord daar weer onder gezet.

 

Vraag 1.

Wat zijn volgens u de oorzaken van het grote aandeel uitkeringsontvangers onder nieuwkomers?

Antwoord:

Nieuwkomers moeten in Nederland hun bestaan van de grond af opbouwen. Zeker in het begin kan dat niet zonder steun van de overheid. Hoe lang die steun nodig is, is afhankelijk van veel factoren. Zoals of een baan te combineren is met de inburgeringscursus – zowel op praktisch vlak als qua belastbaarheid-, of er eerst (extra) scholing nodig is, of en in welke mate er sprake is van fysiek letsel of een trauma door de vlucht etc. Daarnaast speelt de taalbarrière een rol, zowel voor een werkgever als een werknemer.

 

Vraag 2.

Bent u met ons van mening dat deze nieuwkomers (statushouders) verplicht een bijdrage (in ruil voor een uitkering) aan onze maatschappij moeten leveren? (voort wat hoort wat)?

Antwoord:

Statushouders willen vaak zelf al graag een bijdrage terug leveren aan onze maatschappij. Dit levert in de praktijk echter nog regelmatig belemmeringen op. Het verbinden van vraag en aanbod op dit vlak en het wegnemen van deze praktische belemmeringen heeft onze primaire focus. Een aantal maatschappelijke organisaties in Almelo is hier samen met ons mee bezig, met mooie resultaten. Het kunnen leveren van een bijdrage aan de maatschappij vinden wij belangrijk en dat uit zich ook in het u bekende coalitieakkoord.

 

Vraag 3.

Hoeveel procent van de statushouders in de gemeente Almelo heeft werk, uitgesplitst naar voltijd en deeltijd?

Antwoord:

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van hoe het begrip “statushouder” wordt bepaald. Een statushouder kan een zogeheten oudkomer zijn of een zogeheten nieuwkomer. Dit onderscheid ligt bij het jaar 2013, vanwege gewijzigde wetgeving in dat jaar. Ook bepalend is het antwoord op de vraag wanneer iemand niet meer beschouwd wordt als statushouder. Over het algemeen wordt iemand, die een verblijfstitel voor onbepaalde tijd heeft en volledig in zijn eigen bestaan voorziet, niet meer gezien als een statushouder. Maar ook hierin zijn weer verschillende gradaties te onderscheiden. De groep statushouders is hierdoor lastig af te bakenen. Landelijk wordt hiervoor momenteel een tool ontwikkeld. Dit volgen wij op de voet. In Almelo hebben we te maken met een groep van ca. 700 statushouders (nieuwkomers) boven de 18. We hebben beschikbare cijfers over de vraag of ze een actief (bijstands)uitkeringsdossier voor levensonderhoud hebben. Ca. 44% daarvan heeft zo een actief dossier. Hoe de rest in het levensonderhoud voorziet is momenteel niet cijfermatig bekend. Dat wordt binnen dezelfde tool ontwikkeld. Voor het project Statushouders (zie ook vraag 8 en 9) houden we voor een deelselectie van deze groep wel apart bij of deze naar werk bemiddeld worden, scholing volgen en of ze maatschappelijk actief zijn. Deze “proefgroep” bestaat uit ca. 230 personen.

 

Vraag 4.

Hoeveel procent van de statushouders zijn hoogopgeleid en hoeveel procent van de statushouders heeft amper een opleiding?

Antwoord:

Deze cijfers zijn niet beschikbaar.

 

Vraag 5.

Zijn er op dit moment meer statushouders in onze gemeente opgevangen dan door het Rijk is opgelegd?

Antwoord:

Nee. De gemeente houdt zich aan de huisvestingstaakstelling die halfjaarlijks door het Rijk wordt opgelegd.

 

Vraag 6.

In hoeveel gevallen is er onder statushouders sprake van (psychosociale) problematiek?

Antwoord:

Landelijke onderzoeken geven aan dat 13-25% van de vluchtelingen te maken krijgt met posttraumatische stressstoornissen en/of een depressie. We zijn ervan overtuigd dat deze problematiek ook in Almelo aanwezig is. Het kan bijvoorbeeld verklaren waarom iemand steeds een ander praktisch probleem heeft, voordat hij of zij een stap vooruit kan zetten. Maar dat zijn dan eerder symptomen van een dieperliggend probleem. Het is daarnaast ook bekend dat het in veel culturen een taboe is om hier open over te zijn en hulp te zoeken. Wij weten dat nieuwkomers weinig gebruik maken van maatschappelijk werk instanties. Tegelijkertijd geven deze instanties ook aan de mensen niet altijd te kunnen opvangen, bijvoorbeeld door een taalbarrière. Dit is daardoor weerbarstige problematiek. Het kost veel tijd en aandacht om door deze cirkel heen te breken. Het college spant zich hiervoor in, zie ook vraag 8 en 9.

 

Vraag 7.

Speelt de woonplaats een rol in het gemakkelijk verkrijgen van werk? Zo ja, op welke wijze?

Antwoord:

In zijn algemeenheid speelt de afstand tussen wonen en werken een rol, zowel voor de werkgever als de werknemer. De mobiliteit binnen de Twentse arbeidsmarkt is hoog. Wij kennen echter geen specifiek verband tussen de woonplaats en het verkrijgen van werk.

 

Vraag 8.

Wat doet de gemeente Almelo er op dit moment aan om dit percentage te verhogen?

 

Vraag 9.

Wat zijn de resultaten van deze inspanningen? Is dat voldoende?

Antwoord:

Deze twee vragen hebben betrekking op het nu lopende project Statushouders en daarom beantwoorden wij deze twee vragen samen. Begin 2018 is het project Statushouders (nieuwkomers in Almelo) gestart. Doelstelling is nieuwkomers sneller mee te laten doen in Almelo en liefst naar betaald werk. Er wordt op diverse manieren geëxperimenteerd met maatregelen om dit te bereiken. Voorbeelden van deze maatregelen zijn:

a. Er zijn 3 werkcoaches die zich specifiek bezig houden met statushouders. Dit doen zij samen met Vluchtelingenwerk Almelo. Samen met de cliënt bepalen zij de route naar de voor de cliënt hoogst haalbare trede op de maatschappelijke ladder.

b. Deze werkcoaches hebben een lagere caseload, zodat er meer tijd beschikbaar is. Tijd en aandacht zijn de sleutelwoorden in de aanpak.

c. Fietslessen en verkeerslessen voor statushouders. Het is belangrijk dat mensen niet alleen technisch kunnen fietsen, maar ook ergens naar toe kunnen fietsen. Er zijn fietstrainers opgeleid en er is speciaal lesmateriaal ontwikkeld om de verkeersregels te kunnen uitleggen. Door gericht te oefenen op straat leren de deelnemers tegelijk Almelo kennen en leren zij ook vaker de fiets te pakken in plaats van de bus. Samen fietsen met een maatje bevordert daarnaast ook nog eens de taalontwikkeling.

d. Warme overdracht vanuit de COA. Zodra een statushouder gekoppeld is aan Almelo vindt er al contact plaats en kan al gerichte inzet van maatregelen worden voorbereid.

e. Samenwerking met en tussen taalaanbieders. Er zijn momenteel 4 taalaanbieders met het vereiste keurmerk in Almelo. Deze overleggen periodiek met elkaar, onder regie van de gemeente. De inzet vanuit de gemeente is dat deze aanbieders samen een dekkend palet van taallessen aanbieden, dat aansluit bij de vraag van de inburgeraar en werkgever.

f. Binnen het project wordt gewerkt met een integraal budget. Dit versnelt de besluitvorming. Immers, maatregelen dienen vaak meerdere doelen en dus ook meerdere budgetten. Door (een deel van) de budgetten vooraf te integreren hoeft de discussie alleen nog maar te gaan over de inhoud van de maatregel.

g. Samenwerking met werkgevers. In Almelo kennen we diverse werkgevers die interesse hebben om met statushouders te werken, of te willen gaan werken. In regionaal verband worden er Masterclasses georganiseerd voor deze werkgevers. Op 19 oktober 2018 vindt er een Twentse actiedag plaats voor een Meet en Greet tussen potentiële werkgevers en werknemers. Het project loopt nog te kort om te zeggen of deze maatregelen voldoende zijn. De resultaten tot nu toe zijn positief. Zie ook ons antwoord op uw volgende vraag.

 

Vraag 10.

Is het College van Burgemeester en Wethouders ermee eens dat aanvullende maatregelen nodig zijn om het percentage werkende statushouders sneller te verhogen?

Antwoord:

Het project loopt nog. Het zijn niet zozeer aanvullende maatregelen, als wel dat we maatregelen anders inzetten. Of er ook aanvullende maatregelen nodig zijn moet het project nog uitwijzen. De aanvullende rijksmiddelen, een deel van het integrale budget, zijn voor 2019 niet beschikbaar. Dit legt een druk op de bestaande budgetten en maatregelen. Daarnaast heeft de minister forse beleidswijzigingen aangekondigd. Wij wijzen u nog daarnaast nog op een recent verschenen rapportage van het Kennisplatform Integratie en Samenleving, die dieper ingaat op de verschillende aspecten die u ook aanhaalt in uw vragen: https://www.kis.nl/publicatie/monitor-gemeentelijk-beleid-arbeidstoeleiding-vluchtelingen-2018

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op GeenRedactie Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter

Leave a Reply