Partij Vrij Almelo
Dicht bij de burger
Schriftelijke vragen aan B&W over de Participatiewet

 

Behandeld door S. Beltman

 

Onderwerp: Schriftelijke vragen over de Participatiewet.

 

Geachte heer de Olde,

Op 21 januari 2019 stelde u negen vragen over de Participatiewet. In deze brief beantwoorden wij uw vragen.

 

Vraag 1.

Is men van mening dat een WWB uitkering een luxe is en dat mensen met zo’n uitkering te lui en ongemotiveerd zijn om een betaalde betrekking te zoeken?

Antwoord:

Nee, wij zien een uitkering op grond van de Participatiewet als een voorziening waar alleen inwoners die het echt nodig hebben, in principe tijdelijk, gebruik van kunnen maken.

 

Vraag 2.

Zijn de medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de Participatiewet wel kundig opgeleid en gespecialiseerd in dit complexe vakgebied?

Antwoord:

Iedere medewerker die een onderdeel van de Participatiewet uitvoert, of het nu gaat om het berekenen van de hoogte van een uitkering, het onderzoeken van fraude of het bemiddelen naar werk, heeft daarvoor een opleiding gevolgd. De kennis wordt op peil gehouden door cursussen, vak-bijeenkomsten en interne themabijeenkomsten.

 

Vraag 3.

Worden er door de medewerkers voldoende contacten onderhouden met bedrijven en wordt er daadwerkelijk acquisitie gepleegd of werkt men simpelweg UWV bestanden af?

Antwoord:

Wij houden intensief contact met bedrijven. Op het Werkplein is daarvoor een zogenaamd Werkgeversservicepunt ingericht. Daarin wordt samengewerkt door de accountmanagers van het UWV en de verschillende gemeenten. Contact met bedrijven is er niet alleen voor en bij het plaatsen van kandidaten maar ook nadien in zogenaamde nazorgtrajecten.

 

Vraag 4.

Is het gebruikelijk dat kandidaten jarenlang in de “wacht” worden gezet zonder enig initiatief vanuit het orgaan dat deze mensen moet begeleiden?

Antwoord:

Dat is niet gebruikelijk. Afhankelijk van de afstand tot de arbeidsmarkt krijgt iedere uitkeringsgerechtigde, zo veel als mogelijk is, de bij hem passende begeleiding. Wel is het mogelijk dat een aantal uitkeringsgerechtigden, in de afgelopen periode van laagconjunctuur, niet actief vanuit het Werkplein is benaderd voor begeleiding naar werk, maar alleen vanuit eigen initiatief ondersteuning verkreeg. In veel gevallen verrichten deze mensen vrijwilligerswerk via Avedan of sociale activeringsactiviteiten via Soweco. Voor de zomer zal de raad worden gevraagd het nieuwe uitvoeringsprogramma Participatiewet 2019-2022 vast te stellen. In dit programma zal de inzet van alle Participatie-instrumenten worden gericht op het maximaal aan het werk helpen van bijstandsgerechtigden en ondersteunen van mensen met een arbeidsbeperking. Dit betekent ook een heroverweging van de inzet van huidige instrumenten.

 

Vraag 5.

Wordt er wel degelijk gekeken naar opleidingsniveau en werkervaring van de kandidaten en dat men hierbij zoekt naar een passende functie?

Antwoord:

Dat is zeker het geval. Dit omdat de kandidaat en ook de samenleving het meest gebaat zijn bij een zo duurzaam mogelijke uitstroom uit de uitkering.

 

Vrag 6.

Is het gebruikelijk dat er slechts 7 part time medewerkers werkzaam zijn op het complexe gebied van het adequaat plaatsen van mensen met een arbeidshandicap op de arbeidsmarkt en dat de arbeidskosten hiervoor zo hoog zijn?

Antwoord:

Ongeveer 4,45 fte op het Werkplein wordt momenteel speciaal ingezet voor de begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking. De kosten voor de inzet van deze medewerkers wijken niet af van die voor de overige medewerkers bij het Werkplein. Het is echter niet zo dat alleen deze medewerkers zich hier mee bezig houden. Ook via inkoop, van capaciteit en specialisatie, bij externe organisaties worden inwoners met een arbeidshandicap geplaatst en begeleid bij werk.

 

Vraag 7.

Bestaat er een degelijk plan van aanpak om mensen te begeleiden naar een passende werkplek of gaat men verder met weinig effectieve trajecten zoals “arbeidsactivatie” of “competentie-onderzoeken”?

Antwoord:

Er is sprake van een gestructureerde aanpak, waarin afhankelijk van de mogelijkheden en situatie van de uitkeringsgerechtigde de best passende onderzoeken of activiteiten worden ingezet.

 

Vraag 8.

Worden mensen vanuit een WWB situatie “gedwongen” om te gaan werken voor bedrijven die momenteel kampen met een personeelstekort maar waar men geen enkele opleiding voor heeft genoten?

Antwoord:

Van dwang is geen sprake. Echter wanneer een uitkeringsgerechtigde geen belemmeringen heeft en er vacatures, die hij aan kan, voorhanden zijn, dan zal hij al de mogelijkheden om aan het werk te gaan moeten benutten. De uitkering is dan immers niet voor hem bedoeld. Doet hij dat niet, dan zal hij op zijn uitkering worden gekort. Dat kan in sommige gevallen worden ervaren als dwang. Hierbij moet echter ook worden bedacht dat het gemakkelijker is vanuit werk de meest passende baan te krijgen dan vanuit een uitkeringssituatie.

 

Vraag 9.

Is men bereid om vanuit de gemeente Almelo mensen om te scholen voor zogenaamde krapteberoepen?

Antwoord:

Onze inzet is dat wij met het aanbieden van omscholing en cursussen willen investeren in inwoners, voor wie dat de snelste weg naar een duurzame betaalde baan is, wanneer zich nieuwe kansen op de arbeidsmarkt voordoen.

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

 

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op GeenRedactie Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter

Leave a Reply