Partij Vrij Almelo
Dicht bij de burger
Beantwoording vragen Partij Vrij Almelo aangaande Broodje bij de Brug door college van B&W

 

Hoge kosten gemaakt wegens door het college ingehuurde advocaten

 

 

Geachte heer De Olde, In uw brief van 16 augustus jl. heeft u vragen gesteld over de gang van zaken rondom ‘Broodje bij de brug’.

Onderstaand beantwoorden wij uw vragen.

 

Vraag 1.

Heeft het college overwogen om de Familie Quick een tijdelijke omgevingsvergunning te geven van 2 of 3 jaren voor haar activiteit cateringbedrijf? Zo nee, wil het college daartoe alsnog overgaan? Zo nee waarom niet?

Antwoord:

Nee, er is geen aanvraag ingediend om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan. Indien daartoe wel een aanvraag zou worden ingediend, dan zouden wij daaraan geen medewerking verlenen. De beoogde activiteiten zijn in strijd met het bestemmingsplan en passen niet in de kaders van de beleidsregels die wij hebben vastgesteld voor het afwijken van een bestemmingsplan. Enkel in het geval van bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgeweken. Voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan zou dezelfde belangenafweging worden gemaakt als wij nu hebben gemaakt bij de aanvraag voor een afwijking voor onbepaalde tijd. Binnen deze afweging hebben de volgende onderdelen een rol gespeeld: er is sprake van een ligging in een woonwijk, de omgeving is bestemd voor woondoeleinden, wij achten de beoogde activiteiten in deze woonwijk niet wenselijk, wij vinden in het algemeen bedrijven in een woonomgeving ongewenst (tenzij er sprake kan zijn van een beroep aan huis en het voldoet aan de voorwaarden die wij daarvoor hebben opgenomen in onze beleidsregels) en wij zijn van mening dat bedrijven in een woonwijk niet bijdragen aan een goed woon- en leefklimaat. Wij wensen evenmin ongewenste precedenten te scheppen door bedrijven in woonwijken in strijd met het beleid toe te staan.

 

Vraag 2.

Deelt het college de mening of is het college er mee bekend dat het cateringbedrijf niet tot een verslechtering van de woonomgeving leidt? Zo nee waarom dan niet? Zo ja waarom is dan overgegaan tot het opleggen van een last onder dwangsom?

Antwoord:

Zie ons antwoord op vraag 1. Wij achten in het algemeen bedrijfsmatige activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan, in een woonwijk niet gewenst. Er is hier sprake van een conserverend bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is gericht op de ontwikkeling van woningen en het tegengaan van ontwikkelingen die zich hiermee niet verdragen. De bestemming van het perceel is ‘wonen’. Ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat is binnen deze bestemming slechts onder bepaalde voorwaarden de uitoefening van een ‘aan-huisverbonden beroep’ toegestaan. Van een ‘aan-huis-verbonden beroep’ als bedoeld in het bestemmingsplan is in onderhavig geval echter geen sprake.

 

Vraag 3.

Waarom heeft het college niet ingestemd met het verlenen van een tijdelijke vergunning voor de activiteit cateringbedrijf?

Antwoord:

Hiertoe is nooit een verzoek ingediend. Hier zouden wij geen medewerking aan verlenen. Zie ons antwoord op vraag 1 en 2.

 

Vraag 4,

Heeft het college Quick geadviseerd een tijdelijke vergunning voor haar cateringbedrijf aan te vragen? Zo nee waarom niet?

Antwoord:

Nee. Daar is geen sprake van geweest. Bovendien willen wij, zoals al nader is aangegeven onder de beantwoording van vraag 1, hier geen medewerking aan verlenen.

 

Vraag 5.

Het cateringbedrijf veroorzaakt geen toename van hinder naar omwonenden. Toch is besloten tot het opleggen van een dwangsom om cateringbedrijf onmogelijk te maken. Vervolgens zijn hoge kosten gemaakt wegens door het college ingehuurde advocaten die de dwangsom moesten beschermen bij rechtszaken. Kan het college uitleggen wat het algemeen belang er mee is opgeschoten dat het cateringbedrijf niet in werking mag zijn in relatie tot de kosten die dit dwangsom-project heeft veroorzaakt? Met andere woorden kan het college uitleggen wat de gewone burger er mee is opgeschoten?

Antwoord:

Het algemeen belang is ermee gediend dat wij handhaven in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift. De activiteiten die plaats vonden waren in strijd met het bestemmingsplan en er was geen zicht op legalisatie van die activiteiten. Zoals hierboven al is beschreven achten wij het ongewenst dat er bedrijfsmatige activiteiten plaats vinden in een rustige woonwijk. Er zijn geen bijzondere omstandigheden waardoor wij van handhaven af zouden moeten zien. De kosten die wij maken, of dat inzet van eigen medewerkers is of het inhuren van juridische ondersteuning, maken geen onderdeel uit van de belangenafweging om al dan niet tot handhaven over te gaan. Handhaving van regelgeving behoort nu eenmaal tot het ‘gewone’ takenpakket van een gemeente en veroorzaakt kosten. Bezwaar of beroep tegen handhaving door de overheid is een wettelijk verankerd recht dat ten volle gerespecteerd dient te worden, maar waarvan het gebruik aan de zijde van de handhavende overheid eveneens kosten veroorzaakt.

 

Vraag 6.

Het college heeft ingestemd dat de schade die Quick heeft geleden door toezeggingen van het college, aan Quick wordt vergoed ter grootte van minimaal 25.000 euro. De inhuurde kosten van externe advocaten kostte de gemeente Almelo meer dan 100,000 euro. Totaal zijn de kosten minimaal 125.000 euro. Als Quick een tijdelijke vergunning had gekregen voor de duur dat haar tijdelijke huurcontract nog loopt, dan zou de gemeente geen schade hoeven te betalen en lagere advocaatkosten. Deelt het college de mening van Partij Vrij Almelo dat het achteraf bezien beter was geweest als het college Quick een tijdelijke vergunning had verleend voor de duur dat het huurcontract nog bestond (medio 2021), tot gevolg hebbende dat dan een dwangsom niet nodig was geweest en de gemeente geen hoge advocaatkosten had gehad van meer dan 100,000 euro? Zo nee waarom niet?

Antwoord:

Wij hebben toegezegd de aantoonbare investeringsschade te vergoeden, indien daar een onderbouwd verzoek toe wordt gedaan. Van een toezegging tot betaling van een minimum bedrag van 25.000 euro is geen sprake. Tot op heden hebben wij echter nog geen nieuw onderbouwd verzoek ontvangen van de geleden investeringsschade. Wij delen de voorgestelde mening niet. Hierboven hebben wij al toegelicht waarom wij niet bereid zijn om een omgevingsvergunning te verlenen voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan. Van een aanvraag daarvoor is overigens nooit sprake geweest. Ook van de belangenafweging om al dan niet medewerking te verlenen aan een afwijking van het bestemmingsplan maken de kosten die gemoeid zijn met handhaving geen onderdeel uit.

 

Vraag 7.

In de regel gaat de gemeente pas over tot een dwangsom nadat het weigeringsbesluit om een vergunning te verlenen, bij de Raad Van State in hoger beroep in stand is gelaten. Deelt de gemeente de mening dat dit een betere en goedkopere manier was geweest?

Antwoord:

De stelling dat in de regel pas wordt over gegaan tot het opleggen van een last onder dwangsom nadat een besluit tot weigering van een omgevingsvergunning onherroepelijk is, is niet juist. Wij gaan in de regel over tot handhaving wanneer er sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift, er geen zicht op legalisatie is en geen sprake van andere bijzondere omstandigheden waardoor wij van handhaving af moeten zien. In dit geval vonden er activiteiten plaats die in strijd zijn met het bestemmingsplan, waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend en waarvoor wij hebben aangegeven geen omgevingsvergunning te verlenen. Alleen deze omstandigheden zijn al voldoende grond om handhavend op te treden.

 

Vraag 8.

Was achteraf bezien het verlenen van een tijdelijke vergunning voor de gemeente niet goedkoper geweest? Zo nee waarom niet?

Antwoord:

De term ‘goedkoper’ suggereert een zekere verhouding tussen gemaakte kosten en de kwaliteit van een bepaalde uitkomst of product. Er is echter geen enkele relatie tussen de kosten van handhaving en de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Of een verlening van een omgevingsvergunning in dit geval in minder juridische procedures en/of minder kosten had geresulteerd, is speculatief. Meer in het algemeen merken wij op dat niet handhaven in absolute zin altijd goedkoper is dan handhaven. Daarmee gaat de gemeente echter voorbij aan een van haar primaire taken.

 

Vraag 9.

Deelt het college de mening van Partij Vrij Almelo dat aanpassing beleid wenselijk is dat voortaan in beginsel niet eerder een dwangsom wordt opgelegd, dan dat een aangevraagde en geweigerde vergunning onherroepelijk is geworden?

Antwoord:

Nee. Wij hebben als bevoegd gezag een ‘beginselplicht tot handhaving’. Van handhaving kan worden afgezien wanneer er een concreet zicht op legalisatie bestaat. Dat een afwijzing van een aanvraag voor een omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is, betekent niet dat er sprake is van een concreet zicht op legalisatie. Een dergelijk beleid zou in rechterlijke procedures geen stand houden en achten wij niet gewenst. Overtredingen zouden dan lange tijd voort kunnen duren zonder dat wij daar handhavend tegen op kunnen treden. Bovendien staat tegen alle handhavingsacties van de gemeente rechtsbescherming open.

 

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

 

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op GeenRedactie Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter

Leave a Reply