Partij Vrij Almelo
Dicht bij de burger
Beantwoording technische vragen van Partij Vrij Almelo door het college van B&W
Categories: Zonder rubriek

Stadhuis Almelo

Pagina 54.

Komt Almelo in 2022 beter uit met de rijksmiddelen, zoals WMO en Jeugdzorg?

Antwoord:

In 2022 volgt een herijking van het gemeentefonds, dat kan leiden tot meer middelen voor Wmo en jeugd. Eerste inzichten daarin worden verwacht in november. Landelijke besluitvorming volgt in de decembercirculaire 2020.
Los daarvan heeft het college gevraagd om aanvullende maatregelen (zie Maatregelenplan 3) om uit te kunnen komen met de rijksmiddelen en daarnaast de taakstellingen in te kunnen vullen.

Alex Langius /Eugene van Mierlo

Pagina 67.

Bij het benoemen van het omgevingsplan worden ons inziens teveel afkortingen genoemd zoals DSO, GEO en KCC zonder dat er enige uitleg gegeven wordt aan de betekenis, hetgeen de leesbaarheid verslechterd, met name voor ouderen. Wat is hiervan de reden?

Antwoord:

Geen specifieke reden. We betrekken de opmerking op het verder verbeteren van de planning- en controldocumenten. Bij deze alvast de toelichting op de door u genoemde afkortingen: DSO= Digitaal Stelsel Omgevingswet, GEO = afkorting voor GEOgrafische, KCC = Klantcontactcentrum.

Alex Langius

Pagina 68.

Voor het programma omgevingswet was aanvankelijk 696.000 gereserveerd, doch in de praktijk bleek dit uiteindelijk in 2019 circa 330.000 te kosten, dus bleek er 366.000 teveel gereserveerd te zijn. Wat was de reden van deze overschrijding met name omdat er in 2019 geen enkele reden was voor een corona risico?

Antwoord:


Er is inderdaad geen enkele relatie met corona. De programmamiddelen zijn voor meerdere jaren beschikbaar gesteld. De werkelijke uitputting kan gedurende deze jaren plaatsvinden. Veel programma-activiteiten kennen een aanloopperiode, waardoor er in de eerste periode minder geld wordt uitgegeven, en in de periode daarna meer wordt uitgegeven. Het totaal dient binnen de begroting te blijven.

Eugene van Mierlo

Pagina 69.

Personeelszaken verwacht in 2021 aanzienlijk tekort te schieten met de werving van 3,6% extra personeel. Wat deze 3,6% de belastingbetaler uiteindelijk gaat kosten, is echter niet vermeld. Dit is niet informatief. Wat is hiervan de reden?

Antwoord:

Het betreft hier een voorgeschreven wijze waarop deze indicator in de begroting opgenomen dient te worden. Totaal geoormerkt budget inhuur begroting 2021 (categorie 4351): € 2.047.600 (inclusief inhuur Soweco) Totale salarislast begroting 2021 (categorie 4110): € 54.607.740 (inclusief B&W, raad, griffie) Totale loonsom + totaal budget inhuur: € 56.655.340 Kosten als percentage van totale loonsom + totale inhuur = € 2.047.600 / € 56.655.340 *100% = 3,614134% = afgerond 3,6%

Alex Langius/Arjen Gerritsen


Pagina

Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds. Voor 2020 is hiervoor bestemd 171,3 miljoen voor de gemeente Almelo, voor 2021 wordt rekening gehouden met 173, 7 miljoen. Dit terwijl er nog steeds een landelijke discussie gaande is over het feit in hoeverre Almelo wel of niet gekort gaat worden vanwege de discussie over de herijking en hoogte van de bedragen voor gemeenten met minder dan 100.000 inwoners, zoals Almelo. Bent u het met ons eens dat de genoemde 173,7 miljoen euro een voorbarige stellingname is?

Antwoord:

Politieke vraag. De gemeenten moeten de uitkeringen uit het gemeentefonds minimaal baseren op de meicirculaire 2020. Almelo heeft ervoor gekozen om de septembercirculaire 2020 te verwerken.

Alex Langius


Pagina 73.

De hogere lasten in 2021 op dit taakveld worden met name verklaart voor de bijtelling van de salarissen en sociale lasten op basis van de te verwachten loonontwikkeling en de CAO van gemeenteambtenaren. Er wordt echter met geen woord gerept over de inhuurkosten van externen. Alleen een percentage van 3,6% wordt op pagina 72 genoemd zonder vermelding van concrete bedragen, Wat is hiervan de reden?

Antwoord:

Het betreft hier een toelichting op de bijstelling van de baten en lasten. Deze wordt volledig veroorzaakt door ontwikkelingen in de salarissen en sociale lasten, niet door een stijging van de kosten van externe inhuur.

Alex Langius

Pagina 75.

Het huurcontract met COA inzake voormalig Huize Alexandra wordt per 30 juni 2021 beëindigd. Dit resulteert in een daling van de jaarlijkse huuropbrengsten van 265.000 euro. Heeft deze beëindiging van het huurcontract te maken met het feit dat er vanwege corona in het tweede kwartaal van 2020 72% minder migranten asiel heeft gevraagd?

Antwoord:

Voorvertoning in nieuwe tab(opent in een nieuwe tab)


Nee, dit is de einddatum van het bestaande huurcontract.

Alex Langius


Pagina 77.

Onder punt 3,3 bedrijfsloket en bedrijfsregelingen wordt het verschil bij de baten veroorzaakt door een actualisatie van de aan “IGM” en Heracles door verstrekte geldleningen. Wie of wat IGM is wordt echter niet vermeld. Wat is hiervan de reden? Ook een splitsing van bedragen ter zake ontbreekt?

Antwoord:

Er is geen inhoudelijke reden. IGM = NV Industriegebouw Maatschappij. Het betreft hier een administratieve wijziging in de interne renteverrekening tussen de taakvelden. De rente die wij van IGM in 2021 ontvangen bedraagt afgerond 142.000 euro. Van Heracles ontvangen wij afgerond 248.000 euro aan rentevergoeding.

Alex Langius

Pagins 82.

Zowel qua absoluut schoolverzuim, relatief verzuim en voorlopige schoolverlaters VO en MBO zijn over 2018 en 2019 helemaal geen percentages of aantallen verstrekt. Derhalve stellen wij u de volgende vragen: Waarom zijn er bij absoluut schoolverzuim zowel in 2018 als 2019 percentages alsmede aantallen niet vermeld in deze indicator? Waarom zijn er bij relatief verzuim over 2019 geen percentages vermeld? Waarom zijn er bij voortijdige schoolverlaters VO en MBO geen percentages aantallen vermeld? In welke aantallen zijn er door handhavers bekeuringen opgelegd vanwege het niet nakomen van de leerplichtwet? Het betreft hier gegevens die wij dienen over te nemen uit landelijke databases.

Antwoord:

Deze gegevens zijn vanaf 2018 niet (meer) verstrekt. Als handhavers van de leerplichtwet delen wij geen bekeuringen uit, sinds onze routing enkele jaren geleden is aangepast bij handhaving van relatief verzuim. De processen verbaal die wij opmaken worden behandeld tijdens zogenaamde leerplichtzittingen. Deze vinden 1 keer per maand plaats met als doel een route voor de leerling te zoeken die passend is om de leerling binnen het onderwijs te behouden. Dan de aantallen, deze zijn niet per kalenderjaar maar per schooljaar. Schooljaar 2018-2019 26 processen verbaal opgemaakt, waarvan 4 voor luxe verzuim en 22 voor relatief verzuim Schooljaar 2019-2020 5 processen verbaal opgemaakt voor relatief verzuim De reden waarom er zo’n groot verschil tussen beide schooljaren zit heeft te maken met de sluiting van de scholen tijdens de corona periode maart tot en met mei. In deze periode konden we juridisch gezien niet handhaven, en eind schooljaar is vaak de periode dat de meeste processen verbaal worden opgemaakt.

Alex Langius.


Pagina 84.

Het percentage niet wekelijkse sporters van 19 jaar en ouder wordt over jaren 2017, 2018 en 2019 niet vermeld. Wat is hiervan de reden?

Antwoord:

Het betreft hier gegevens die wij dienen over te nemen uit landelijke databases. Deze gegevens zijn vanaf 2017 niet (meer) verstrekt.


Alex Langius.


Pagina 85.

Waarom zijn bij sportbeleid en activering, Musea en Cultureel Erfgoed de baten over 2019 onvermeld gebleven?

Antwoord:


Er zijn op deze taakvelden geen baten.

Alex Langius.

Pagina 86.

Waarom zijn er bij indicator jongeren met een delict voor de rechter, kinderen in uitkeringsgezin en werkloze jongeren over 2019 geen aantallen of percentages vermeld?

Antwoord:

Het betreft hier gegevens die wij dienen over te nemen uit landelijke databases. Deze gegevens zijn niet verstrekt.


Alex Langius.


Pagina 87

Waarom zijn er bij taakvelden restafval en hernieuwde elektriciteit over 2019 geen aantallen of percentages genoemd?

Antwoord:


Het betreft hier gegevens die wij dienen over te nemen uit landelijke databases.
Deze gegevens zijn niet verstrekt.


Alex Langius.


Pagina 88.

In deze indicator wordt over 2021 een uitkering van Rijksoverheid verwacht van ruim 173,5 miljoen terwijl deze nog helemaal niet definitief is vastgesteld door de Rijksoverheid, Dit mede vanwege de landelijke herijking discussie over deze uitkeringen aan 355 lokale overheden? Bent u met ons eens dat dit een niet correcte voorstelling van zaken is? Zo ja, bent u bereid deze informatie te verbeteren ter voorkoming van een verkeerde voorstelling van zaken en verkeerde indrukken bij lokale overheden?

Antwoord:

De uitkering uit het Gemeentefonds van ruim 173,5 miljoen is gebaseerd op de septembercirculaire 2020. Gemeenten zijn verplicht om de uitkeringen uit het gemeentefonds minimaal te baseren op de meicirculaire 2020. Almelo heeft voor de begroting 2021 ervoor gekozen om de septembercirculaire 2020 te gebruiken (akkoord provincie)

Alex Langius

Pagina 89.

In de komende periode zal de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) isamenspraak gaan met de leden. Teneinde, mede op basis van de herijking, de koers uit te zetten voor een kleinere financiële afhankelijkheid van het Rijk. Hierover stellen wij u de volgende vragen: Is het u bekend dat vanwege de heersende corona epidemie er enorme financiële tekorten zijn ontstaan bij de meeste lokale overheden? Zo ja, wat is dan de reden dat u desalniettemin een nog kleinere afhankelijkheid van de landelijke Rijksoverheid wil voorstellen in de wetenschap dat het merendeel van de 355 lokale overheden sinds maart 2020 in nog zwaarder coronaweer terecht is gekomen?

Ja. Politieke vraag.

Alex Langius

Begroting 2021 – Aanvullende toelichting Sociaal Flankerend beleid

De regeling Sociaal Flankerend Beleid (SFB) is één van de pijlers onder het mobiliteitsbeleid van het personeel. Het is enerzijds een sociaal beleid, omdat het voor oudere werknemers aantrekkelijk maakt om vervroegd uit te treden met behoud van het salaris gedurende de periode van vervroegde uittreding tot aan ontslagdatum. Deze periode is veelal een aantal maanden en gemaximeerd op 1 jaar. Anderzijds is het een sociaal beleid omdat we hiermee in staat zijn jongere medewerkers aan te trekken en hen een kans op de arbeidsmarkt te geven om zich te ontwikkelen en om ervaring op te doen.

De kosten voor de tijdelijke doorbetaling van het salaris voor medewerkers die gebruik maken van de regeling SFB zijn voor rekening van de werkgever, de gemeente Almelo dus. De hoogte van deze kosten bedraagt in 2021 ruim € 1 mln, in 2022 € 260.000 en in 2023 € 80.000. In de begroting 2021- 2024 hebben we deze doorbetaling als transitievergoeding aangemerkt. Over dit bedrag draagt de werkgever de RVU heffing af, de zgn RVU boete. Momenteel ligt het voorstel om de Pensioenwet te wijzigen bij de Tweede Kamer. Onderdeel van het wetsvoorstel is dat er onder voorwaarden er waarschijnlijk een tijdelijke versoepeling van de pseudo-eindheffing op regelingen voor vervroegde uittreding (de RVU) komt. Op basis van het wetsvoorstel zal overigens nog steeds gedeeltelijk sprake
zijn van RVU-heffing (als het voorstel in de huidige vorm wordt aangenomen). Dit omdat sprake is van een drempelvrijstelling. Aangezien hier sprake is van een wetsvoorstel en nog geen besluiten zijn
genomen, mag duidelijk zijn dat we als gemeente Almelo vooralsnog verplicht zijn de huidige RVU heffing af te dragen. Deze heffing (boete) hebben we dan ook in het financieel meerjarenperspectief verwerkt.

Voor wat betreft de transitievergoeding willen we benadrukken dat dit alleen de doorbetaling van het salaris betreft gedurende de periode van vervroegde uittreding tot aan ontslagdatum (veelal een aantal maanden en gemaximeerd op 1 jaar). Als de indruk bestaat dat er bovenmatige transitievergoedingen zijn betaald (‘gouden handdrukken’) dan is dat niet juist. In alle gevallen ‘kost’ het de werknemer ook zelf een stukje inkomen. Dat hangt af van de leeftijd. Hoe jonger je wilt deelnemen, hoe meer je er zelf aan meebetaalt. De medewerkers nemen immers zelf ontslag en ontvangen van de gemeente Almelo geen salaris meer vanaf de ontslagdatum tot aan de pensioendatum. Dat maakt dat de regeling eigenlijk pas interessant wordt voor mensen van plm. 61 jaar en ouder. Het is dus een bewuste keuze geweest van de deelnemers: eerder met pensioen in ruil voor een klein inkomensverlies maar wel met een gefaciliteerde pensioenvoorziening.

Er zijn 40 medewerkers die gebruik maken van de regeling SFB. Deze medewerkers laten taken achter. Voor 50% vangen we deze taken binnen de huidige formatie op. Voor de overige 50% is er vervanging nodig om de formatieve knelpunten die door de regeling SFB ontstaan, op te kunnen lossen. De noodzakelijke kosten van deze vervanging/verjonging bedraagt ruim € 1,1 mln.

Samenvattend 2021 2022 2023 2024. Bruto vrijval salarisbudget deelnemers -2,24 -2,30 -2,19 -2,14. Doorbetaling salaris deelnemers 1,06 0,26 0,08 0,00 Sociaal flankerend beleid – (netto) vrijval salarisbudget deelnemers-1,18 -2,04 -2,11 -2,14. Sociaal flankerend beleid – salarislasten vervanging 1,14 1,26 1,16 1,16. Sociaal flankerend beleid – kosten RVU 0,55 0,13 0,04 0,00 Totaal 0,51 -0,65 -0,91 -0,98 -/- = baten/positief, + = lasten/negatief bedragen in mln. euro’s. Conform toezegging in het politiek beraad en technisch vragenuur m.b.t de begroting hebben wij in bovenstaand overzicht de netto vrijval salarisbudget nader gespecificeerd in de bruto vrijval en de doorbetaling van het salaris van deelnemers aan de regeling SFB. Verder blijkt uit bovenstaande uiteenzetting, dat de regeling SFB structureel een voordeel oplevert dat oploopt naar 0,98 mln. vanaf 2024.

Stem of voeg toe aan:

Comments are closed.