Partij Vrij Almelo
Dicht bij de burger
Aan college B&W 2019

 

 

 

28 juni 2019

BEHANDELING PERSPECTIEFNOTA 2019 ALMELO (BIJDRAGE PARTIJ VRIJ ALMELO)

Stadhuis Almelo

 

Voorzitter:

Voordat ik enkele punten uit de nota wil benoemen viel het ons op dat er geen woord geschreven is over de randgemeenten Bornerbroek en Aadorp. Dit lijkt ons vreemd want waar mensen wonen dient de gemeente te besturen en bijsturen waaronder zaken als handhaving, ruimtelijke ordening etc.

 Zorgtaken

We staan als gemeente nog steeds voor ingrijpende bezuinigingen doordat de zorgtaken die we erbij hebben gekregen veel duurder zijn dan begroot. Naast een toename van jongeren in de jeugdzorg, is meer zorg nodig voor mensen met psychische problemen. In de nieuwe jeugdwet van 2015 is de uitvoering van de jeugdhulp, dus ook de gespecialiseerde jeugdzorg naar de gemeenten gegaan, evenwel met een flinke korting op het totale budget van circa 200 miljoen euro. De gedachte hierachter was dat gemeenten met hun wijkteams eerder problemen achter de voordeur zouden signaleren en met preventief ambulant optreden uithuisplaatsingen en dus gespecialiseerde jeugdzorg zou kunnen voorkomen. In 2018 is een Fonds tekortgemeenten sociaal domein ingesteld waaruit Almelo een bijdrage heeft ontvangen. Dit dempte het tekort op de jeugdhulp in 2018, maar de vraag is hoe de ontwikkeling op de (middel)lange termijn zal zijn. Met alle gevolgen van dien: wachtlijsten, bezuinigingen, uitgesteld onderhoud, enzovoort.

En misschien ligt het wel aan onze bril: dat we problemen in mindere mate tolereren. Hoe het ook zij: de tekorten in de jeugdzorg zijn bijna vier jaar na de decentralisatie moeilijk te behappen. 

Burgerinitiatieven

Het aantal bewonersinitiatieven in het sociaal domein groeit gestaag. De laatste jaren zijn overal in Nederland wijkbewoners in beweging gekomen. Ze onderhouden speelvoorzieningen, doen aan groenbeheer, proberen de overlast van jongeren te verminderen of zorgen voor sociale contacten. De gemeente wil bewonersinitiatieven graag ondersteunen maar stuit op dilemma’s, van financiële en intrinsieke aard. De cruciale vraag is hoe ver je gaat om subsidie te krijgen en om alle bewoners bij je initiatief te betrekken. Kant-en-klare oplossingen zijn er niet, kansen wel.

Als gevolg van de decentralisaties, bezuinigen verschillende gemeenten onder andere fors op speeltoestellen. In steeds meer gemeentes wordt met bewonersparticipatie bij speelplekken gewerkt. Bewoners zoeken sponsorgeld voor hun activiteiten, iets dat de gemeente niet kan krijgen. Veel bedrijven willen graag maatschappelijke projecten, zoals een hondenspeelplaats in een wijk of buurt steunen. Als tegenprestatie zouden zij dan hun naam vermeldt kunnen krijgen als sponsor. 

Veiligheid

Samen willen we Almelo veiliger maken. Het moet in Almelo veilig wonen, werken en verblijven zijn. Voor (ondermijnende) criminaliteit is geen plek. Als reactie op schriftelijke vragen over illegaal wapenbezit kreeg de Partij Vrij Almelo als antwoord dat de Nationale politie zich ernstige zorgen maakt over het aantal vuurwapens dat in omloop is in Twente. Frappant is dat de Nationale Politie geen goed beeld heeft van wat er nu eigenlijk gebeurt met de wapens en wie ze in bezit heeft. Het aantal vuurwapenincidenten wordt niet geregistreerd. 

De PVA dient met ondersteuning van de PVV een motie in waarbij wij het college oproepen om  tafel te gaan met de politie en het Openbaar Ministerie (OM) om een lokale wapen inleveringsactie te organiseren waar mensen vuur- en steekwapens kunnen inleveren zonder daarvoor gestraft te worden en de raad hierover voor de winter te informeren.

Burgerpeiling

Een goede relatie tussen inwoners en gemeente is belangrijk, omdat de gemeente, bij veel aspecten van het wonen en (samen)leven van inwoners betrokken is. Belangrijk voor een goede relatie is vertrouwen in de gemeente. Een vrij grote groep is kritisch op de houding van de gemeente als het gaat om toezicht en het naleven van regels. Het aantal bezwaarschriften en rechtszaken neemt na de invoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) fors toe. Dat kan de gemeente goud geld gaan kosten. Conflicten tussen burgers en overheid ontaarden vaak in een juridisch steekspel. Wat begint met een meningsverschil over bijvoorbeeld een vergunning, eindigt na een verbeten strijd in de rechtszaal. Dat vinden wij geen goede zaak.

Juridische procedures

De Partij Vrij Almelo wil graag weten wat de kosten zijn van juridische procedures en op welke manier het college het aan de gemeenteraad verantwoording af kan leggen over het gevoerde juridisch beleid. Dit met het oog op de nieuwe omgevingswet. Door vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, duren procedures niet onnodig lang. Wij zouden graag een overzicht hebben van de door de gemeente gevoerde procedures waarbij gebruik is gemaakt van de diensten van een externe advocaat in de periode 1 mei 2016 – 1 mei 2019.

Dierenwelzijnsbeleid

In de begroting zagen wij het woord dierenwelzijn drie keer voorbijkomen terwijl de Omgevingsvisie vermeld in de Perspectiefnota ons meer mogelijkheden geeft om voor extra bescherming te kiezen of juist zaken te weren waar dat nodig is. Wij zien hierin kans om intensieve veehouderijen of uitbreidingen daarvan te weren. We weten immers uit diverse onderzoeken maar ook uit de praktijk wat voor effecten dit heeft op het milieu vanwege de uitstoot van broeikasgassen, de effecten op gezondheid en natuurlijk de ernstige aanslag op dierenwelzijn. Wij vrezen dat hierdoor aandacht voor het welzijn van dieren onvoldoende of niet wordt uitgewerkt in de Omgevingsvisie, en dat terwijl de provincie binnen haar natuurbeleid, ruimtelijke ordening en bij de aanleg en onderhoud van infrastructuur mogelijkheden ziet om rekening te houden met het welzijn van dieren. 

Lokale lastenmeter voor inwoners en bedrijven

Hoeveel ben ik precies kwijt aan lokale lasten? Dat betekent een hoop rekenwerk. De lokale lastenmeter geeft bewoners en bedrijven gemakkelijk inzicht in de hoogte van hun gemeentelijke belastingen. Daarbij kan worden ingespeeld op de individuele situatie. Ook kan een vergelijking worden gemaakt vanuit de eigen situatie met andere gemeenten. We dienen samen met de PVV een motie in en vragen het college onderzoek te doen naar gebruik en effect van het instrument “Lokale Lastenmeter” en de toepasbaarheid voor Almelo.

 

Voorzitter: het college wil een balans zien te vinden tussen financieel van de stad en het blijven ontwikkelen van de stad. Dat vraagt dus om oplossingen om samen actief te lobbyen voor toereikende rijksbudgetten. We hebben een stad met veel laagopgeleiden. De fors toegenomen werkgelegenheid heeft de armoede in Nederland nauwelijks teruggedrongen. Ook zijn de inkomensverschillen daardoor niet afgenomen. Zal het Actieplan Twente Werkt ook voor deze mensen gelden? Zal de banenmotor het Xl Businesspark er ook voor deze mensen zijn? 

Tot we ons huishoudboekje in orde hebben, hebben we echter nog een belangrijke uitdaging. We moeten verstandig blijvend investeren in onze stad. Daar waar (financiële) middelen zijn moeten we die blijven inzetten. Het signaleren van overlast en verpaupering is blijvend belangrijk en moet streng worden aangepakt. Dit legt immers een stevig fundament onder onze toekomst. 

Het college heeft dat uitgewerkt in een gedurfde Perspectiefnota. Daarmee krijg je de handen niet eenvoudig mee op elkaar. Zeker niet bij de inwoners die elke dag, elke week, elke maand inhoud geven aan hun vrijwilligerswerk, verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving en naasten. 

Ik wil graag eindigen met het onderwerp democratische vernieuwing (innoveren). Een belangrijk vraagstuk  van onze tijd. Het huidige politieke systeem rekent namelijk zowel lokaal als landelijk op minder draagvlak en vertrouwen van inwoners. Inwoners voelen zich niet altijd meer goed gepresenteerd door politieke partijen. Zij willen graag zelf invloed uitoefenen op de zaken die hen dagelijks aangaan.

 

Tot zover onze bijdrage. 

 

14 juni 2019

BEANTWOORDING COLLEGE B&W AANVULLENDE VRAGEN OVER VUURWAPENS

 

Veel burgemeesters van grote steden vinden dat leden van schietsportverenigingen niet langer thuis wapens moeten bewaren maar op de schietclub. Verder zeggen ze dat er standaard een geneeskundige verklaring moet worden afgegeven bij aanvraag en bij verlening van een wapenvergunning.

Jaap Timmer, docent aan het centrum voor politie- en veiligheidswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam, is het met de burgemeesters eens dat er beter naar de psychische gesteldheid van de aanvrager van een wapenvergunning moet worden gekeken. Maar de opslag van wapens bij schietclubs vindt hij geen goed idee. ,,Er ontstaan enorme wapendepots en die zullen het doelwit worden van criminelen.”

Laten we even voorop stellen dat we geen tegenstander zijn van wapenbezit per sé. Er zijn erg veel sportschutters in Nederland, en over het algemeen zorgen die niet voor zo gigantisch veel problemen dat wij daar iets aan zouden willen doen. Waar we WEL tegen zijn, is het dermate versoepelen van de wapenwet dat elke idioot een wapen kan krijgen.

De politie voert vaak zijn taken niet goed uit. Als burger kun je daar niet omheen, je haalt je beurten, je vult de formulieren in etc… en dan krijg je wat je toekomt. Maar de politie heeft geen tijd om langs te komen, kijkt niet naar je kluis, is soms onzorgvuldig met de administratie en de agent aan de deur kijkt ook alleen naar nummertjes. Gelukkig is er op veel schietsportverenigingen goede onderlinge controle en reguleert dat zichzelf.

 

 

Onderwerp: Vragen over vuurwapens

Behandeld door G.B.M. Peterman

 

Geachte heer De Olde, Bij brief van 6 mei jl. heeft u aanvullende vragen gesteld over vuurwapens. Met deze brief beantwoorden wij uw vragen.

 

Vraag 1.

Zou het (ook) niet verplicht moeten zijn dat wapens uitsluitend “op slot” (wapenslot) mee naar huis worden genomen en dat de sleutels op de club blijven? Doel is het schietklaar maken van het wapen te verlengen en zo de man of vrouw, die handelt in een vlaag van verstandsverbijstering, de tijd geven weer tot bezinning te komen.

Antwoord:

De voorschriften waaraan een wapenvergunninghouder moet voldoen en de wijze waarop en de plaats waar hij zijn wapen(s) en munitie dient te bewaren zijn vastgelegd in landelijke regelgeving gebaseerd op de Wet wapens en munitie. De afwegingen die ten grondslag liggen aan deze regelgeving (en dus ook die met betrekking tot het bewaren van een wapen) worden gemaakt door de centrale overheid. De gemeente heeft daarin geen rol. Uw vraag is weliswaar politiek en maatschappelijk interessant, maar het is bestuurlijk niet relevant wat hierbij de opvattingen van een lokaal college zijn. Bij de beantwoording van uw eerdere vragen over dit onderwerp (onze brief van 23 april 2019) konden wij u voorzien van feiten en cijfers, maar hebben wij ook al aangegeven dat de gemeente bestuurlijk geen betrokkenheid heeft bij de materie.

 

Vraag 2.

Zou het niet verplicht moeten zijn dat munitie voortaan opgeslagen wordt in wapenkluizen op de schietvereniging en alle verkochte munitie wordt geregistreerd? Ieder wapenvergunninghouder bergt zijn eigen munitie thuis op. Door verenigingen wordt aan schutters munitie verkocht. De schietvereniging is niet verplicht de transactie te registreren, het geen de controle op gebruikte munitie daarom niet of nauwelijks mogelijk maakt. Bij onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek en- Documentatiecentrum (WODC) naar illegale vuurwapens bleek dat, hoewel er bij schietverenigingen nauwelijks sprake is van doorverkoop van vuurwapens aan het illegale circuit, er wel aanwijzingen zijn voor het weglekken van munitie aan leden. Gezien het feit dat het sportschutters niet is toegestaan hun wapens thuis te gebruiken is er geen reden om hen toe te staan de munitie voor hun wapens thuis te bewaren.

Antwoord:

Zie het antwoord bij vraag 1.

 

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester

 

 

21 mei 2019

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN PARTIJ VRIJ ALMELO OVER JEUGDHULP

 

Aan: raadsfractie PVA

t.a.v. de heer de Olde

Behandeld door M. Oosterhof

 

Geachte heer de Olde,

In uw brief van 31 maart 2019 heeft u vragen gesteld over jeugdhulp. Hieronder beantwoorden wij de door u gestelde vragen.

 

Vraag 1,

Hoeveel aanbieders zijn er in Almelo voor jeugdhulp?

Antwoord:

Op dit moment zijn er 150 gecontracteerde aanbieders voor een vorm van hulp binnen de jeugdwet.

 

Vraag 2.

Op welke wijze worden minderjarigen doorverwezen naar hulpverlenende instanties binnen de jeugdzorg?

Antwoord:

Binnen de jeugdwet zijn er diverse wettelijke verwijzers:

. gemeente

. huisarts

. medisch specialist / jeugdarts

. gecertificeerde instellingen

. kinderrechter

Het ligt er aan wie de verwijzer is, om te bepalen hoe de verwijzing tot stand komt.

Hieronder een toelichting per wettelijke verwijzer(s)

– Gemeente / huisarts / medisch specialist of jeugdarts 

Medewerkers van het wijkteam (gemeente), de huisarts, medisch specialist of jeugdarts gaan in een gesprek na wat de beste oplossing is voor de gestelde hulpvraag. Soms hebben ouders / verzorgers / kinderen meer grip op de situatie na een gesprek met de verwijzer. Andere keren is een voorliggende voorziening nodig, zoals bijvoorbeeld een coachingstraject. Als de hulpvraag complexer is, vraagt dit om maatwerk. In dat geval volgt een doorverwijzing naar een aanbieder. Huisartsen verwijzen overwegend door naar de jeugd geestelijke gezondheidszorg (j-ggz) voor diagnose/ consultatie of behandeling.

– Gecertificeerde instellingen

Gecertificeerde instellingen komen in beeld na een uitspraak van de rechter. De gecertificeerde instelling is dan de uitvoerende organisatie van de maatregel (ondertoezichtstelling met of zonder uithuisplaatsing) en mag de wettelijke verwijzer ook aanvullende hulp indiceren. Zoals diagnostiek, behandeling, om er voor te zorgen  dat de ontwikkeling van het kind zo snel mogelijk weer wordt gestimuleerd en de maatregel kan worden opgeheven.

– kinderrechter

Kinderrechters kunnen ter zitting ook aanvullende hulp eisen. Bijvoorbeeld bij een (v)echtscheiding of gedrags problematiek, waarna een verwijzing volgt naar een passende aanbieder.

 

Vraag 3.

Hoe lang zijn de wachttijden?

Antwoord:

De lengte van de wachttijd hangt sterk af van de zorgaanbieder en/of de verwijzer, maar ook van het soort hulp dat wordt ingezet (voorliggende voorziening of maatwerk). Voor specialistische hulp  gelden over het algemeen langere wachttijden dan voor meer generieke hulp. Als er sprake is van een wachttijd, moet u denken intermen van weken dan wel maanden. Aanbieders hebben vaak op hun eigen website staan hoe lang nieuwe patiënten moeten wachten op zorg.

 

Vraag 4.

Hoeveel minderjarigen hebben vanaf 2015 aanspraak gemaakt op jeugdzorg?

Antwoord:

Het aantal minderjarigen wat (1x) een vorm van geïndiceerde jeugdhulp heeft gehad sinds 2015, is: 3916. Dit is uitgezonderd de minderjarigen die gebruik maakten van een voorliggende voorziening (kinder-/pubercoach).

 

Vraag 5.

Hoeveel van hen krijgen hiervoor thuis hulp en hoeveel verblijven er in een instelling?

Antwoord:

Het antwoord hangt sterk samen met het meetmoment en de lengte van de indicatie. Het kind dat in het begin van het kalenderjaar thuis hulp heeft ontvangen en later toch uit huis is geplaatst, telt bijvoorbeeld mee in beide, door u genoemde, categorieën. Ook kan een kind nu tijdelijk uit huis wonen of uit huis geplaatst zijn en over een paar weken niet meer. Er is daarom geen eenduidig antwoord te geven op de door u gestelde vraag.

 

Vraag 6.

Welke afspraken zijn er binnen de gemeente Almelo gemaakt om de problematiek omtrent de jeugdzorg op te lossen?

Antwoord:

Met u zien wij twee zijden aan de aanpak van problemen in de jeugdzorg. Enerzijds willen wij kinderen in onze gemeente  gezond en positief laten opgroeien. Voor diegene die zorg nodig heeft, is er aanvullende hulp bechikbaar via een voorliggende voorziening of zorgaanbieder. Tegelijk willen wij uitkomen met Rijksmiddelen en zien wij ons gesteld voor het grote vraagstuk wat betreft tekorten. In het eind 2018 vastgestelde Maatregelenplan) BW 6696), waarover we u begin 2019 informeerden, leest u onze aanpak terug. Dan gaat het onder meer om maatregelen die zorgen voor afbuiging van zware zorg naar lichtere vormen van zorg en ondersteuning. Daarnaast willen we de efficiëntie van de uitvoering van de jeugdzorg verhogen, door onder andere aangepaste beleidsregels en verordering en versterking op gebied van contractmanement.

 

Vraag 7.

Wat is het effect van de lange wachttijd op de problematiek van een minderjarige?

Antwoord:

Het is niet gewenst dat ouders en kinderen te lang moeten wachten om met begeleiding of behandeling te starten. Te lang wachten op passende jeugdhulp kan eern nadelig effect hebben op veiligheid en ontwikkeling van kinderen en jeudigen. Bij urgente gevallen zorgen gemeente en maatschappelijke partners voor een adequate oplossing. Voor minder urgente gevallen geldt dat ouders / verzorgers verantwoordelijk blijven voor de zorg van hun kind. Ook de verantwoordelijke uitvorende partij ziet, mits betrokken, mede toe op de veiligheid van het kind.

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo,

de secretaris,                  de burgemeester

 

 

11 mei 2019

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN DOOR B&W OVER TEGENGAAN VAN CRIMINALITEIT ONDER JONGEREN

 

Behandeld door Niels Jong

Aan de Fractievoorzitter van de PVA t.a.v. de heer H. de Olde,

 

Geachte heer De Olde,

Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen over het tegengaan van criminaliteit onder jongeren die u namens de PVA-fractie aan het college hebt gesteld d.d. 3 april jl.

 

Vraag 1.

De Partij Vrij Almelo (PVA) vraagt zich af of het college in beeld heeft hoeveel jongeren er in Almelo zijn met deze meervoudige problematiek en of deze jongeren een geschikte begeleiding krijgen?

Antwoord:

Ja, ervan uitgaande dat de definitie van meervoudige problematiek het aantal jongeren is dat in beeld is binnen het gedwongen kader (zowel jeugdbescherming als jeugdreclassering) beantwoorden wij deze vraag als volgt: In 2017 waren er 328 jeugdigen (gemiddeld) in beeld binnen het gedwongen kader (jeugdbescherming en jeugdreclassering) In 2018 waren dit 340 jeugdigen (gemiddeld). Als kanttekening moet worden gemaakt dat het niet allemaal jongeren zijn die crimineel gedrag vertonen maar ook te maken kunnen hebben met opvoedingsproblematiek en/of ontwikkelproblematiek. Per jongere wordt integraal bepaald welke vorm van hulp/ondersteuning geschikt/gewenst is. Dat kan zowel in het vrijwillig als het gedwongen kader (zie antwoord vraag 6).

 

Vraag 2.

Bent u het met ons eens dat het van belang is dat er voor deze jongeren een plek is en dat ze een geschikte behandeling krijgen?

Antwoord:

Ja.

 

Vraag 3.

Is het u bekend dat er jongeren zijn met een strafblad die iedere keer weer opnieuw boetes krijgen voor nagenoeg dezelfde overtreding zonder dat men zich afvraagt of er niet een betere manier is van optreden?

Antwoord:

Nee, er is sprake van maatwerk in de strafoplegging. Allereerst ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de strafoplegging bij het Openbaar Ministerie. Daarnaast is het al dan niet opleggen van een boete afhankelijk van een aantal factoren. Enerzijds is het afhankelijk van het voorziene effect op de jongere. Voor een aantal jongeren geldt dat hulp of ondersteuning geen gewenst effect hebben, dus zullen ze voor iedere overtreding gestraft worden. Voor andere jongeren geldt dat een taakstraf stimuleert om te stoppen met een overtreding of criminele activiteit dus zal dat worden toegepast. Een andere mogelijkheid is dat jongeren zorg of ondersteuning nodig hebben om overtredingen of criminele activiteiten te staken. In de meeste gevallen wordt per overtreding de afweging gemaakt welke maatregel het meeste effect zal hebben (zie vraag 6 voor het afwegingskader). Anderzijds kunnen bepaalde overtredingen impact hebben op de leefbaarheid in een straat of buurt, waardoor eerder een keuze wordt gemaakt om een boete op te leggen om ervoor te zorgen dat de overtredingen worden gestaakt.

 

Vraag 4.

Bent u op de hoogte van het feit dat er in Almelo een grote groep kwetsbare jongeren is die vaak ten prooi vallen aan de echte criminelen?

Antwoord:

Nee, er zijn ons geen signalen bekend dat Almelose jongeren vaak ten prooi vallen aan criminelen. Wel zijn er in Almelo kwetsbare jongeren die mogelijk gemakkelijk te beïnvloeden zijn door criminelen. Dat betekent dat jongerenwerkers, wijkagenten, jeugdagenten, wijkcoaches etc. alert moeten zijn op deze signalen. Op het moment dat ze zorgen hebben over een jongere kunnen ze hem of haar inbrengen bij het Jeugd Wijk Overleg (JWO). Op het moment dat een jongere in beeld is kan passende zorg of ondersteuning worden gezocht (zie vraag 6 voor de mogelijkheden).

 

Vraag 5.

Bent u op de hoogte dat er in Almelo een grote groep jongeren is die kampen met gedragsstoornissen en psychische problemen hebben en die dreigen buiten de boot te vallen?

Antwoord:

Nee, zowel in het vrijwillige als het bovengenoemde gedwongen kader is er een aanbod voor hulp en ondersteuning, dus voor alle jongeren geldt dat ze niet buiten de boot hoeven te vallen (zie antwoord vraag 6).

 

Vraag 6.

Weet het college dat op grond van bovenstaande gegevens er voor jonge criminelen die herhaaldelijk in de fout gaan (met onmetelijk veel schade voor de samenleving) er voor deze groep geen sluitende aanpak is?

Antwoord:

Nee, dit is niet aan de orde. Voor de aanpak van criminele (of overlastgevende en/of zorgbehoevende) jongeren is er in Almelo een sluitende aanpak in de vorm van het CZAV-opschalingsmodel. CZAV staat voor de Coördinatie van Zorg, Armoedeproblematiek en Veiligheid. Uitgangspunt is zelfredzaamheid van de jongere, eventueel met ondersteuning vanuit een vrijwillig kader, bijvoorbeeld door een wijkcoach. Op het moment dat ondersteuning vanuit een vrijwillig kader geen effect heeft en er toch zorgen zijn over een onveilige opgroeisituatie of risico’s op mogelijke criminaliteit en/of verslavingsproblematiek kan worden opgeschaald naar een gedwongen kader. Dat kan naar het Justitieel Overleg Risicojongeren (JOR) als er sprake is van strafbare feiten voor de afstemming tussen zorg en strafrecht, of de beschermingstafel voor afstemming met de Raad voor de Kinderbescherming als ingang naar civielrechtelijke maatregelen. Voor beiden geldt dat onder regie van een procesmanager een plan van aanpak wordt opgesteld voor de betreffende jongere, waarbij wordt gekeken naar geschikte hulp of ondersteuning vanuit de zorg of strafrechtelijke maatregelen. Als er sprake is van een direct risico op een calamiteit of openbare orde en veiligheid kan direct worden opgeschaald en wordt onder regie van een procesmanager een plan van aanpak opgesteld, mogelijk in samenwerking met het Veiligheidshuis Twente (VHT).

 

Vraag 7.

We horen vaak dat reguliere aanpak voor deze extreme doelgroep niet het gewenste effect heeft, wat gebeurt er op dat moment als reguliere hulpverlening stopt?

Antwoord:

Op het moment dat maatregelen in het vrijwillige kader geen gewenst effect heeft wordt opgeschaald naar het gedwongen kader. In het JOR of op de beschermingstafel wordt per casus een plan van aanpak opgesteld, waarbij onder andere de afweging wordt gemaakt of gedwongen zorg of het strafrecht wordt ingezet.

 

Vraag 8.

Heeft de gemeente Almelo overzicht hoeveel (aantal) jongeren geen werk hebben i.v.m. voornoemde problematiek, en geen enkele vorm van begeleiding krijgen?

Antwoord:

Ja, er zijn in Almelo 329 jongeren tussen de 18 en 23 jaar zonder startkwalificatie (minimaal een diploma op Havo-, VWO- of MBO 2-niveau). Van deze jongeren hebben 201 jongeren inkomsten uit arbeid. Anderen combineren inkomsten uit arbeid met een (WW- of Participatiewet-)uitkering of zijn volledig afhankelijk van een uitkering. In totaal zijn er 53 jongeren die geen inkomen hebben. Deze jongeren zijn allemaal in beeld bij de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (RMC). De werkwijze van de RMC is om met jongeren in gesprek te gaan om ze te stimuleren om alsnog een diploma te halen. Het komt soms voor dat jongeren ondersteuning van de RMC weigeren, dit is bij 3 jongeren het geval. Als er signalen zijn dat er sprake is van criminaliteit, dan schaalt de RMC op naar procesmanagement (zie het antwoord onder vraag 6).

 

Vraag 9.

Is er in Almelo een potje/fonds waaruit professionele hulp vergoed kan worden, inzake de extreem moeilijke doelgroep die geen hulp ontvangen alsnog te benaderen en hulp kan worden geboden om ze weer toekomstperspectief te bieden?

Antwoord:

Ja. Allereerst is er geen extreem moeilijke doelgroep waarvoor we geen hulp kunnen inzetten. We hebben de hulpverlening op orde; alle nodige vormen van hulp en ondersteuning zijn ingekocht, dus hulp wordt gefinancierd vanuit de reguliere budgetten. In situaties die vast (dreigen te) lopen kan de z.g. doorbraakmethode worden ingezet. In dat geval kan het maatwerkbudget worden ingezet om de doorbraak te realiseren.

 

Vraag 10.

Heeft de gemeente Almelo op dit moment behoefte aan een instantie die mogelijk wel in de gelegenheid is deze problematiek aan te pakken, bij jongeren waar geen contact meer mee is en geen hulp en begeleiding meer hebben?

Antwoord:

Nee, via de reguliere zorg- en opschalingsstructuur kunnen alle vormen van hulp en begeleiding worden aangeboden, zowel in het vrijwillige als het gedwongen kader. De gemeente Almelo heeft deze zorg ingekocht en met de aanbieders contracten afgesloten. In uitzonderlijke gevallen kan, onder regie van het procesmanagement, alternatieve hulp/begeleiding worden ingezet, wanneer de situatie erom vraagt. Deze hulp of ondersteuning moet voldoen aan de benodigde kwaliteitsnormen.

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

 

 

2 mei 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN COLLEGE VAN B&W ALMELO. BETREFT: JURIDISCHE PROCEDURES

 

Geacht college,

De Partij Vrij Almelo (PVA) wil graag weten wat de kosten zijn van juridische procedures en op welke manier het college aan de gemeenteraad verantwoording kan afleggen over het gevoerde juridisch beleid. Dit met het oog op de nieuwe omgevingswet. Door de vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, duren procedures niet onnodig lang.

 

De schriftelijke vragen:

1. Kunt u een overzicht geven van de door de gemeente gevoerde juridische procedures waarbij gebruik is gemaakt van de diensten van een externe advocaat in de periode 1 mei 2016 – 1 mei 2019?

2. Kunt u in dat overzicht aangeven voor zover de procedures tot uitspraken hebben geleid of op een andere manier zijn beëindigd, of de gemeente de zaak gewonnen of verloren heeft of geen van beiden en welke (financiële) consequenties dit heeft of heeft gehad voor de gemeente of een project?

3. Kunt u daarnaast voor deze procedures aangeven hoeveel geld deze procedures aan advocaatkosten hebben gekost?

4. Is hierbij steeds van hetzelfde advocatenkantoor of van een aantal kantoren gebruik gemaakt?

5. Is er een contract met dit kantoor of deze kantoren en op welke manier wordt beoordeeld of de geleverde prestaties goed zijn? Zijn er bijvoorbeeld afspraken (targets) over het aantal te winnen zaken als percentage van het totale aantal zaken of van het tevoren als ‘te winnen’ ingeschatte deel van de procedures?

6. Indien er sprake is van een contract wordt dan alleen betaald voor gedeclareerde uren of is sprake van een vast (basis)bedrag tot welk het dus niet uitmaakt of er wel of niet geprocedeerd wordt?

7. Kunt u een overzicht geven van de in dezelfde periode door of namens de gemeente gevoerde juridische procedures waarbij gebruik werd gemaakt van vertegenwoordigers in (vaste) dienst van de gemeente, bijvoorbeeld juridische medewerkers van diensten en afdelingen?

8. Kunt u van deze procedures eveneens aangeven wat het resultaat is (geweest), welke (financiële) consequenties dit had en hoeveel geld het procederen gekost heeft, kijkend naar uren en eventuele (externe) juridische adviezen?

9. Kunt u voor alle gevoerde juridische procedures aangeven of de betrokken (gemeente)advocaat of jurist tevoren had ingeschat dat de procedure door de gemeente zou worden gewonnen?

10. Is het college bereid om jaarlijks een overzicht te geven van gewonnen en verloren (of geen van beiden) zaken en de met advocaten afgesproken doelen (targets) en zo nee, bent u dan bereid op een andere manier verantwoording af te leggen over dit aspect van het gemeentelijke beleid?

11. Kunt u ons aangeven hoe vaak er wettelijke termijnen zijn overschreden o.a. inzake bezwaarschriften en waarbij de partij die het bezwaar heeft ingediend dan een bedrag uitgekeerd heeft gekregen?

12. Hoeveel arbeidstijd is er door de ambtenaar en juridisch beleidsmedewerkers aan procedures besteed en wat heeft dat gekost?

13. Steeds meer burgers hebben het gevoel dat hun gemeente met twee maten meet. Zou het dan niet een hoop geld schelen Indien er op een menselijke wijze wordt overlegd en de regels soepeler worden toegepast?

 

Wij kijken met belangstelling uit naar beantwoording van bovenstaande (schriftelijke) vragen.

Namens de fractie Partij Vrij Almelo (PVA),

Harry de Olde (fractievoorzitter)

 

 

25 april 2019

Beantwoording raadsvragen Partij Vrij Almelo over schuldhulpverlening

 

De gemeente Almelo kent veel inwoners met een laag inkomen. Een aantal mensen kampt met risicovolle schulden doordat zij veelal de controle kwijt zijn geraakt over het financiële overzicht. Er bestaat ook een groep mensen wiens persoonlijke beperkingen het niet toelaten dat zij hun financiën zelf kunnen beheren.

Deze groepen mensen kunnen dan zgn. beschermingsbewind aanvragen waarbij een bewindvoerder ( aangewezen door de Kantonrechter) de financiën voor hen gaat beheren en  tevens het aanspreekpunt kan zijn bij eventuele schulden.

 

Aan de raadsfractie PVA T.a.v. dhr. De Olde

Behandeld door R. Leverink-Borkent.

 

Geachte heer De Olde,

Op 1 april 2019 stuurde u schriftelijke vragen. Hieronder beantwoorden wij uw vragen.

 

Vraag 1.

Heeft de gemeente Almelo inzage in het aantal mensen dat in Almelo onder beschermingsbewind staat ?

Antwoord:

Voor het deel van de mensen dat hiervoor bijzondere bijstand ontvangt hebben wij hier inzicht in. Het gaat om 998 unieke cliënten bij 126 bewindvoerders (aantallen februari 2019).

 

Vraag 2.

Hoeveel commerciële instellingen telt de gemeente Almelo die als bewindvoerder optreden voor deze kwetsbare groep mensen?

Antwoord:

Zoals aangegeven hebben wij geen overzicht van het totale aantal commerciële bewindvoerders maar wel gegevens van de mensen die via bijzondere bijstand gebruik maken van bewindvoering. Zie het antwoord op vraag 1. Bewindvoering is geen taak van de gemeente en mensen kunnen zelf een bewindvoerder kiezen.

 

Vraag 3.

Worden de kosten die in rekening worden gebracht door deze commerciële instellingen vergoed (indien nodig) door de bijzondere bijstand en hoeveel bedragen deze?

Antwoord:

Wanneer mensen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor bewindvoering dan worden deze kosten vergoed. Voor bewindvoering gelden in Nederland “eenheidstarieven” die voor elke bewindvoerder gelden. Deze tarieven worden bepaald door het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK). Eenvoudige bewinden dragen de lasten van ingewikkelde bewinden: voor alle werkzaamheden kan geen extra bijdrage worden gevraagd. Het tarief gaat uit van een vaste gemiddelde tijdsbesteding en all-in uurprijs voor verschillende klantcontexten (1/2 persoons, met/zonder schulden, opstarttarieven e.d.). Tarief bewindvoering 2019: – standaard beloning (17 uur) 1.132 p.j. – beloning in bewind met schulden (22 uur) 1.464 p.j. Het uursalaris bedraagt in 2019 € 66,50 per uur. In de jaren 2014-2018 was het uurtarief zo’n € 65 per uur (voor het eerst in 2019 “geïndexeerd”).

 

Vraag 4.

Is er een stijgende lijn waarneembaar in de kosten die bewindvoerders in rekening brengen?

Antwoord:

De kosten die bewindvoerders in rekening brengen zijn conform de geldende eenheidstarieven.

 

Vraag 5.

Stijgt het aantal inwoners dat een beroep doet op beschermingsbewind?

Antwoord:

Er is een stijgende lijn zichtbaar in het aantal mensen dat in bewindvoering zit en hier bijzondere bijstand voor krijgt en dus ook de kosten die hiermee verbonden zijn. In 2015 kregen zo’n 690 mensen bijzondere bijstand voor bewindvoering en dat steeg tot 998 mensen begin 2019. De kosten stegen in die jaren van ongeveer € 730.000,- tot ongeveer € 1.300.000,-.

 

Vraag 6.

Heeft de gemeente Almelo een zorgplicht ten aanzien van haar kwetsbare burgers?

Antwoord:

Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) hebben gemeenten de plicht om inwoners met schulden te helpen.

 

Vraag 7. Welke hulp biedt de gemeente Almelo momenteel aan deze kwetsbare groep burgers?

Antwoord:

Via De Toegang bieden schuldenspecialisten in samenwerking met (professionele / vrijwilligers) organisaties in het schuldhulpverleningsveld (genaamd SUS: Samen Uit de Schulden) hulp aan mensen met financiële problemen en / of schulden. De Toegang is de brede toegang tot ondersteuning op alle leefgebieden. Het gaat daarbij dus niet alleen om “geïndiceerde” dienstverlening die nu via Werkplein, Wmo-loket, Sociale wijkteams, Cimot, Stadsbank, e.a. ontsloten wordt. Het gaat ook om toegang naar algemeen toegankelijke ondersteuning zoals maatschappelijk werk, welzijn en informele zorg en om ondersteuning die door anderen wordt geboden zoals huisartsen, wijkverpleging en zorgkantoor. In twee pilotwijken wordt geëxperimenteerd met deze nieuwe manier van werken. De SUS samenwerking bestaat uit de beide woningbouwcorporaties Beter Wonen en St. Joseph, de KRA, de Thuisadministratie, Schuldhulpmaatje, de Stadsbank en de schuldenspecialisten van De Toegang. Daarnaast wordt gestart met het project Vroeg Eropaf. Met deze aanpak willen we samen met de betrokken partijen problematische schulden, afsluitingen en uithuiszetting voorkomen. Kerndoelstelling is herstel van tijdige en regelmatige betaling van vaste lasten, zoals huur, energie, water en ziektekostenverzekering. Uiteindelijk beogen we een duurzame zelfredzaamheid van de betreffende huishoudens te realiseren. We borgen het project in De Toegang en werken regionaal samen.

 

Vraag 8.

Is het mogelijk dat de gemeente zelf een project gelijkend op beschermingsbewind op kan starten, in navolging van andere gemeentes zoals Tilburg, Deventer, Groningen?

Antwoord:

Dat kan een mogelijkheid zijn. We onderzoeken of een vorm van meer gemeentelijke regie op bewindvoering.

 

Vraag 9.

Beschikt de gemeente Almelo over de expertise om deze mensen te helpen zoals voorgesteld in vraag 8?

Antwoord:

De gemeente Almelo is nu niet voldoende toegerust op uitvoering van bewindvoering. Afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning zal worden bepaald hoe dit in te richten.

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

 

 

25 april 2019

Beantwoording schriftelijke vragen aan college B&W over vuurwapens.

 

Er zijn meer illegale vuurwapens in omloop in Nederland en het is makkelijker om eraan te komen, stellen deskundigen van zowel het Arnhemse onderzoeksbureau Beke als het landelijke Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Uit cijfers blijkt dat in het oosten van Nederland en in enkele delen van Noord-Brabant gemiddeld de meeste wapens in omloop zijn. Wapens zijn ook goedkoper geworden. De politie neemt in Nederland wekelijks zo’n tweehonderd vuurwapens in beslag.

 

Behandeld door G.B.M. Peterman.

 

Geachte heer De Olde,

Bij brief van 11 februari jl., heeft u vragen gesteld over vuurwapens. Met deze brief beantwoorden wij uw vragen.

 

Vraag 1.

Is het bekend bij de politie wie in Almelo een vuurwapen gebruikt en/of een vergunning bezit?

Antwoord:

Bij de politie is bekend wie er legaal een vuurwapen gebruikt en daarvoor vergunning heeft. Dit zijn voornamelijk vergunninghouders die de schietsport beoefenen en jachtaktehouders.

 

Vraag 2.

Is hier frequent controle op?

Antwoord:

Diegene die vergunning heeft voor de schietsport of een jachtakte heeft wordt eens in de 3 jaar gecontroleerd door de politie. Vergunninghouders jonger dan 25 jaar worden elk jaar gecontroleerd.

 

Vraag 3.

Welke rol speelt de burgemeester van Almelo (eventueel via de Veiligheidsregio) hierbij, of welke rol kan of wil hij spelen?

Antwoord:

De burgemeester speelt hierin geen rol.

 

Vraag 4.

Is er beleid bij de politie ten aanzien van meldingen van bedreiging en stalking door mensen met een wapenvergunning?

Antwoord:

Het opsporings- en vervolgingsbeleid ten aanzien van strafbare feiten ligt bij politie en Openbaar Ministerie.

 

Vraag 5.

Kan het college om te beginnen ons vertellen hoe de procedure voor het aanvragen van een wapenvergunning verloopt? Waar moet een persoon aan voldoen en wat zijn de specifieke eisen om in aanmerking te komen voor een wapenvergunning?

Antwoord:

Personen kunnen een vergunning bij het Team Korpscheftaken Eenheid Oost Nederland (bijzondere wetten) aanvragen, indien zij: – tenminste 18 jaar oud zijn; – een jaar lang lid zijn van een schietvereniging; – minimaal 18 schietbeurten hebben; – geen gevaar voor de openbare orde en veiligheid kunnen vormen; – geen aanleiding geven tot vrees voor misbruik; – de medische geschiktheid en vaardigheid hebben om met wapens om te gaan. Tijdens de aanvraag vindt er een kort gesprek met de aanvrager plaats om een eerste indruk te krijgen van de aanvrager. Indien aan de bovengestelde eisen is voldaan, wordt de aanvraag in behandeling genomen. Hier worden de aanvragers tot 8 jaar terug gescreend. Ook wordt tijdens deze screening gekeken of er op het adres van de aanvrager personen wonen die een belemmering (kunnen) vormen voor het verlenen van het verlof i.v.m. gevaar voor de openbare orde en veiligheid c.q. vrees voor misbruik. De screening vindt plaats op strafbare feiten en ook op de psychische gesteldheid van de aanvrager. Vervolgens wordt een afspraak gemaakt voor een intakegesprek bij de aanvrager thuis en voor een kluiscontrole. Tijdens het intakegesprek wordt beoordeeld of er mogelijk redenen aanwezig zijn tot vrees voor misbruik van vuurwapens. Er vindt ook een kluiscontrole plaats om te kijken of de wapens en munitie veilig worden opgeborgen en opgeslagen volgens de veiligheidsvoorschriften. Indien er nog twijfels zijn omtrent de psychische gesteldheid van de aanvrager kan het team Korpscheftaken van de politie, van de aanvrager een verklaring van de arts vragen of het verantwoord is of betrokkene gaat beschikken over vuurwapens. Als er na dit alles geen bezwaren zijn om de vergunning te verlenen, wordt de vergunning verleend. Voor jachtaktehouders gelden ongeveer dezelfde regels, alleen nog wat nader toegespitst op de jacht.

 

Vraag 6.

Hoe ziet een screeningsprocedure voor schietvereniging eruit bij het aannemen van leden voor de schietvereniging? Waar letten zij op bij het aannemen van personen die schietlessen willen nemen en eventueel voor een wapenvergunning gaan?

Antwoord:

De vereniging ziet er op toe dat alvorens een lidmaatschap aan een toekomstig lid van de vereniging wordt verleend: – een recente verklaring omtrent het gedrag door het lid is overgelegd; – de motieven voor het lidmaatschap van het lid zijn getoetst; – er voor zover de toetsing hiervan binnen de mogelijkheden van de vereniging ligt, van het lid geen psychische omstandigheden bekend zijn die het adequaat beoefenen van de schietsport in de weg kunnen staan en het lid niet verkeert in criminele kringen. De vereniging draagt er zorg voor dat het gebruik van wapens waarvoor vergunning is verleend, alleen is toegestaan conform de (wedstrijd)reglementen van de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA).

 

Vraag 7:

Kan het college ons vertellen of er ook sprake is van wederkerende psychologische evaluatie van diegenen die in het bezit zijn van een wapenvergunning?

Antwoord:

Volgens de politie is er geen sprake van een periodieke psychologische screening. Indien er signalen bij de politie binnenkomen dat sprake is van een psychische indicatie acteert de politie op dat moment.

 

Vraag 8.

Hoeveel personen in Almelo bezitten een wapenvergunning en een vuurwapen?

Antwoord:

In de gemeente Almelo hebben 104 personen een verlof tot voorhanden hebben van vuurwapens voor de schietsport en 80 personen hebben een jachtakte.

 

Vraag 9.

Hoeveel personen met een wapenvergunning hebben een strafbaar feit gepleegd de afgelopen vijf jaren? Is bij deze personen de wapenvergunning definitief ingetrokken?

Antwoord:

Het is ons niet bekend hoeveel wapenvergunninghouders de laatste 5 jaar een strafbaar feit hebben gepleegd. Als een wapenvergunninghouder een strafbaar feit pleegt, op grond waarvan vrees van misbruik van vuurwapens is te vrezen, dan wordt het verlof ingetrokken. Deze feiten staan genoemd in de Circulaire Wet wapens en munitie 2018. Uit de politiesystemen blijkt dat de laatste 5 jaar van 2 verlofhouders voor de schietsport en 1 jachtaktehouder het verlof is ingetrokken en dat bij 1 jachtaktehouder het verlof is geweigerd. Dit zijn cijfers die betrekking hebben op in Almelo woonachtige personen.

 

Vraag 10.

Wat is het maximum aantal vuurwapens dat iemand met een wapenvergunning mag bezitten? En wat voor type wapens mag een persoon met wapenvergunning bezitten?

Antwoord:

Sportschutters mogen maximaal 5 vuurwapens bezitten. Jagers maximaal 6 vuurwapens. Sportschutters mogen het eerste verlofjaar 1 vuurwapen voorhanden hebben. Sportschutters mogen alleen vuurwapens voorhanden hebben waarmee ze een tak van schietsport bij een schietvereniging kunnen beoefenen. Jachtaktehouders mogen alleen vuurwapens voorhanden hebben waarmee de jacht kan en mag worden beoefend. Sportschutters en jagers mogen geen automatische wapens voorhanden hebben.

 

Vraag 11.

Zijn er gevallen bekend van wapenvergunningbezitters met een strafblad of een psychiatrisch verleden?

Antwoord:

Indien iemand een strafblad heeft langer geleden dan 8 jaar is het in principe mogelijk dat men weer een verlof of jachtakte krijgt. Mensen die met een rechterlijke machtiging langer dan 8 jaar geleden zijn opgenomen in een psychiatrische instelling kunnen in principe ook weer een verlof aanvragen. Hoeveel personen met een strafblad buiten de termijn van 8 jaar vallen is ons niet bekend.

 

Vraag 12:

Kan het college ons vertellen hoeveel gevallen er bekend zijn van illegaal wapenbezit in Almelo? Graag de cijfers die bekend zijn over de afgelopen vijf jaar.

Antwoord:

Wij hebben hier als gemeente geen cijfers van.

 

Vraag 13:

De Nationale politie maakt zich ernstige zorgen over het aantal vuurwapens dat in omloop is. Deelt u deze zorgen ook?

Antwoord:

Deze zorg delen wij.

 

Vraag 14:

Hoeveel vuurwapens zijn er in 2017 in beslag genomen?

Antwoord:

Wij hebben hier als gemeente geen cijfers van. Het in beslag nemen van vuurwapens gebeurt overigens vaak in combinatie met andere delicten. Vuurwapenincidenten op zich worden niet (landelijk) geregistreerd.

 

Vraag 15:

Op welke wijze kunt u bij recidiverende criminelen via huisbezoek controleren op de aanwezigheid van wapens of munitie?

Antwoord:

De politie treedt op als er concrete informatie is over de aanwezigheid van een wapen. Daarnaast is er een speciaal team bij de landelijke eenheid van politie dat zich puur en alleen bezighoudt met de opsporing van wapens. Ook wordt onderzoek gedaan naar wapenhandel via het dark web.

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

 

 

10 april 2019

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN OVER SANERING ASBESTDAKEN

 

Aan: fractie PVA t.n.v. heer De Olde. Behandeld door P.F. Reinerink

 

Geachte heer De Olde,

In uw brief van 9 maart 2019 heeft u ons vragen gesteld over de sanering van asbestdaken binnen de gemeente Almelo. Met deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen.

 

Vraag 1.

Bent u op de hoogte dat huizenbezitters met asbest in hun dak in financiële problemen dreigen te komen omdat de staatssecretaris geen geld meer beschikbaar wil stellen voor asbestsanering?

Antwoord:

Het Rijk is bezig met de opzet van een Nationaal Fonds Asbestdaken waarin gelden beschikbaar worden gesteld door het Rijk, Provincies, Gemeenten en banken. Dit fonds zal fungeren als een vangnet voor minder draagkrachtigen (met gunstige leningsvoorwaarden), zodat de financiële situatie van mensen geen belemmering hoeft te zijn voor het saneren van een asbestdak.

 

Vraag 2.

Hoe vordert de sanering tot op heden? Is er al veelvuldig gebruik gemaakt van de (nog) beschikbaar gestelde hulpmiddelen en de subsidieregeling van het Rijk en/of gemeente/provincie?

Antwoord:

Uitgaande van de provinciale inventarisatie (maart 2018) is er nu voor ongeveer 23% van het totaal aanwezige asbestdakoppervlak in Almelo een melding voor verwijdering ingediend. Van de beschikbaar gestelde hulpmiddelen en het gratis storten voor particulieren met een dak kleiner dan 35m² wordt goed gebruik gemaakt.

 

Vraag 3.

Kunt u zeggen hoeveel asbestdaken er op dit moment nog in Almelo aanwezig zijn die voor verwijdering in aanmerking komen?

Antwoord:

Uit de inventarisatie blijken de volgende aantallen met asbestdaken in de gemeenten aanwezig : – industrieterreinen, 48 panden; – landelijk gebied, 460 panden; – stedelijk gebied, 3.068 panden. De totale oppervlakte van alle daken bedraagt 229.400 m².

 

Vraag 4.

Als deze informatie niet beschikbaar is, zou u dan op korte termijn een onderzoek naar deze gegevens willen instellen? En zo niet waarom niet?

Antwoord:

Zie beantwoording bij bovenstaande vraag.

 

Vraag 5.

Ons beeld is, dat het probleem zo groot is, dat er sneller gesaneerd moet worden dan in het huidige tempo om de doelstelling van 2024 te halen. Is dat beeld correct? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet.

Antwoord:

Eind 2024 moet er in Nederland zo’n 80 miljoen m² asbestdaken gesaneerd zijn waarvan er zo’n 10 miljoen m² zich in de provincie Overijssel bevindt. Een probleem dat zich hierbij voordoet is dat er op dit moment onvoldoende gekwalificeerd personeel is dat voor de sanering kan worden ingezet. Men probeert dit via twee sporen op te lossen, namelijk door: – landelijk de certificaten voor saneerders (met name buitensaneerders) te versimpelen; – regionaal actief doelgroepen te benaderen voor scholing tot asbestsaneerder.

 

Vraag 6.

Is het college van plan om binnen Almelo het verwijderen van asbestdaken bij de eigenaren (nog meer) onder de aandacht te brengen? Zo ja, hoe gaat u dit aanpakken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Bij ons besluit d.d. 21 november 2017 was een plan van aanpak bijgevoegd waarin is aangegeven hoe we communiceren richting eigenaren van asbestdaken. Deze aanpak geldt nog steeds. Verder is op 2 april jl. de Asbestdakenkaart Overijssel openbaar geworden. Hierop kan iedereen zien waar er zich in de provincie Overijssel asbestdaken bevinden. Ook bevat de betreffende website allerlei praktische informatie om eigenaren te faciliteren omtrent asbestsanering.

 

Vraag 7.

Heeft de gemeente Almelo ook een informatieplicht ten opzichte van huiseigenaren hoe men asbest kan herkennen?

Antwoord:

De gemeente heeft hierin geen actieve informatieplicht. Dit is een verantwoording van dakeigenaren zelf.

 

Vraag 8.

Bent u het met ons eens dat woningbezitters met een kleine beurs steeds meer in de financiële problemen komen in verband met het verduurzamen van hun woning terwijl de subsidieregeling asbestdaken ook nog weg valt?

Antwoord:

Zoals gemeld in het antwoord op uw eerste vraag, is er een Nationaal Fonds Asbestdaken in voorbereiding, juist bedoeld voor minder draagkrachtigen. De provincie Overijssel wil daar bij aansluiten. Ook gemeenten kunnen hierbij aansluiten door een bijdrage in het fonds te storten. Wij overwegen momenteel om deel te nemen aan deze fondsvorming. Door verdubbeling c.q. verdriedubbeling van de gemeentelijke bijdrage door de provincie, Rijksoverheid en banken kent het fonds een substantieel multipliereffect (naar verwachting 16x). Dat helpt inwoners met een kleine beurs om voor 2024 te investeren in de sanering van asbestdaken. Over een eventuele Almelose bijdrage aan het genoemde fonds zal te zijner tijd separate besluitvorming plaatsvinden.

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester

 

 

5 april 2019

CRIMINALITEIT ONDER JONGEREN TEGENGAAN

 

Almelo 3 april 2019

 

Geacht college,

Het is geen geheim dat er veel jongeren zijn waar geen kruid tegen is gewassen. Kenmerken van deze zogenaamde harde kern zijn: stelen, dealen, liegen en intimideren. Mag je hen zonder meer uitsluiten van noodzakelijke hulp?  Nee. Je moet namelijk eerst aantonen dat alle andere maatregelen niet hebben geholpen.

Het jongerenprobleem heeft namelijk te maken met verslaving, met schulden, met opvoedingsproblemen van kinds af aan, met opgroeien in probleemgezinnen, met huisvesting, ja zelfs met ontwikkelingsstoornissen. Veel ontspoorde jongeren komen mede door ontwikkelingsstoornissen keer op keer in de gevangenis.

Omdat ze crimineel en ziek zijn. Ons punt is: heb meer oog voor de reële problemen van deze jongeren en heb vooral meer oog voor de maatschappelijke consequenties. De problemen zijn zo divers, dat alleen maatwerk soelaas zal bieden.

Omdat we nu zelf diverse probleemjongeren gesproken hebben en we nogal geschrokken zijn van het feit dat deze jongeren geen werk hebben, en ook geen hulp of begeleiding meer ontvangen zien wij ons genoodzaakt tot het stellen van onderstaande vragen:

 

Vraag 1.

De Partij Vrij Almelo vraagt zich af of het college in beeld heeft hoeveel jongeren er in Almelo zijn met deze meervoudige problematiek en of deze jongeren een geschikte begeleiding krijgen?

 

Vraag 2.

Bent u het met ons eens dat het van belang is dat er voor deze jongeren een plek is en dat ze een geschikte behandeling krijgen?

 

Vraag 3.

Is het u bekend dat er jongeren zijn met een strafblad die iedere keer weer opnieuw boetes krijgen voor nagenoeg dezelfde overtreding zonder dat men zich afvraagt  of er niet een betere manier is van optreden?

 

Vraag 4.

Bent u op de hoogte van het feit dat er in Almelo een grote groep kwetsbare jongeren is die vaak ten prooi vallen aan de echte criminelen?

 

Vraag 5.

Bent u op de hoogte dat er in Almelo een grote groep jongeren is die kampen met gedragsstoornissen en psychische problemen hebben en die dreigen buiten de boot te vallen?

 

Vraag 6.

Weet het college dat op grond van bovenstaande gegevens er voor jonge criminelen die herhaaldelijk in de fout gaan (met onmetelijk veel schade voor de samenleving) er voor deze groep geen sluitende aanpak is?

 

Vraag 7.

We horen vaak dat reguliere aanpak voor deze extreme doelgroep niet het gewenste effect heeft, wat gebeurt er op dat moment als reguliere hulpverlening stopt?

 

Vraag 8.

Heeft de gemeente Almelo overzicht hoeveel (aantal) jongeren geen werk hebben i.v.m. voornoemde problematiek, en geen enkele vorm van begeleiding krijgen?

 

Vraag 9.

Is er in Almelo een potje/fonds waaruit professionele hulp vergoed kan worden, inzake de extreem moeilijke doelgroep die geen hulp ontvangen alsnog te benaderen en hulp kan worden geboden om ze weer toekomstperspectief te bieden?

 

Vraag 10.

Heeft de gemeente Almelo op dit moment behoefte aan een instantie die mogelijk wel in de gelegenheid is deze problematiek aan te pakken, bij jongeren waar geen contact meer mee is en geen hulp en begeleiding meer hebben?

 

Zou u zo vriendelijk willen zijn deze vragen te beantwoorden?

 

Met vriendelijke groet,

 

Namens Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde (fractievoorzitter)

 

 

3 april 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN OVER SCHULDHULPVERLENING

 

Almelo, 1 April 2019

 

Geacht college,

De gemeente Almelo kent veel inwoners met een laag inkomen. Een aantal mensen kampt met risicovolle schulden doordat zij veelal de controle kwijt zijn geraakt over het financiële overzicht. Er bestaat ook een groep mensen wiens persoonlijke beperkingen het niet toelaten dat zij hun financiën zelf kunnen beheren.

Deze groepen mensen kunnen dan zgn. beschermingsbewind aanvragen waarbij een bewindvoerder ( aangewezen door de Kantonrechter) de financiën voor hen gaat beheren en  tevens het aanspreekpunt kan zijn bij eventuele schulden.

 

Wij hebben de volgende vragen:

 

Vraag 1.

Heeft de gemeente Almelo inzage in het aantal mensen dat in Almelo onder beschermingsbewind staan ?

 

Vraag 2.

Hoeveel commerciële instellingen telt de gemeente Almelo die als bewindvoerder optreden voor deze kwetsbare groep mensen ?

 

Vraag 3.

Worden de kosten die in rekening worden gebracht door deze commerciële instellingen vergoedt ( indien nodig) door de bijzondere bijstand en hoeveel bedragen deze ?

 

Vraag 4.

Is er een stijgende lijn waarneembaar in de kosten die bewindvoerders in rekening brengen ?

 

Vraag 5.

Stijgt het aantal inwoners dat een beroep doet op beschermingsbewind ?

 

Vraag 6.

Heeft de gemeente Almelo een zorgplicht ten aanzien van haar kwetsbare burgers ?

 

Vraag 7.

Welke hulp biedt de gemeente Almelo momenteel aan deze kwetsbare groep burgers ?

 

Vraag 8.

Is het mogelijk dat de gemeente zelf een project gelijkend op beschermingsbewind op kan starten, in navolging van andere gemeentes zoals Tilburg, Deventer, Groningen ?

 

Vraag 9.

Beschikt de gemeente Almelo over de expertise om deze mensen te helpen zoals voorgesteld in vraag 8?

 

Wij zien de antwoorden met belangstelling tegemoet.

 

Met vriendelijke groet,

 

Namens de PVA fractie,

Harry de Olde

 

 

 

1 april 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN OVER JEUGDZORG

 

Almelo 31 maart 2019

 

Geacht college,

Signalen dat kinderen moeten wachten op jeugdhulp, waren voor het ministerie van VWS aanleiding om het Nederlands Jeugdinstituut te vragen in een beperkt aantal gemeenten onderzoek te doen naar wachttijden en wachtlijsten in de jeugdhulp. De nadruk bestaat vanuit de Jeugdwet op passende en volledige hulp.

Door de jeugdzorg te verdelen naar verschillende hulpverleners ontstaan er wel meer mogelijkheden om te sturen op een betere aansluiting tussen vraag en aanbod.

 

Wij hebben de volgende vragen:

 

Vraag 1.

Hoeveel aanbieders zijn er in Almelo voor jeugdhulp?

Vraag 2.

Op welke wijze worden minderjarigen doorverwezen naar hulpverlenende instanties binnen de Jeugdzorg ?

Vraag 3.

Hoe lang zijn de wachttijden?

Vraag 4.

Hoeveel minderjarigen hebben vanaf 2015 aanspraak gemaakt op Jeugdzorg?

Vraag 5.

Hoeveel van hen krijgen hiervoor thuis hulp en hoeveel verblijven er in een instelling?

Vraag 6.

Welke afspraken zijn er binnen de gemeente Almelo gemaakt om de problematiek omtrent de Jeugdzorg op te lossen?

Vraag 7.

Wat is het effect van de lange wachttijd op de problematiek van een minderjarige?

 

Met vriendelijke groet, namens de PVA fractie

Harry de Olde  (fractievoorzitter)

 

 

20 maart 2019

WIJZIGING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG

Stadhuis Almelo

 

Raadsvergadering 19 maart 2019.

Het college stelt voor  om als onderdeel van de herprioriteringen binnen het minimabeleid de individuele inkomenstoeslag te verlagen en de referteperiode te verlengen. Daarmee wordt een drempel, om werk te aanvaarden door uitkeringsgerechtigden, verminderd.

Daarnaast wordt voorgesteld de individuele studietoeslag juist te verhogen om daarmee het studeren van jongeren met arbeidsbeperkingen beter te ondersteunen. Zij kunnen daardoor in de toekomst beter in hun eigen onderhoud voorzien.

 

Voorzitter,

De Gemeente Almelo hanteert al een aantal jaren een zgn. individuele inkomenstoeslag voor mensen die langdurig in een WWB situatie verkeren. Eerder heette dit Witgoedtoeslag, daarna Langdurigheidstoeslag en tegenwoordig Individuele Inkomenstoeslag. De naam is al een aantal keren veranderd maar de hoogte van de toeslag niet. Middels een krantenartikel heeft de verantwoordelijke wethouder burgers geïnformeerd dat deze toeslag drastisch wordt verlaagd.

Wij vragen ons af of het college wel weet dat een deel van de mensen die in een WWB situatie verkeren hier niet bewust voor kiest. Dan moet u denken aan 50 plussers zonder arbeidsperspectief, chronisch zieken of allenstaande ouders. Zou u ons willen vertellen  hoe men de voorgestelde hoogte van de toeslag bepaald? Is er enig onderzoek aan vooraf gegaan hoe deze toeslag wordt besteedt door mensen die het ontvangen?

Het college stelt voor dat indien de toeslag niet voldoende is om mensen uit de financiële problemen te helpen er dan aanspraak kan worden gemaakt op de Bijzondere Bijstand. Die bestaat immers toch al en elke aanvraag wordt getoetst op meerdere criteria voor toelating. Worden deze criteria dan veranderd en zijn er dan niet meer manuren mee gemoeid om deze aanvragen te behandelen?

De gestelde besparing dient ten gunste te komen van een verhoging van een individuele studietoeslag voor ondermeer mensen in een WAJONG situatie. Sinds de invoering van de Participatiewet is de Gemeente Almelo zelf verantwoordelijk voor het zoeken van een passende baan voor deze groep, dus vanwaar deze extra individuele toeslag die men vanuit de Wajong situatie zelf voor een studie moet aanvragen ? Er bestaan ook tal van studiemogelijkheden die door het UWV worden aangeboden (omscholing voor krapteberoepen) en Het Twents Fonds voor Vakmanschap (omscholing ook voor krapteberoepen tot niveau 4).

Denkt het college nu echt dat de huidige hoogte en de aanvraagduur van de individuele inkomenstoeslag een aanzuigende werking heeft op het aanvragen van een WWB uitkering ?

Denkt het college echt dat door versobering van deze toeslag dat mensen gemotiveerd raken om een betaalde aanstelling te zoeken ?

Mensen in een WWB situatie kunnen naast de individuele inkomenstoeslag ook aanspraak maken op een aantal zaken die in natura worden betaald door bijvoorbeeld Almelo Doet Mee ( denk hierbij aan contributie voor sportclubs, culturele uitjes en zelfs het bezoek aan Heracles).

Waarom heeft men deze 2 zaken nooit gescheiden ? Waarom bestaat er een “en/en”situatie en geen “of/of” situatie ?

Mocht er een eventuele “armoedeval”ontstaan door toedoen van deze versobering, heeft het college dan nog andere alternatieven dan enkel Bijzondere Bijstand ?

Dank u

 

 

17 maart 2019

INDIVIDUELE INKOMSTENTOESLAG

 

Geachte heer de Olde,

Op 21 januari 2019 stelde u negen vragen over de Participatiewet. In deze brief beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1.

Is men van mening dat een WWB uitkering een luxe is en dat mensen met zo’n uitkering te lui en ongemotiveerd zijn om een betaalde betrekking te zoeken?

Antwoord:

Nee, wij zien een uitkering op grond van de Participatiewet als een voorziening waar alleen inwoners die het echt nodig hebben, in principe tijdelijk, gebruik van kunnen maken.

 

Reactie op de door B&W beantwoorde schriftelijke vragen op 12 maart 2019 

 

Beste Harry,

Wethouder Arjen Maathuis (VVD) slaat weer compleet de plank mis door de zwaksten in de samenleving te benadelen door de zgn. individuele inkomstentoeslag te versoberen. Nog steeds denkt hij dat er heel veel mensen vrijwillig gebruik maken van het vangnet dat WWB heet. Door deze toeslag te versoberen denkt hij echt dat mensen gemotiveerd raken om een betaalde baan te gaan zoeken.

Waarschijnlijk heeft hij niet door dat een groot deel van de mensen met een WWB uitkering weinig kansen hebben op de huidige arbeidsmarkt denk hierbij aan chronisch zieken, 50+ leeftijd, alleenstaande ouders of laag opgeleiden. Door deze eenmalige uitkering te verlagen kunnen mensen financiele problemen krijgen, het is natuurlijk niet de bedoeling om de zwaksten in onze samenleving te straffen.

Compleet onlogisch om deze groep een beroep te laten doen op gemeentelijke hulp zoals Speciale Bijstand wanneer het probleem zelf door de Gemeente is veroorzaakt. Wat betreft de individuele studietoeslag, er bestaan opleidingstrajecten binnen het UWV om de specifieke doelgroep te begeleiden en sinds kort bestaat er ook een fonds genaamd Twents Fonds voor Vakmanschap die opleidingen vergoedt.

De visie van wethouder Maathuis omtrent herintreding op de arbeidsmarkt vanuit de WWB situatie is een compleet achterhaalde gedachtegang, op geen enkel onderzoek gestaafd en erger nog stigmatiserend voor een bevolkingsgroep die hier eigenlijk niet voor kiest. Wel moet er de keuze bestaan dat men kan kiezen tussen de Individuele Inkomsten Toeslag of hulp in natura zoals Stichting Almelo doet mee.

Vraag is echter of wethouder Maathuis bekend is met de huidige situatie van de arbeidsmarkt en waarop deze functioneert. Werkgevers profiteren van het ruime aanbod op de arbeidsmarkt waarbij de arbeidskosten minimaal dienen te zijn en waarbij elke vorm van verantwoordelijkheid wordt weggewuifd door constructies toe te voegen in de contracten.

MVG

Ray Joustra

 

 

11 maart 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN B&W OVER SANERING ASBESTDAKEN IN ALMELO

 

9 maart 2019

 

Geacht college,

De Tweede Kamer heeft op 16 oktober 2018 ingestemd met het asbestdakenverbod. Vanaf 2024 zijn asbestdaken in Nederland verboden. Dit betekent dat eigenaren van gebouwen met asbesthoudende dakbedekking deze voor die tijd moeten verwijderen. Hierbij maakt het niet uit of dit dak in bezit is van een particulier, een bedrijf of de overheid. Ook de toestand van het dak is niet relevant voor het verbod. Daken in heel slechte, verweerde toestand moeten al eerder verwijderd worden. Met het verstrijken van de tijd raakt elk asbestdak op den duur verweerd. Een verweerd asbestdak levert een (dreigend) gevaar op voor de leefomgeving. De Eerste Kamer zal naar verwachting in 2019 het asbestdakenverbod bespreken. Hierna zal het asbestdakenverbod worden afgekondigd in het Staatsblad.

Enkele honderden asbestdaken moeten de komende jaren in Almelo worden gesaneerd. De gemeente heeft in 2018 informatieavonden gehouden en beschermende hulpmiddelen beschikbaar gesteld voor het verwijderen van de aanwezige asbest.

 

Wij hebben de volgende vragen:

1. Bent u op de hoogte dat huizenbezitters met asbest in hun dak in financiële problemen dreigen te komen omdat de staatssecretaris geen geld meer beschikbaar wil stellen voor asbestsanering?

2. Hoe vordert de sanering tot op heden? Is er al veelvuldig gebruik gemaakt van de (nog) beschikbaar gestelde hulpmiddelen en de subsidieregeling van het Rijk en/of gemeente/provincie?

3. Kunt u zeggen hoeveel asbestdaken er op dit moment nog in Almelo aanwezig zijn die voor verwijdering in aanmerking komen?

4. Als deze informatie niet beschikbaar is, zou u dan op korte termijn een onderzoek naar deze gegevens willen instellen? En zo niet waarom niet?

5. Ons beeld is, dat het probleem zo groot is, dat er sneller gesaneerd moet worden dan in het huidige tempo om de doelstelling van 2024 te halen. Is dat beeld correct? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet?

6. Is het college van plan om binnen Almelo het verwijderen van asbestdaken bij de eigenaren (nog meer) onder de aandacht te brengen? Zo ja, hoe gaat u dit aanpakken? Zo nee, waarom niet?

7. Heeft de gemeente Almelo ook een informatieplicht ten opzichte van huiseigenaren hoe men asbest kan herkennen?

8. Bent u het met ons eens dat woningbezitters met een kleine beurs steeds meer in de financiële problemen komen in verband met het verduurzamen van hun woning terwijl de subsidieregeling asbestdaken ook nog weg valt?

 

Zou u deze vragen willen beantwoorden?

Met vriendelijke groet,

Namens Partij Vrij Almelo,

Harry de Olde (fractievoorzitter)

 

 

15 februari 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN B&W OVER DE PARTICIPATIEWET

 

Behandeld door S. Beltman

 

Onderwerp: Schriftelijke vragen over de Participatiewet.

 

Geachte heer de Olde,

Op 21 januari 2019 stelde u negen vragen over de Participatiewet. In deze brief beantwoorden wij uw vragen.

 

Vraag 1.

Is men van mening dat een WWB uitkering een luxe is en dat mensen met zo’n uitkering te lui en ongemotiveerd zijn om een betaalde betrekking te zoeken?

Antwoord:

Nee, wij zien een uitkering op grond van de Participatiewet als een voorziening waar alleen inwoners die het echt nodig hebben, in principe tijdelijk, gebruik van kunnen maken.

 

Vraag 2.

Zijn de medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de Participatiewet wel kundig opgeleid en gespecialiseerd in dit complexe vakgebied?

Antwoord:

Iedere medewerker die een onderdeel van de Participatiewet uitvoert, of het nu gaat om het berekenen van de hoogte van een uitkering, het onderzoeken van fraude of het bemiddelen naar werk, heeft daarvoor een opleiding gevolgd. De kennis wordt op peil gehouden door cursussen, vak-bijeenkomsten en interne themabijeenkomsten.

 

Vraag 3.

Worden er door de medewerkers voldoende contacten onderhouden met bedrijven en wordt er daadwerkelijk acquisitie gepleegd of werkt men simpelweg UWV bestanden af?

Antwoord:

Wij houden intensief contact met bedrijven. Op het Werkplein is daarvoor een zogenaamd Werkgeversservicepunt ingericht. Daarin wordt samengewerkt door de accountmanagers van het UWV en de verschillende gemeenten. Contact met bedrijven is er niet alleen voor en bij het plaatsen van kandidaten maar ook nadien in zogenaamde nazorgtrajecten.

 

Vraag 4.

Is het gebruikelijk dat kandidaten jarenlang in de “wacht” worden gezet zonder enig initiatief vanuit het orgaan dat deze mensen moet begeleiden?

Antwoord:

Dat is niet gebruikelijk. Afhankelijk van de afstand tot de arbeidsmarkt krijgt iedere uitkeringsgerechtigde, zo veel als mogelijk is, de bij hem passende begeleiding. Wel is het mogelijk dat een aantal uitkeringsgerechtigden, in de afgelopen periode van laagconjunctuur, niet actief vanuit het Werkplein is benaderd voor begeleiding naar werk, maar alleen vanuit eigen initiatief ondersteuning verkreeg. In veel gevallen verrichten deze mensen vrijwilligerswerk via Avedan of sociale activeringsactiviteiten via Soweco. Voor de zomer zal de raad worden gevraagd het nieuwe uitvoeringsprogramma Participatiewet 2019-2022 vast te stellen. In dit programma zal de inzet van alle Participatie-instrumenten worden gericht op het maximaal aan het werk helpen van bijstandsgerechtigden en ondersteunen van mensen met een arbeidsbeperking. Dit betekent ook een heroverweging van de inzet van huidige instrumenten.

 

Vraag 5.

Wordt er wel degelijk gekeken naar opleidingsniveau en werkervaring van de kandidaten en dat men hierbij zoekt naar een passende functie?

Antwoord:

Dat is zeker het geval. Dit omdat de kandidaat en ook de samenleving het meest gebaat zijn bij een zo duurzaam mogelijke uitstroom uit de uitkering.

 

Vrag 6.

Is het gebruikelijk dat er slechts 7 part time medewerkers werkzaam zijn op het complexe gebied van het adequaat plaatsen van mensen met een arbeidshandicap op de arbeidsmarkt en dat de arbeidskosten hiervoor zo hoog zijn?

Antwoord:

Ongeveer 4,45 fte op het Werkplein wordt momenteel speciaal ingezet voor de begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking. De kosten voor de inzet van deze medewerkers wijken niet af van die voor de overige medewerkers bij het Werkplein. Het is echter niet zo dat alleen deze medewerkers zich hier mee bezig houden. Ook via inkoop, van capaciteit en specialisatie, bij externe organisaties worden inwoners met een arbeidshandicap geplaatst en begeleid bij werk.

 

Vraag 7.

Bestaat er een degelijk plan van aanpak om mensen te begeleiden naar een passende werkplek of gaat men verder met weinig effectieve trajecten zoals “arbeidsactivatie” of “competentie-onderzoeken”?

Antwoord:

Er is sprake van een gestructureerde aanpak, waarin afhankelijk van de mogelijkheden en situatie van de uitkeringsgerechtigde de best passende onderzoeken of activiteiten worden ingezet.

 

Vraag 8.

Worden mensen vanuit een WWB situatie “gedwongen” om te gaan werken voor bedrijven die momenteel kampen met een personeelstekort maar waar men geen enkele opleiding voor heeft genoten?

Antwoord:

Van dwang is geen sprake. Echter wanneer een uitkeringsgerechtigde geen belemmeringen heeft en er vacatures, die hij aan kan, voorhanden zijn, dan zal hij al de mogelijkheden om aan het werk te gaan moeten benutten. De uitkering is dan immers niet voor hem bedoeld. Doet hij dat niet, dan zal hij op zijn uitkering worden gekort. Dat kan in sommige gevallen worden ervaren als dwang. Hierbij moet echter ook worden bedacht dat het gemakkelijker is vanuit werk de meest passende baan te krijgen dan vanuit een uitkeringssituatie.

 

Vraag 9.

Is men bereid om vanuit de gemeente Almelo mensen om te scholen voor zogenaamde krapteberoepen?

Antwoord:

Onze inzet is dat wij met het aanbieden van omscholing en cursussen willen investeren in inwoners, voor wie dat de snelste weg naar een duurzame betaalde baan is, wanneer zich nieuwe kansen op de arbeidsmarkt voordoen.

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

 

 

 

13 februari 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN COLLEGE B&W OVER VEILIGHEID

 

Almelo 11 februari 2019

 

Geacht college,

Er zijn meer illegale vuurwapens in omloop in Nederland en het is makkelijker om eraan te komen, stellen deskundigen van zowel het Arnhemse onderzoeksbureau Beke als het landelijke Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Uit cijfers blijkt dat in het oosten van Nederland en in enkele delen van Noord-Brabant gemiddeld de meeste wapens in omloop zijn. Wapens zijn ook goedkoper geworden. De politie neemt in Nederland wekelijks zo’n tweehonderd vuurwapens in beslag.

In verband met het toenemende aantal schietincidenten hebben wij de volgende vragen:

 

Vraag 1:

Is het bekend bij de politie wie in Almelo een vuurwapen gebruikt en/of een vergunning bezit?

 

Vraag 2:

Is hier frequent controle op?

 

Vraag 3:

Welke rol speelt de burgemeester van Almelo (eventueel via de Veillgheidsregio) hierbij, of welke rol kan of wil hij spelen ?

 

Vraag 4:

Is er beleid bij de politie ten aanzien van meldingen van bedreiging en stalking door mensen met een wapenvergunning?

 

Vraag 5:

Kan het college om te beginnen ons vertellen hoe de procedure voor het aanvragen van een wapenvergunning verloopt? Waar moet een persoon aan voldoen en wat zijn de specifieke eisen om in aanmerking te komen voor een wapenvergunning?

 

Vraag 6:

Hoe ziet een screeningsprocedure voor schietvereniging eruit bij het aannemen van leden voor de schietvereniging? Waar letten zij op bij het aannemen van personen die schietlessen willen nemen en eventueel voor een wapenvergunning gaan?

 

Vraag 7:

Kan het college ons vertellen of er ook sprake is van wederkerende psychologische evaluatie van diegenen die in het bezit zijn van een wapenvergunning?

 

Vraag 8:

Hoeveel personen in Almelo bezitten een wapenvergunning en een vuurwapen?

 

Vraag 9:

Hoeveel personen met een wapenvergunning hebben een strafbaar feit gepleegd de afgelopen vijf jaren? Is bij deze personen de wapenvergunning definitief ingetrokken?

 

Vraag 10:

Wat is het maximum aantal vuurwapens dat iemand met een wapenvergunning mag bezitten? En wat voor type wapens mag een persoon met wapenvergunning bezitten?

 

Vraag 11:

Zijn er gevallen bekend van wapenvergunning bezitters met een strafblad of een psychiatrisch verleden?

 

Vraag 12:

Kan het college ons vertellen hoeveel gevallen er bekend zijn van illegaal wapenbezit in Almelo? Graag de cijfers die bekend zijn over de afgelopen vijf jaar.

 

Vraag 13:

De Nationale politie maakt zich ernstige zorgen over het aantal vuurwapens dat in omloop is. Deelt u deze zorgen ook?

 

Vraag 14:

Hoeveel vuurwapens zijn er in 2017 in beslag genomen?

 

Vraag 15:

Op welke wijze kunt u bij recidiverende criminelen via huisbezoek controleren op de aanwezigheid van wapens of munitie?

 

Graag zouden wij deze vragen beantwoord willen zien.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Fractie Partij Vrij Almelo (PVA)

 

 

 

12 februari 2019

ZEER ACTUELE VRAGEN OVER BOUW/RENOVATIE OUDE STADHUIS

Oude stadhuis gemeente Almelo

 

De mondelinge vragen die de Partij Vrij Almelo tijdens het vragenhalfuurtje op dinsdagavond 12 februari 2019 wilde stellen is door de vice-voorzitter van de Raad afgewezen omdat deze vragen niet actueel zouden zijn. Wij zijn het daar niet mee eens en hebben een ambtenaar bereid gevonden deze vragen alsnog te beantwoorden.

Oud- wethouder Johan Andela was begin 2016 heel trots op het nieuwe stadhuis, waarvan hij de bouw grotendeels voorbereidde en begeleidde. Maar Andela vertelde er bij dat het oude gebouw wat hem betreft geen dag leeg mocht staan nadat de gemeente verhuisde naar het nieuwe onderkomen op 30 maart 2015. Tot op de dag van vandaag staat het gebouw er verlaten bij. Hadden we toen maar direct de knoop doorgehakt want dan had er nu een prachtig TMZ gebouw gestaan voor mensen die hulpbehoevend zijn en graag in de binnenstad willen wonen.

 

Vragen mondeling beantwoord op 14 februari 2019

Vraag 1.

We leven nu in 2019, waarom is er nog steeds niet begonnen met de nieuwbouw?

Antwoord:

Omdat de voorbereidingen tot herontwikkeling nu in een vergevorderd stadium zijn zal medio maart voor geïnteresseerden en raadsleden een informatieavond worden gehouden.

 

Vraag 2.

Is het oude stadhuis nog steeds in eigendom van de gemeente?

Antwoord:

Ja, het bestemmingsplan loopt tot medio september waarna de verkoop een feit is en met de bouw kan worden begonnen.

 

Vraag 3.

Heeft de asbest problematiek iets te maken met de late ontwikkeling van het oude stadhuis?

Antwoord:

Nee, uit het asbestinventarisatierapport blijkt op welke plekken in een gebouw asbesthoudende materialen zitten. Bepaalde asbestverdachte materialen zijn algemeen bekend en worden vaak snel herkend.

 

Vraag 4.

Is het asbestonderzoek uitgevoerd door een gecertificeerd asbestinventarisatiebureau?

Antwoord:

Dat is de vraag. Soms zitten de materialen op onverwachte plaatsen of kan alleen een deskundige ze herkennen. Soms worden ze pas zichtbaar tijdens destructief onderzoek of tijdens de renovatie.

 

Vraag 5.

Zo niet, wie draait er dan op voor de meerkosten van de omvangrijke asbestverontreiniging, die geraamd is op zeven ton?

Antwoord:

De koper heeft een verklaring ondertekent dat hij/zij de meerkosten voor zijn rekening neemt.

 

Reactie PVA:

De aanwezigheid van asbest levert bij verkoop van een gebouw niet altijd een gebrek op in de zin van de wet. In oudere gebouwen zijn vaak veel asbesthoudende materialen gebruikt. Daarop dient een koper bedacht te zijn. Hoe gevaarlijk dit in een concreet geval is, hangt af van de gebruikte asbesthoudende materialen en de manier waarop deze materialen verwerkt zijn. Met name zogenaamde niet hecht-gebonden asbest (asbest waarvan de vezels gemakkelijk kunnen loslaten) kan gevaar opleveren voor de gezondheid.

Om aanspraak te maken op ontbinding van de koopovereenkomst of op schadevergoeding, moet de koper een beroep doen op ‘non-conformiteit’. Hierbij is onder meer van belang:

  • wat partijen in de koopovereenkomst zijn overeengekomen;
  • welke informatie de verkoper heeft verstrekt;
  • of de koper voldaan heeft aan zijn zogenaamde onderzoeksplicht

(Koper bekend met asbest in het gebouw; verkoper toch aansprakelijk voor schade).

 

Vraag 6.

Wat zijn tot nu toe de gemeentelijke kosten in verband met de lange leegstand?

Antwoord:

De kosten zijn voor rekening van de koper.

 

Vraag 7.

Is op dit moment al bekend wanneer nu eindelijk wordt begonnen met de bouw?

Antwoord:

Als alles volgens plan verloopt zal medio oktober met de bouw worden begonnen.

 

Partij Vrij Almelo (PVA)

 

ASBESTPROBLEEM EN VERVUILDE ONDERGROND OVERSCHADUWT OUDE STADHUIS

TriviumMeulenbeltZorg (TMZ) had er 1,2 miljoen euro voor over om het huidige stadhuis, als het vrijgekomen is, te slopen en er een nieuw woon-zorgcomplex te bouwen. Het bod van de twee andere geïnteresseerden, Stad en Ommeland en Coöperatie hergebruik Gebouwen, waren met 525.000 respectievelijk 500.000 euro beduidend lager. Drie maatschappijen hadden plannen ingediend voor de herontwikkeling van de huidige stadhuislocatie met zowel sloop als ook hergebruik. Deze drie partijen zijn Stad en Ommeland.

Coöperatie Hergebruik Gebouwen en de Ontwikkelingscombinatie Almelo /Trivium Meulenbelt Zorg (TMZ). De plannen werden op 28 mei 2014 via een politiek beraad toegelicht. Dat politieke beraad heeft geleid tot een bredere verkenning van de vraagstukken ten aanzien van de ingediende plannen waar de kwaliteit van het betreffende gebouw zeker een hoofdrol speelde. Met de kwaliteit van een pand wordt gedoeld op de technische staat en de uitstraling van het pand. De technische staat kan een knelpunt vormen voor hergebruik door de verouderde indeling en/of aankleding of een slechte staat van onderhoud. Niet alle soorten panden zijn geschikt voor omvorming. Redenen hiervoor zitten niet alleen in regelgeving maar met name in praktische zaken.

Grote gebouwen (vaak van na de jaren zeventig) zijn moeilijker om te vormen tot woningen omdat het wenselijk is dat de kamers een raam hebben. Ook het plaatsen van natte cellen en keukenvoorzieningen is niet altijd mogelijk of zeer kostbaar. Er moet in een gebouw ook ruimte zijn voor bekabeling van de woningen of om bijvoorbeeld een separaat verwarmingssysteem per woning aan te leggen. Tot slot is in veel verouderde panden asbest verwerkt, hetgeen ook een groot (financieel) knelpunt kan vormen bij hergebruik of herbestemming. Sowieso gaat de asbestsaneritng de gemeente (heel veel) extra geld kosten. Verder is mogelijk sprake van een vervuilde ondergrond bij het oude stadhuis. Eerder stond op deze plek namelijk de fabriek van Palthe.

De prachtige bijdrage van TMZ overtuigde de Partij Vrij Almelo (PVA) om het oude stadhuis te slopen en op die plaats een wooncomplex te bouwen voor mensen met een lichamelijke beperking. Zodat mensen met een rolstoel gebruik kunnen maken van alle faciliteiten die Almelo te bieden heeft. Eenvoudig naar het centrum van de stad kunnen gaan. Bijvoorbeeld de bibliotheek, markt en mooie terrasjes binnen handbereik. Zo komen de rolstoel gebruikers uit hun isolement. Het mocht echter niet baten want met meerderheid stemde de raad voor behoud van het oude stadhuis. De gewoonte van vroeger om te veel erfgoed te slopen, lijkt nu plaats te gaan maken om te veel te laten staan. Het is alsof alles maar moet worden behouden, ook als het de moeite niet waard is.

Door te lang treuzelen werd uiteindelijk een mooi TMZ- plan om zeep geholpen en tekende wethouder Irene ten Seldam (de huidige vice-voorzitter) het contract waarin is vastgelegd dat er 116 appartementen komen in het oude stadhuis van Almelo. Daarmee is de herontwikkeling definitief. Die wordt gedaan door Leverink + Assen uit Hengelo, samen met BPD Ontwikkeling in Amersfoort. De stemverhouding was 29 voor en 5 tegen.

Alleen de VVD en Partij Vrij Almelo (PVA) stemden tegen.

 

21 januari 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN B&W OVER DE UITVOERING VAN DE PARTICIPATIEWET

 

Geacht college,

De VVD fractie kondigde onlangs aan dat men een strak beleid zou hanteren op het gebied van het Sociaal Domein. Hierin werd onder andere gesteld dat het ambtelijke apparaat zou worden herzien  en dat men het aantal inwoners met een WWB-uitkering drastisch wou verminderen.

Op 23 oktober 2018 heeft de Partij Vrij Almelo al een aantal vragen gesteld aan het College met betrekking tot de Participatiewet maar gezien de huidige ontwikkelingen rijzen er nog meer vragen met betrekking tot dit onderwerp.

 

Wij hebben de volgende vragen:

  1. Is men van mening dat een WWB uitkering een luxe is en dat mensen met zo’n uitkering te lui en ongemotiveerd zijn om een betaalde betrekking te zoeken ?
  2. Zijn de medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de Participatiewet wel kundig opgeleid en gespecialiseerd in dit complexe vakgebied ?
  3. Worden er door de medewerkers voldoende contacten onderhouden met bedrijven en wordt er daadwerkelijk acquisitie gepleegd of werkt men simpelweg UWV bestanden af ?
  4. Is het gebruikelijk dat kandidaten jarenlang in de “wacht” worden gezet zonder enig initiatief vanuit het orgaan dat deze mensen moet begeleiden ?
  5. Wordt er wel degelijk gekeken naar opleidingsniveau en werkervaring van de kandidaten en dat men hierbij zoekt naar een passende functie ?
  6. Is het gebruikelijk dat er slechts 7 part time medewerkers werkzaam zijn op het complexe gebied van het adequaat plaatsen van mensen met een arbeidshandicap op de arbeidsmarkt en dat de arbeidskosten hiervoor zo hoog zijn ?
  7. Bestaat er een degelijk plan van aanpak om mensen te begeleiden naar een passende werkplek of gaat men verder met weinig effectieve trajecten zoals “arbeidsactivatie” of “competentie-onderzoeken” ?
  8. Worden mensen vanuit een WWB situatie “ gedwongen” om te gaan werken voor bedrijven die momenteel kampen met een personeelstekort maar waar men geen enkele opleiding voor heeft genoten ?
  9. Is men bereid om vanuit de gemeente Almelo mensen om te scholen voor zogenaamde krapteberoepen ?

 

Zou u deze vragen kunnen beantwoorden?

 

Met vriendelijke groet,

Namens fractie Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde (fractievoorzitter)

 

 

16 januari 2019

INTERPELLATIEDEBAT (RAADSVERGADERING 15-01-2019)

 

Met meerderheid van stemmen werd gisteravond besloten dat het interpellatiedebat door zou gaan die de linkse broeders hadden aangevraagd (Leefbaar Almelo, GroenLinks, PvdA en SP) vanwege de bezuiniging op het sociale domein. Uiteindelijk leverde het debat (dat doorging tot in de late uurtjes) weinig op. PvdA-er de Vries deed het woord en verkondigde dat zij het absoluut niet eens zijn met de extra bezuinigingsmaatregelen die het college wil doorvoeren in de zorg en participatie. Waar hij dan wel op zou willen bezuinigen maakte hij niet duidelijk waarop een medebroeder (leefbaar) begon over bezuinigen op veiligheid en onderhoud van wegen.

Dat er bezuinigd zou worden dat was bekend en ook was bekend dat dat bereikt moest gaan worden met een andere manier van werken, de transformatie. In de eerste twee jaar werd er door het Rijk nog fasegewijs bezuinigd en de gemeenten hadden het nog heel druk met het organiseren en implementeren van de nieuwe taken. Niet met een nieuwe werkwijze. In 2017 ging een aantal gemeenten van start met datgene wat ze hadden opgeschreven in hun beleidsplannen sociaal domein: Bij de beoordeling van een ondersteuningsvraag dient eerst te worden gekeken naar de eigen kracht van de aanvrager, dan naar het sociale netwerk, vervolgens of welzijnsvoorzieningen een oplossing kunnen bieden en pas in laatste instantie zouden de dure en specialistische individuele voorzieningen worden verstrekt. In de praktijk werden echter nog veel individuele voorzieningen verstrekt en wisten zowel beleidsmakers als consulenten niet goed hoe ze zouden moeten omgaan met welzijnsvoorzieningen als alternatief voor individuele voorzieningen.

Nu is dan toch de grote klap gekomen. De bezuinigingen worden nu volgens afspraak helemaal doorgevoerd en het Rijk houdt de hand op de knip, al zijn er hier en daar nog wat compensatie- en innovatiefondsen beschikbaar. Daarnaast moet de hulp en ondersteuning aan onze kwetsbare burgers op peil blijven. Meer voor minder is het devies. Een linkse broeder (SP) hekelde de miljarden euro’s die bij het Rijk op de plank blijft liggen en waar niets mee wordt gedaan. Uit de coalitieakkoord is gebleken dat de gemeente echt wil gaan werken aan de transformatie-opdracht. De begroting 2019 maakt dat nog eens extra duidelijk. Sailant detail is daarbij dat één partij (SP) van onze linkse broeders voor de begroting stemde.

Een oplossing van de tekorten in het sociale domein zou kunnen zijn dat van criminelen afgepakt geld weer terug in de maatschappij gestort zou moeten worden. Ieder jaar confisqueert de overheid grote sommen geld dat door criminelen is verdiend. Op jaarbasis gaat het in Nederland om zo’n 16 miljard euro. Dat geld is voor negentig procent afkomstig van drugshandel en fraude in de zorg. De overheid kan dergelijke sommen via verschillende kanalen terugvorderen. Met dit geld zou je bij wijze van spreken de problemen in de zorg kunnen oplossen.

Ondanks dat er twijfels zijn ontstaan bij onze partij over de haalbaarheid van de begroting vanwege de sterk stijgende kosten voor jeugdzorg en WMO en daarnaast de onzekerheid over de te ontvangen gelden uit de diverse fondsen, geven wij het het college de voordeel van de twijfel.

 

Partij Vrij Almelo

 

 

12 januari 2019

BEANTWOORDING AANVULLENDE VRAGEN AAN COLLEGE B&W BETREFT DAHLIASTRAAT 9 ALMELO

 

Behandeld door A.J. Reekers 8 januari 2019

 

Geachte heer De Olde,

In onze brief met kenmerk UIT- 84520 hebben wij u geantwoord op de door u gestelde vragen over de verkoop van het pand Dahliastraat 9 (Dahliaschool) te Almelo. Naar aanleiding van deze brief zijn er door uw fractie (Hans van der Burg) aanvullende vragen ingediend. Kortheidshalve geven wij hierna de aanvullende vragen weer en de daarop door ons college gegeven antwoorden.

 

Vraag 1.

Waarom is de Dahliastraat 9 te Almelo niet openbaar verkocht, aangezien er meer belangstelling voor was en er een woonbestemming op komt?

Antwoord:

Zoals in onze eerdere beantwoording al is aangegeven waren er in 2016 al gesprekken gevoerd met de initiatiefnemer en was het destijds gangbaar om bij inititatieven de panden en gronden onderhands te verkopen. Het alsnog in de openbare verkoop brengen in 2018 terwijl de gesprekken over de ontwikkeling gedurende deze tijd hebben plaatsgevonden achten wij onzorgvuldig.

 

Vraag 2.

In uw tekst staat “wij gaan uit van een openbare verkoop van panden.” Dit pand is niet in de openbare verkoop geweest. Waarom niet?

Antwoord:

Met de start van het nieuwe college gaan wij uit van openbare verkoop. Een aantal panden waarover al langdurige onderhandelingen plaats vinden zullen wij nog afhandelen middels onderhandse verkoop omdat partijen er op mogen vertrouwen dat wij zorgvuldig handelen. Na een periode van meer dan een jaar overleg en afspraken met een partij over deze school achten wij het niet correct om – conform het in 2018 ingezette beleid – deze nu in de openbare verkoop aan te bieden.

 

Vraag 3.

Waarom geeft de gemeente Almelo hier geen antwoord op. Als dit pand een openbare inschrijving geweest zou zijn, dan zou iedereen op dit pand kunnen reageren? Maar dit is niet gebeurd.

Antwoord:

Zie onze eerdere gegeven antwoorden en aanvullende reacties.

 

Vraag 4.

Voor de duidelijkheid: Hoes Makelaars heeft het pand dus gekocht voor 200.000 euro?

Antwoord:

De heer B. Haarman van Hoes Makelaars zal het pand aankopen voor een bedrag van € 210.000,–

 

Vraag 5.

Op welke manier is hij aan het pand gekomen, hoe is hij tot de koop gekomen. Is er afgesproken dat er een woonbestemming op komt?

Antwoord:

Al in 2016 heeft de makelaar zijn interesse getoond voor de aankoop en ontwikkeling van het pand. De verkoopprijs is bepaald op basis van de toekomstige bestemming i.c. wonen in plaats van de nu geldende bestemming. In de koopovereenkomst wordt een bepaling opgenomen dat de levering plaats zal vinden onder de voorwaarde dat er kan worden afgeweken van de bestemming maatschappelijke doeleinden ten faveure van wonen.

 

Vraag 6.

Hoe kan het zijn dat de een wel voor zo’n lucratieve deal in aanmerking komt, en andere geïnteresseerde kopers niet?

Antwoord:

Zie eerder gegeven antwoorden.

 

Vraag 7.

Het is niet te vergelijken met het voormalige stadhuis, en al helemaal niet dat er zo’n groot gat tussen de WOZ waarde en de prijs van het pand zit. Normaal gesproken komt het bijna nooit voor dat er in een schoolgebouw een woonbestemming op komt. Dan worden de prijzen heel anders.

Antwoord:

Zoals eerder aangegeven is bij de taxatie door de makelaar uitgegaan van een waardebepaling op basis van de toekomstige functie waarbij er sprake zal zijn van een noodzakelijke forse investering in het gebouw om deze om te zetten naar woningen.

 

Vraag 8.

Wat worden de huurprijzen van de appartementen? In de raadsbrief staat duidelijk dat het pand 200.000 euro is, en dat het pand bijna verkocht is. Of klopt het niet wat in de raadsbrief staat? Voor de duidelijkheid, achter het pand kan nog zeker geparkeerd worden, en die parkeerplaatsen horen bij de Dahliastraat 9

Antwoord:

De huurprijzen van de levensloopbestendige woningen liggen dicht bij maar beneden de huurtoeslaggrens van € 710,– per maand. Het gedeelte achter het schoolgebouw zal worden betrokken bij de woningen en als tuin worden ingericht t.b.v. de toekomstige bewoners. Aan de voorzijde van het pand zal – mede op verzoek van de buurtbewoners – het aantal parkeerplaatsen op kosten van de initiatiefnemers worden uitgebreid. Hiermee wordt voldaan aan de gewenste parkeercapaciteit.

 

Vraag 9.

Waarom zijn er niet meerdere taxaties uitgevoerd?

Antwoord: Omdat er sprake was van een niet complexe situatie en ter voorkoming van meerkosten is er gekozen voor het uitvoeren van 1 taxatie.

 

Vraag 10

Wie was deze makelaar?

Antwoord: Deze is uitgevoerd door het Team Sanders Makelaars.

 

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

 

 

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op GeenRedactie Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter