Partij Vrij Almelo
Dicht bij de burger
Aan college B&W 2019

 

SCHRIFTELIJKE VRAGEN NAAR AANLEIDING VAN DE VERKOOP VAN ONROEREND GOED IN BEZIT VAN DE GEMEENTE ALMELO

W.A. Gruyterstraat 1

Almelo 25 november 2019

Geacht college,

Onlangs werd er bekend gemaakt dat de Gemeente Almelo het pand aan de W.A. Gruyterstraat 1 te Almelo heeft verkocht aan Koopman Vastgoed.
Het pand heeft voorheen gediend als onderkomen voor de Italiaanse vereniging Circolo Sandro Pertinin en de Spaanse vereniging La Iberica. Deze verenigingen heeft de Gemeente Almelo in 2017 te kennen gegeven dat zowel de Spaanse als de Italiaanse vereniging kon kiezen uit 3 opties namelijk : huren, kopen of een alternatief onderkomen zoeken. Beide verenigingen hebben in 2018 voor de laatste optie gekozen en sindsdien vond er bewoning plaats onder het mom van anti-kraak.

De PVA heeft de volgende vragen:

  1. Waarom is er gekozen voor de optie anti-kraak terwijl beide verenigingen de activiteiten door hadden kunnen zetten in dit pand tot de datum van levering ?
  2. Waarom is dit object ver onder de taxatiewaarde verkocht ? De makelaar Snelders Zijlstra had dit object getaxeerd op € 165.000 terwijl de hoogste inschrijver €101.000 bood.
  3. Was dit object ook voor €64.000 onder de taxatiewaarde gegund aan de Spaanse/Italiaanse verenigingen ? Hebben beide verenigingen ook een bod uitgebracht ?
  4. Waarom wijkt de Gemeente Almelo van haar eigen regels af met betrekking tot de verkoop van dit object ? Op deze pagina wordt immers duidelijk gesteld : onder voorbehoud van het College en voor de minimale (niet openbare) taxatiewaarde.
  5. Gaat de Gemeente Almelo het bestemmingsplan wijzigen ten gunste van de nieuwe eigenaar ?
  6. Gaat de nieuwe eigenaar het pand exploiteren conform de bestemming Maatschappelijk ?
  7. Mag de nieuwe eigenaar het pand laten slopen of geniet het pand een bepaalde status en zijn hierover afspraken onderling gemaakt ?
  8. Mag de nieuwe eigenaar het pand onderverhuren conform het bestemmingsplan of bestaan hier onderlinge afspraken over ?
  9. Welke nadelen en consequenties op maatschappelijk vlak komen mogelijkerwijs in beeld door het gemis van beide verenigingen althans wegens vertrek van beide verenigingen uit genoemd verkocht pand ?
  10. Hoe gaat de Gemeente Almelo het verlies van €64.000 opvangen ?
  11. Waarom heeft de Gemeente Almelo het pand aan de W.A. Gruyterstraat 1 verkocht ?
  12. Op welke gronden wordt een object gegund aan een inschrijver ?
  13. Waarom worden de inwoners na ruim 8 maanden pas geïnformeerd over deze verkoop ?
  14. Wat zijn de voordelen en nadelen exact als de Gemeente Almelo het pand aan de W.A. Gruyterstraat 1 niet zou hebben verkocht ?
  15. Is het perceel/object aan de C. Frankstraat 1c 7604 JE ook verkocht ?
  16. Indien ja, dan zijn een groot deel van bovenstaande vragen ook voor dit object/perceel bedoeld.
  17. Waarom staan te verkopen gemeentelijke objecten te koop op www.almeloverkoopt.nl ? En waarom staat dat niet op www.almelo.nl ? Wat is de reden(en) dat dit soort verkoop via een onbekende website www.almeloverkoopt.nl is opgetuigd ?
  18. Sinds wanneer is website www.almeloverkoopt.nl voor het eerst geactiveerd en toegankelijk ?
  19. Op welke andere wijze, dan www.almeloverkoopt.nl maakt de Gemeente Almelo bekend dat gemeentelijke eigendommen in de verkoop gaan ?
  20. Heeft de Gemeente Almelo inspanningen verricht om alternatieve huisvesting voor beide verenigingen te vinden zodat zij haar inspanningen op maatschappelijk vlak kunnen voortzetten (zoals bedoeld in het kader van participatie) ?

Graag zouden wij deze vragen beantwoord willen zien.

Met vriendelijke groet, Partij Vrij Almelo

 

BEANTWOORDING VRAGEN AAN COLLEGE B&W OVER ROBOTISERING DISTRIBUTIECENTRA

Onderwerp Beantwoording vragen robotisering distributiecentra. Behandeld door F. Tax

Geachte heer De Olde,

Op 8 oktober heeft u ons schriftelijk vragen gesteld over onze zienswijze op de robotisering in landelijke distributiecentra die het bureau BCI vaststelt in een rapport. In deze brief beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1

Onderschrijft u de resultaten van het onderzoek van BCI, waarin wordt geschetst dat 35.000 van de 85.000 arbeidsplaatsen gaan verdwijnen in de komende 15 jaar in distributiecentra door robotisering?

Reactie

Het onderzoek van BCI kent een toekomstprognose, waarvan wij niet kunnen bepalen welke invloed dat heeft op de werkgelegenheid. Vooralsnog zien wij anno 2019 een forse groeipotentie in de distributie en logistiek, dat gaat voor werkgelegenheid zorgen. Mogelijk levert de robotisering bij nieuwe distributiecentra minder werkgelegenheid op dan wat we verwachten, maar met het nodige spin-off effect verwachten wij dat het meevalt.

Vraag 2.

Indien dit getal klopt, heeft dit dan ook gevolgen voor baanverlies op het grote distributiecentrum XL Businesspark in Almelo?

Reactie

Dat kunnen wij op basis van de beschikbare gegevens niet vaststellen. Op het XL Businesspark is het nieuwe bedrijvigheid, waarbij iedere arbeidsplaats pure winst is voor onze werkgelegenheid. In plaats van baanverlies spreken we eerder van een dempend effect op de werkgelegenheidsgroei.

Vraag 3

Bent u bereid om samen met dit distributiepark en andere stakeholders een bijdrage te leveren aan een oplossing voor dit probleem, bijvoorbeeld in het onderwijs? Dit met het doel om vroegtijdig passende afspraken te maken om deze transitie in goede banen te leiden voor alle werknemers. Doel van deze gesprekken zou volgens de PVA moeten zijn om eventuele gedwongen baanbeëindigingen te minimaliseren en werknemers in de distributiecentra vroegtijdig zoveel mogelijk zekerheid te geven.

Reactie

Voor uw ideeën zien wij een verantwoordelijkheid voor de ondernemers. Baanbeëindigingen en baanzekerheid kunnen wij als overheid niet beïnvloeden. Wel pakken wij onze verantwoordelijkheid met onze deelname aan het Huis van de Logistiek, waar we met stakeholders in het onderwijs en bedrijfsleven inzetten op de kwaliteitsversterking van de aanbodkant, de werknemers.

Vraag 4

Het XL Businesspark werd in de regio Twente gekozen als economische specialisatie en banenmotor. Wat betekent dit bericht voor hen en onze ambities en investeringen op het gebied van logistiek?

Reactie

Wie zien geen gevolgen. Voor Twente en Almelo in het bijzonder wordt een forse groei voorspeld in de sectoren distributie, logistiek en High Tech Systems and Materials (HTSM). In combinatie met de miljoeneninvesteringen in het Twentekanaal, de kades en de 2e sluis in Eefde spreken wij ons vertrouwen uit in groei in plaats van afname.

Vraag 5

Wat zijn de gevolgen voor laaggeschoolden als eenvoudig werk weg zou vallen? Hoe kan ervoor worden gezorgd dat zij toch aan de slag kunnen blijven?

Reactie

Laaggeschoolden zijn kwetsbaar en lopen bovengemiddeld het risico uit te vallen in het arbeidsproces. In tijden van laagconjunctuur, robotisering en systeemveranderingen kunnen we daar niet veel invloed op uitoefenen. Wij zien het als een kwestie van kwaliteitsversterking, waarbij we onder andere via het concept Skills Twente (House of Skills) werken aan de ontwikkeling van vaardigheden van onze inwoners. Een onderdeel van de House of Skills betreft het Huis van de Logistiek, dat zich specifiek richt op de logistieke sector.

Vraag 6

Welke kansen zijn er om robots en automatisering in te zetten om juist meer mensen met een beperking aan het werk te helpen?

Reactie

Met Skills Twente en het Huis van de Logistiek dragen we daar aan bij. Verder hebben we daar als gemeentelijke overheid niet veel invloed op. Wij nodigen in de bestaande overlegstructuren met ondernemers hen uit om op dit vraagstuk mee te denken.

Vraag 7

Wat zijn de gevolgen voor het sociale zekerheidsstelsel?

Reactie

Wij zien door robotisering geen gevolgen voor het sociaal zekerheidsstelsel in Almelo.

Vraag 8

Op welke termijn verwacht u dat deze huidige ontwikkeling op het gebied van automatisering en robotisering onze regio met name het XL Businesspark bereikt?

Reactie

Wij verwachten dat de nieuwe grote bedrijven die op het XL Businesspark gevestigd zijn reeds verregaande vormen van robotisering toepassen. Desalniettemin blijft er behoefte aan menselijke inzet en dat is winst voor onze arbeidsmarkt. Dat zien wij reeds bij grote bedrijven op het XL Businesspark. Een van de bedrijven geeft aan met de huidige orderportefeuille in de daltijden 450 medewerkers in te zetten. In piektijden hebben zij 1300 medewerkers aan het werk. Deze aantallen zullen met robotisering over 10 jaar wellicht wat dempen, maar dat wordt met de toename van orders weer opgevuld. Er zijn meerdere variabelen die hierin een rol spelen.

Wij vertrouwen erop uw vragen hiermee voldoende te hebben beantwoord.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester

 

BEANTWOORDING RAADSVRAGEN PVA AAN COLLEGE B&W OVER BESTEMMINGSPLAN HAGHOEK ROSARIUM WESTERES

Onderwerp: Beantwoording raadsvragen PVA. Behandeld door  E.R. Jasper

 

Geachte heer De Olde, bij brief van 1 oktober jl. heeft u ons vragen gesteld over het bestemmingsplan Haghoek Rosarium Westeres.

Met deze brief beantwoorden wij uw vragen.

 

Vraag 1.

Wat is het precieze doel van het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Rosarium?

Antwoord:

Bestemmingsplannen worden periodiek herzien om een actueel planologisch toetsingskader te hebben voor omgevingsvergunningen, voor zowel het bouwen op en het gebruik van de gronden. Dit is een verplichting op basis van de Wet ruimtelijke ordening. De aanleidingen hiervoor zijn de verouderde regels van het huidige bestemmingsplan, veranderd gebruik van het terrein, gewijzigde wetgeving, beleidsuitgangspunten en nieuwe inzichten. De bestemmingsplannen voor de wijken Haghoek, Rosarium en Westeres waren verouderd en zijn daarom geactualiseerd. Er zijn geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het plan meegenomen en eventuele ongewenste ontwikkelingen worden tegengegaan. Tijdens de ter inzage termijn van het ontwerpbestemmingsplan Haghoek Rosarium Westeres zijn twee zienswijzen ingediend. Deze hebben, naast een aantal andere aanpassingen, aanleiding gegeven om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. De raad heeft op 1 oktober 2019 het bestemmingsplan Haghoek Rosarium Westeres gewijzigd vastgesteld. Voor de precieze wijzigingen verwijzen wij u naar het raadsbesluit.

 

Vraag 2.

Is de vaststelling alleen bedoeld om de arbeidsmigranten aan de Vriezebrug aan te pakken?

Antwoord:

Nee, zie hiervoor de beantwoording bij vraag 1.

 

Vraag 3.

Is het zo dat het voorliggende plan helaas alleen nieuwe huisjesmelkers aanpakt en de bestaande huisjesmelkers buiten schot blijven?

Antwoord:

Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State blijkt dat de activiteit ‘wonen’ in bestemmingsplannen bij diverse gemeenten onbedoeld zo is bestemd dat het voeren van meerdere huishoudens mogelijk is binnen één woning. Dit geldt ook voor de gemeente Almelo. Om deze ongewenste ontwikkeling tegen te gaan heeft de raad op 20 november 2018 een voorbereidingsbesluit genomen. Op dit moment wordt voor het gehele grondgebied van Almelo geïnventariseerd in welke gevallen er sprake is van een overgangssituatie voor meerdere huishoudens in één woning. Deze worden verwerkt in het bestemmingsplan ‘parapluherziening Wonen’ en wordt op korte termijn in procedure gebracht. Diverse gevallen komen dus in aanmerking voor overgangsrecht, waardoor het bestaande gebruik kan worden voortgezet. In het door de raad vastgestelde bestemmingsplan ‘Haghoek Rosarium Westeres’ is expliciet per woning maximaal één huishouden toegestaan. Dit is in lijn met het voorbereidingsbesluit.

 

Vraag 4.

Bent u op de hoogte dat ook gewone burgers, die hun (te grote huis) deels willen verhuren via Air B&B of aan hun familieleden en goede kennissen, we noemen dat deelverhuur, wij ernstige schade kunnen toebrengen omdat die deelverhuur verboden wordt gemaakt?

Antwoord:

Een huishouden is als volgt omschreven: ‘Een groep van één of meer personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid’. Het bij recht huisvesten van meerdere huishoudens in één woning vinden wij een ongewenste ruimtelijke ontwikkeling en willen wij voorkomen. Dit geldt ook voor deelverhuur, aangezien hierbij ook sprake is van meerdere huishoudens in één woning. Wij zijn bezig met het opstellen van algemene ruimtelijke beleidsregels voor de situaties dat het toestaan van meerdere huishoudens in één woning geen ruimtelijke belemmeringen met zich meebrengen. In de beleidsregels worden criteria opgenomen wanneer wij medewerking verlenen aan woningsplitsing of kamergewijze verhuur en deze gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente Almelo. Als aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan kan medewerking worden verleend door af te wijken van het bestemmingsplan. Voor een Bed & Breakfast hebben wij reeds op 24 maart 2015 de beleidsregel ‘Beleidsregels voor de toepassing van planologische gebruiksactiviteiten op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (2015)’ vastgesteld. Hierin is bepaald dat het moet gaan om een recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben. Hierdoor is bij een Bed & Breakfast geen sprake van wonen of het hebben van een huishouden.

 

Vraag 5.

Kan dit niet leiden tot een nog grotere woningnood en hogere woonlasten en problemen voor starters op de woningmarkt?

Antwoord:

Nee, met de beleidsregels kan naar verwachting voldoende adequaat op de marktvraag worden ingespeeld. De beleidsregels voor kamergewijze verhuur en woningsplitsing zullen vóór 2020 door het college worden vastgesteld. Daarnaast is er in onze woningbouwprogrammering en woonbeleid voldoende aandacht voor goede huisvesting van alle doelgroepen, zo ook voor de starters op de woningmarkt.

 

Vraag 6.

Zorgen wij er niet voor dat huizenprijzen verder stijgen doordat het aanbod aan woonmogelijkheden sterk wordt beknot?

Antwoord:

Nee, er is geen sprake van een sterke beperking van het aantal woonmogelijkheden. In Almelo wordt niet op grote schaal gebruik gemaakt van het huisvesten van meerdere huishoudens in één woning. Dit blijkt uit de huidige inventarisatie van kamerbewoning en/of woningsplitsing voor het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Wonen’. Wel blijkt dat er in dit soort situaties vaak sprake is van onveilige en slechte woonomstandigheden. Juist om die reden is ervoor gekozen om deze woonvorm te reguleren.

 

Vraag 7.

Is dit niet een te grote inbreuk op het eigendomsrecht van huiseigenaren?

Antwoord:

Nee, het is nooit de bedoeling geweest om bij recht meerdere huishoudens in één woning te huisvesten. Dit hebben wij ook altijd als zodanig gecommuniceerd. De door jurisprudentie ontstane omissie wordt met dit bestemmingsplan hersteld.

 

Vraag 8.

Bent u het met ons eens dat dit plan veel negatieve bijkomende effecten kan veroorzaken die met name gewone huiseigenaren benadelen?

Antwoord:

Nee, zie hiervoor de beantwoording bij vraag 6.

 

Vraag 9.

Welke gevolgen gaat dit hebben voor toekomstige bewoners van zowel de bestaande zorgcentra als het nieuw te vestigen zorgcentrum in het voormalige complex van Klokkenbelt?

Antwoord:

Gezien de bewoners ook woonruimte binnen eerdergenoemde complexen moeten huren. Voor zorgcentra zullen geen veranderingen optreden, aangezien deze specifiek als zorginstellingen zijn bestemd. Dit geldt ook voor de Klokkenbelt. Deze is in het plangebied van het bestemmingsplan ‘Haghoek Rosarium Westeres’ gelegen en is hierin bestemd als Gemengd-3. Binnen deze bestemming is een zorginstelling (verlenen van intensieve zorg), en zorgwonen (een zelfstandige woning voor mensen die vanwege hun leeftijd, gezondheid of beperkingen aangewezen zijn op een overwegende mate van zorg en ondersteuning, ongeacht of deze door een professional, vrijwilliger of mantelzorger wordt verstrekt) mogelijk.

 

Vraag 10.

Zal dit plan niet veel te veel negatieve bijkomende effecten veroorzaken die met name de gewone huiseigenaren benadelen?

Antwoord:

Zie hiervoor de beantwoording bij vraag 6.

 

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

 

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE VAN B&W NAAR AANLEIDING VAN DOOR B&W UITGELOKTE RECHTSZAKEN

Almelo, 24 oktober 2019

Geacht college,

De PVA heeft in Zwolle en Den Haag meerdere door B&W uitgelokte rechtszaken bijgewoond.

De PVA vraagt zich af wat het nut en noodzaak is van dit soort uitgelokte rechtszaken. De PVA wil daar meer van weten.

 

Daarover heeft de PVA de volgende vragen:

 

  1. Kunt u een overzicht geven op welke locaties activiteiten worden uitgevoerd die in strijd zijn met wet- en regelgeving in 2017, 2018 en 2019.
  1. Kunt u een overzicht geven op welke locaties activiteiten werden uitgevoerd die in strijd zijn met wet- en regelgeving in 2017, 2018 en 2019.

Toelichting; Graag inzicht in het soort en aantallen overtredingen en het adres van de plek waar de overtreding(en) zich voordoet en voordeed.

Van de jaren 2017, 2018 en 2019.

Wij zouden graag deze vragen beantwoord willen zien.

Met vriendelijke groet,

Namens fractie Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde (fractievoorzitter)

 

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN PVA AAN COLLEGE B&W ALMELO AANGAANDE HOORZITTING 25 SEPTEMBER 2019

Gemeentehuis Almelo

Op 25 september 2019 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden bij de gemeentelijk bezwarencommissie over een bezwaarschrift tegen het niet in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bedrijfsmatig in gebruik mogen nemen van een keuken van 28m2 groot. Er was derhalve sprake van een (1) simpele juridische vraag: is het juridisch juist dat het college de aanvraag niet in behandeling hoefde te nemen.

U heeft zich tot verbazing van Partij Vrij Almelo (PVA) laten vertegenwoordigen door een hartstikke dure advocaat en een ambtenaar. De advocaat voerde het woord, de ambtenaar zei niets.

 

Juridische kosten:

Intussen zullen de juridische kosten alleen al aangaande de zaak Quick waarschijnlijk nu al de 150.000 euro overschrijden. Op kosten van de belastingbetaler welteverstaan..!!

Saillant detail: de  advocaat van de gemeente liet zich dit keer niet zien op de zitting bij de Raad van State op 10 oktober 2019. Waarschijnlijk door alle ophef rond de vragen van de PVA over de hoogoplopende juridische kosten.

 

Beantwoording vragen Partij Vrij Almelo (PVA) aangaande hoorzitting 25 september 2019  Behandeld door D. Cohen Onderwerp 

 

Geachte heer De Olde,

In uw brief van 27 september jl. heeft u vragen gesteld over de hoorzitting van 25 september 2019 bij de Commissie van advies voor de bezwaarschriften. Hier werd het bezwaarschrift behandeld dat was ingediend naar aanleiding van ons besluit op een herhaalde aanvraag om omgevingsvergunning van ‘Broodje bij de Brug’ af te wijzen.

Onderstaand beantwoorden wij uw vragen:

 

Vraag 1.

Bent u het met de PVA eens dat nu het college zich heeft laten vertegenwoordigen bij een bezwarencommissie op een hoorzitting door een advocaat, dit te veel van het goede is. Zo nee waarom niet?

Antwoord:

Nee. Er is een samenstel van bezwaren, verzoeken om voorlopige voorzieningen, beroepen en hoger beroepen, die hun oorsprong vinden in één dossier (nl. de primair op 6 december 2017 geweigerde omgevingsvergunning). Wij laten ons vanwege de complexiteit van die samenhang daarom ook in de onderhavige bezwaarzaak vertegenwoordigen door dezelfde stadsadvocaat die ons in de andere onderdelen van het dossier bijstaat.

 

Vraag 2.

De advocaat heeft op die hoorzitting namens het college kritiek geuit op de in geding gebrachte grief dat de hoogte van de juridische bijstand (inmiddels meer is dan 100.000,-) niet in de bezwaarprocedure aan de orde mochten worden gesteld en het ongepast was dat haar facturen aan het college op facebook staan. Is het college bekend met deze gang van zaken?

Antwoord:

De stadsadvocaat vertegenwoordigt tijdens een zitting het college. Tijdens een zitting kunnen zaken naar voren komen die niet (direct) met het bestreden besluit te maken hebben. Het is inherent aan het horen dat op verwijten aan het adres van het college wordt gereageerd. Zo ook in dit geval, waarbij de gemachtigde van bezwaarde de declaraties van onze gemachtigde aan de orde stelde. Het staat het college – en dus ook onze gemachtigde – vrij om de vraag te stellen hoe relevant die declaraties zijn voor de beoordeling van het ingediende bezwaar. Het beginsel van hoor en wederhoor brengt met zich dat onze gemachtigde – los van het feit of het een advocaat of een van onze medewerkers is – mandaat heeft namens het college te reageren en verweer te voeren.

 

Vraag 3.

Deelt het college de mening van de PVA dat het onwenselijk is dat de advocaat in kwestie haar ongenoegen via uw college in de bezwarenprocedure aan de kaak stelt?  Zo nee waarom niet?

Antwoord:

Het is niet relevant om tijdens een zitting bij de bezwaarschriftencommissie over een omgevingsvergunning, de declaraties van onze gemachtigde te benoemen. Als dat wel gebeurt, staat het onze gemachtigde volstrekt vrij daar een opvatting over kenbaar te maken. Uiteindelijk is het aan de commissie om ons over de bezwaargronden te adviseren.

 

Vraag 4.

Verspilt het college niet te veel gemeenschapsgeld door telkens maar weer advocaten voor het minste geringste op te laten draven? Zo nee waarom dan precies niet?

Antwoord:

Het betrekken van externe juridische bijstand gebeurt niet lichtvaardig. Wij hebben ervoor gekozen om ons in deze zaak, juist omdat die zoveel samenhang heeft met andere lopende procedures, te laten vertegenwoordigen door onze stadsadvocaat. Van deze keuze stappen wij niet af vanwege het aantal zittingen.

 

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN OVER WINDMOLENS TEN NOORDEN VAN ALMELO

 

Onlangs werd tijdens een politiek beraad onderzoek gedaan naar mogelijke locaties voor groene energie. Tijdens de bijeenkomst werd ook de komst van windmolens in Almelo besproken.

Die zouden dan het beste passen in het noorden van Almelo waar intussen al een groot zonnepark is gerealiseerd. De Partij Vrij Almelo maakt zich grote zorgen over de komst van deze horizonvervuilers. 

Draagvlak en participatie zijn hierbij belangrijke voorwaarden die wij daarbij stellen.

 

Beantwoording schriftelijke vragen door het college over Windmolens ten noorden van Almelo fractie PVA.  Behandeld door N. Bunt-Jansen.

 

Geachte heer De Olde,

In uw brief van 20 september 2019 stelt u vragen over windmolens ten noorden van Almelo. Hieronder herhalen wij de door u gestelde vragen en voorzien wij deze van een antwoord.

 

Vraag 1.

Bent u op de hoogte van de regionale weerstand tegen de aanleg van windmolens in het noorden van Almelo?

Antwoord:

Wij zijn ervan op de hoogte dat er binnen de regio verschillende standpunten ten opzichte van de aanleg van windmolens zijn.

 

Vraag 2.

In het kader van burgerparticipatie nemen wij aan dat draagvlak onder omwonenden een van de belangrijkste voorwaarden is om tot plaatsing van windmolens over te gaan. Op basis van welke criteria meet het college dit draagvlak en op welk moment wordt dit gemeten?

Antwoord:

Op dit moment kunnen wij hier nog geen antwoord op geven. Bij de plannen rondom de energietransitie besteden wij hier aandacht aan. In principe is het primair aan de ontwikkelaar om zorg te dragen voor participatie. De gemeente ziet daar op toe en spreekt de initiatiefnemer indien nodig hierop aan.

 

Vraag 3.

Mocht er onvoldoende draagvlak zijn gaat u dan stelselmatig de mening van de omwonenden negeren?

Antwoord:

Bij de ontwikkeling van duurzame energieprojecten is betrokkenheid van inwoners een belangrijk punt. In de kaders die wij opstellen, onder andere de duurzame energieladder, nemen wij daaromtrent uitgangspunten op, alsook voorschriften hoe inwoners kunnen profiteren van duurzame energieprojecten. Op dit moment is nog niet besloten hoe we vorm geven aan participatie van inwoners. In beginsel ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij een initiatiefnemer.

 

Vraag 4.

Is dit niet onwenselijk gelet op de grote negatieve impact van windturbines op de leefomgeving en het welzijn van inwoners door geluidsoverlast en slagschaduw?

Antwoord:

Zie het antwoord vraag 3. Bovendien moet bij de plaatsing van windmolens sowieso rekening gehouden worden met wettelijke bepalingen omtrent geluid en slagschaduw.

 

Vraag 5.

Wat is de waarde van inspraak bij de bouw van windmolens?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 2.

 

Vraag 6.

Op welke wijze stelt het college de inwoners hiervan tijdig in kennis en hoe neemt u de gemeenteraad hierin mee?

Antwoord:

Het betrekken van inwoners is pas aan de orde bij een concreet initiatief voor de plaatsing van een windmolen. De raad is reeds betrokken in het proces van de Regionale Energie Strategie. Verder wordt de duurzame energieladder ter besluitvorming aan de raad aangeboden.

 

Vraag 7.

Acht het college het reëel haar doelstelling Almelo energieneutraal 2040 te halen zonder inzet van windmolens?

Antwoord:

De doelstelling van het college is om in 2050 zo goed als energieneutraal te zijn. Op de vraag of Almelo in 2050 energieneutraal kan zijn zonder windmolens is op dit moment geen eenduidig antwoord te geven. In het kader van de Regionale Energie Strategie moeten de regio’s in het jaar 2030 bij elkaar ten minste 35 TWh grootschalige hernieuwbare energieopwekking op land gerealiseerd hebben. De toekomst moet uitwijzen in hoeverre duurzame energietechnieken zich verder gaan ontwikkelen maar met de kennis van nu zien we dat het zonder windenergie niet gaat lukken.

 

Vraag 8.

Is er al een keuze voor het aantal, de exacte hoogte of het type windmolen gemaakt?

Antwoord:

Nee, zie ook het antwoord op vraag 7.

 

Vraag 9.

Welke acties gaat het college ondernemen mocht er onvoldoende draagvlak onder omwonenden aanwezig zijn?

Antwoord:

Hier is nog geen keuze in gemaakt.

 

Vraag 10.

Door de burgers te vergeten, bent u dan niet bang dat positiviteit van groene energie dreigt om te slaan in negatieve energie?

Antwoord:

Wij zetten in op het benutten van kansen voor zowel bewoners van het gebied als het gebied zelf. Het is primair aan de initiatiefnemer om de participatie van inwoners en omwonenden vorm te geven. De gemeente ziet daar op toe en spreekt de initiatiefnemer indien nodig hierop aan.

 

Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

 

 

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN BETREFT DE GEPLANDE MEGASTAL AAN DE SCHOUT DODDESTRAAT AADORP

Geplande megasta met 19.000 varkens aan de Schout Doddestraat Aadorp

 

Onderwerp vragen transitie Noordflank. Behandeld door A.J. Reekers

 

Geachte heer De Olde,

In uw brief van 29 augustus jl. stelt u namens de Partij Vrij Almelo vragen over de ontwikkeling van een megastal aan de Schout Doddestraat bij de kern Aadorp. Allereerst merken wij op dat de ontwikkeling van dit bedrijf onderdeel vormt van de op te stellen Milieu Effect Rapportage voor de transitie van de Noordflank. In dat kader worden de effecten in beeld gebracht op basis waarvan de raad een besluit kan nemen over de ontwikkeling van de Noordflank.

Hierna zijn de door u gestelde vragen en de door ons gegeven antwoorden aangegeven:

 

Vraag 1.

Welke stukken liggen er intussen voor betreft de veiligheid van mens en dier?

Antwoord:

Op dit moment zijn voor het bouwen van grote veestallen een tweetal NEN normen (NEN6060 en NEN6079) beschikbaar in Nederland. Hiermee kan op basis van gelijkwaardigheid worden voldaan aan de doelstellingen van brandveiligheid zoals bedoeld in Bouwbesluit 2012. In deze normen is extra aandacht voor het voorkomen van dierenleed bij brand. Hierbij valt onder andere te denken aan eisen aan bouw- en constructiematerialen, technische installaties, bluswatervoorziening en bewustwording van risico’s. Daarnaast is het landelijke actieplan stalbranden 2018-2022 van toepassing. In de concept MER, zoals nu opgesteld voor de veehouderij aan de Schout Doddestraat, wordt uitgebreid ingegaan hoe om te gaan met gezondheidsrisico’s in relatie tot de omgeving.

 

Vraag 2.

Welke protocollen worden gevolgd ter voorkoming van verbranding of verstikking van levende varkens in geval van stalbrand?

Antwoord:

Voor de nieuwbouw van een stal moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In deze omgevingsvergunning wordt in o.a. de onderdelen bouwen en milieu aandacht gevraagd voor aspecten  m.b.t. het voorkomen van dierenleed.

 

Vraag 3.

Zijn er luchtwassers aanwezig, want die zorgen namelijk door verblazing van lucht voor een snelle vuurzee. Slaan die luchtwassers automatisch uit door brandsensoren?

Antwoord:

Tijdens de beoordeling van de omgevingsvergunning kan deze technische oplossing wel een onderdeel zijn van het brandveiligheidsconcept c.q. gelijkwaardigheidsvoorstel. Vaak is dit geborgd vanuit een alarm op sterke temperatuursveranderingen in de klimaatinstallatie.

 

Vraag 4.

Luchtwassers dienen ter voorkoming van luchtverontreiniging en stank. Bent u het eens met ons dat dit niet ten koste mag gaan van de brandveiligheid voor de varkens?

Antwoord:

In deze zullen de wettelijke voorschriften worden gevolgd. Bij een juiste compartimentering en uitvoering van de luchtwassers waarbij het bouwplan moet voldoen aan de voorschriften zullen deze luchtwassers niet ten koste gaan van de brandveiligheid voor de varkens.

 

Vraag 5.

Knaagdieren blijken met hun gedrag een rol te spelen in ontbrandingen in kabelgoten, elektrische installaties en in apparatuur. Wat is de knaagzekerheid van de aangelegde elektra? Gaat de gemeente ontheffing verlenen voor middelen ter bestrijding van knaagdieren?

Antwoord:

De kabels van de installatie worden gelegd in draadgoten tegen ongedierte en er is een verplichting tot het afsluiten van een contract voor ongediertebestrijding.

 

Vraag 6.

Op hoeveel afstand woont de manager/eigenaar?

Antwoord:

Deze woont op ca. 30 meter afstand van de huidige stallen.

 

Vraag 7.

Omdat stallen vaak afgelegen liggen, kan de brandweer vaak niet op tijd aanwezig zijn. Soms is er dan niet eens bluswater voorhanden. Zijn er alternatieve bluswatervoorzieningen op of nabij het varkenshouderijbedrijf?

Antwoord:

Bij de beoordeling van de nog in te dienen vergunning wordt het voor handen zijn van een bluswatervoorziening beoordeeld. Er geldt een verplichting voor het aanwezig zijn van een adequate bluswatervoorziening in de nabijheid van een veestal.

 

Vraag 8.

De voornaamste oorzaak van omgekomen dieren bij brand is dat dieren niet zelfredzaam zijn en dus volledig afhankelijk zijn van redding (evacuatie). Is er een evacuatieplan? Kunnen de dieren zelf naar buiten vluchten? Dieren zijn afhankelijk van ondersteuning bij evacuatie.

Antwoord:

Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning wordt dit onderdeel beoordeeld door onder andere te kijken of er voldoende gevelopeningen c.q. deuren aanwezig zijn.

 

Vraag 9.

Hygiëne in de stal is uiterst belangrijk. Een stoffige stalbodem is bijvoorbeeld al funest voor de gezondheid van mens en dier. Wat is de constructie van de stalbodem(s)? Zijn die berekend op het aantal te houden dieren?

Antwoord:

Dit is een onderdeel van de nog eventuele aan te vragen omgevingsvergunning waarbij moet worden voldaan aan de wettelijke eisen.

 

Vraag 10.

Zijn er afspraken gemaakt met veeartsen voor reguliere controle op de gezondheid van de varkens en als stok achter de deur om tijdig zieke dieren te verzorgen en dode dieren te verwijderen?

Antwoord:

Deze verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaar van de stallen.

 

Vraag 11.

Is de huidige infrastructuur van, naar en op de Schout Doddestraat bestand en berekend op de logistieke last die het bedrijf met zich meebrengt?

Antwoord:

Gezien de capaciteit van de wegen en de huidige intensiteiten zal deze toename aan verkeersbewegingen naar verwachting niet tot (capaciteits)problemen leiden. De eventueel uit te breiden veehouderij heeft een bestaande uitrit aan de Schout Doddestraat en voor zover bekend zijn er geen problemen bij het oprijden van deze straat. Die problemen zullen naar verwachting ook niet gaan ontstaan omdat deze weg binnen enkele jaren zal worden afgewaardeerd.

 

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

 

SCHRIFTELIJKE VRAGEN PVA AAN HET COLLEGE VAN B&W NAAR AANLEIDING VAN HET LOGISTIEK TRAJECT

Almelo 15 oktober 2019

Geacht college,

Begin juli kondigde men middels de media aan dat de eerste 20 kandidaten van in totaal een groep van 60 kandidaten zouden starten met een leer/werk traject toegespitst op de logistiek.

Het zou gaan om kandidaten die langdurig werkloos zijn geweest en die met behulp van opleidingen en trainingen een jaarcontract konden bemachtigen in de logistieke branche in deze regio.

 

Wij hebben de volgende vragen:

 

  1. Hoeveel van deze unieke kandidaten die deel hebben genomen aan dit traject hebben nu daadwerkelijk een jaarcontract dat in vooruitzicht werd gesteld ?
  1. Welke officieel erkende certificaten hebben deze kandidaten behaald ? Denk hierbij aan de benodigde certificaten binnen de logistiek zoals een heftruckcertificaat, een VCA certificaat, een hijsbewijs of een reachtruck certificaat.
  1. Bestaat eerdergenoemd jaarcontract nu uit een ABU/NBBU Fase3 contract bij een uitzendbureau of uit een regulier jaarcontract bij een bedrijf in de logistieke sector ?
  1. Welke rol heeft het ROC van Twente in dit 13 weken durende traject gespeeld daar zij enkel meerjarige opleidingen verzorgen in het kader van BOL en BBL ?
  1. Uit welke onderdelen exact bestond het volledige 13 weken durende traject gelet op de componenten fitheid, werkervaring en motivatie ?
  1. Bestaan er ook andere partijen dan Soweco-Extend die dit soort trajecten kunnen verzorgen ? Zijn er andere partijen benaderd en zo ja, welke ?
  1. Zijn de deelnemende kandidaten voldoende onderzocht op medisch gebied en psychische gesteldheid door erkende instanties ?
  1. Waar en hoe lang hebben de kandidaten werkervaring op mogen doen ?
  1. Hebben de kandidaten trainingen gevolgd van erkende instructeurs en welk nut hadden deze trainingen ?
  1. Hoeveel bedragen de kosten per kandidaat voor het traject van 13 weken ?
  1. Is er ook sprake van eventuele nazorg in de vorm van begeleiding, training/coaching indien de kandidaat een jaarcontract heeft bemachtigd en hoeveel bedragen de kosten daar van ?
  1. Bestaan er ook andere trajecten die korter duren dan 13 weken, welke duurzaam zijn en gericht zijn op meerdere branches ?
  1. Heeft de kandidaat zelf ook enige inbreng aan de vormgeving van dit traject en eventuele keuze uit een toekomstige werkplek en werkgever ?
  1. Wordt het traject vervolgd indien de kandidaat na het traject van 13 weken geen jaarcontract heeft kunnen bemachtigen ?
  1. Zijn er ook kandidaten afgevallen cq. uitgevallen tijdens de duur van dit traject en welke gevolgen heeft dat voor hen ? Worden deze kandidaten in het geval van overmacht verder begeleid in de overheersende problematiek ?
  1. Heeft er een speciale selectieprocedure plaatsgevonden voor kandidaten met affiniteit tot de logistieke branche ?
  1. Hoeveel van deze kandidaten hebben er eerder deelgenomen aan soortgelijke trajecten in het verleden die werden aangeboden door de gemeente Almelo en haar partners hier in ?
  1. Welke rechten mag de kandidaat ontlenen aan het contract dat men heeft ondertekend met de uitvoerende partij ?
  1. Wat zijn de gevolgen voor de kandidaat wanneer de uitvoerende partij ( Extend) zich schuldig maakt aan contractbreuk ?
  1. Is er ook sprake van een scheve machtsverhouding binnen het contract met Extend ?
  1. Is er sprake van een geldelijke tegemoetkoming vanuit de overheid wanneer een langdurig werkloze binnen het kader van de Participatiewet wordt geholpen aan een betaalde baan ?
  1. Met welk percentage kandidaten die dit traject hebben gevolgd en een jaarcontract hebben bemachtigd acht men dit traject geslaagd ?
  1. Is er ook sprake geweest van vergoedingen voor de kandidaten omtrent kleding, schoeisel en reiskosten ?

 

Wij zouden graag deze vragen beantwoord willen zien.

 

Met vriendelijke groet,

Namens fractie Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde (fractievoorzitter)

 

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN COLLEGE VAN B&W ALMELO. BETREFT: ROBOTISERING OP DISTRIBUTIECENTRA

Almelo 8 oktober 2019

Geacht college,

Bent u bekent met het bericht “opmars van robots kost duizenden banen in distributiecentra”? Liefst 35.000 van de 85.000 arbeidsplaatsen in grote Nederlandse distributiecentra gaan de komende vijftien jaar door robotisering verloren blijkt uit onderzoek van Buck Consultants International (BCI). Door de toenemende inzet van robots in de samenleving bestaat het risico dat sommige arbeidskrachten straks niet meer nodig zijn. 

De Partij Vrij Almelo (PVA) heeft daar een aantal vragen over:  

 

Vraag 1. 

Onderschrijft u de resultaten van het onderzoek van BCI, waarin wordt geschetst dat 35.000 van de 85.000 arbeidsplaatsen gaan verdwijnen in de komende 15 jaar in distributiecentra door robotisering?  

Vraag 2.

Indien dit getal klopt, heeft dit dan ook gevolgen voor baanverlies op het grote distributiecentrum XL Businesspark in Almelo? 

Vraag 3.

Bent u bereid om samen met dit distributiepark en andere stakeholders een bijdrage kunt leveren aan een oplossing voor dit probleem, bijvoorbeeld in het onderwijs, om de tafel te gaan zitten? Dit met het doel om vroegtijdig passende afspraken te maken om deze transitie in goede banen te leiden voor alle werknemers. Doel van deze gesprekken zou volgens de PVA moeten zijn om eventuele gedwongen baanbeëindigingen te minimaliseren en werknemers in de distributiecentra vroegtijdig zoveel mogelijk zekerheid te geven. 

Vraag 4.  

Het XL Businesspark werd in de regio Twente gekozen als economische specialisatie en banenmotor. Wat betekent dit bericht voor hen en onze ambities en investeringen op het gebied van logistiek? 

 Vraag 5.

Wat zijn de gevolgen voor laaggeschoolden als eenvoudig werk weg zou vallen? Hoe kan ervoor worden gezorgd dat zij toch aan de slag kunnen blijven?

Vraag 6.

Welke kansen zijn er om robots en automatisering in te zetten om juist meer mensen met een beperking aan het werk te helpen?

 Vraag 7.

Wat zijn de gevolgen voor het sociale zekerheidsstelsel? 

Vraag 8. 

Op welke termijn verwacht u dat deze huidige ontwikkeling op het gebied van automatisering en robotisering onze regio met name het XL Businesspark bereikt?

 

Wij zijn benieuwd naar uw reactie op de gestelde vragen.

Met vriendelijke groet, 

Namens Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde

ANTWOORD COLLEGE VAN B&W NAAR AANLEIDING VRAGEN OVER KOLKSCHOOL

Onderwerp: ontwikkelingen Kolkschool. Behandeld door H. Blok

 

Geachte heer De Olde,

In uw brief van 28 augustus jl. stelt u enkele vragen naar aanleiding van het politiek beraad van 27 augustus jl. over de verkoop van de Kolkschool.

Ten aanzien van de door u gestelde vragen het volgende. Zoals bekend is er inmiddels door een extern bureau een onderzoek gestart naar de werkwijze en aanpak van de aanbieding van grond- en vastgoedtransacties, kavelverkoop en huurovereenkomsten.

In het kader van dit onderzoek achten wij het niet wenselijk om hierop vooruitlopend antwoorden te geven op vragen die onderdeel zijn van het onderzoek. De uitkomst van het onderzoek zullen wij na afronding hiervan met de raad delen.

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

 

Schriftelijke vragen aan het college van B&W Almelo inzake de Kolkschool

SCHRIFTELIJKE VRAGEN PVA AAN HET COLLEGE VAN B&W BETREFT: BESTEMMINGSPLAN HAGHOEK ROSARIUM WESTERES

Betreft: bestemmingsplan Haghoek Rosarium Westeres.

Almelo, 1 oktober 2019

Geacht college,

Op 1 oktober lag het bestemmingsplan Haghoek Rosarium Westeres ter vaststelling voor.

De belangrijkste bedoeling van dit plan is het tegengaan van uitbuiting van woningzoekenden door huisjesmelkers.

Daar is de Partij Vrij Almelo (PVA) het helemaal mee eens. Maar niet met de neveneffecten die zouden kunnen ontstaan.

 

Wij hebben de volgende vragen:

Vraag 1.

Wat is het precieze doel van het gewijzigd vast stellen van het bestemmingsplan Rosarium?

 

Vraag 2.

Is de vaststelling alleen bedoeld om de arbeidsmigranten aan de Vriezebrug aan te pakken?

 

Vraag 3.

Is het zo dat het voorliggende plan helaas alleen nieuwe huisjesmelkers aanpakt en de bestaande huisjesmelkers buiten schot blijven?

 

Vraag 4.

Bent u op de hoogte dat ook gewone burgers, die hun (te grote huis) deels willen verhuren via Air B&B of aan hun familieleden en goede kennissen, we noemen dat deelverhuur, wij ernstige schade kunnen toebrengen omdat die deelverhuur verboden wordt gemaakt?

 

Vraag 5.

Kan dit niet leiden tot een nog grotere woningnood en hogere woonlasten en problemen voor starters op de woningmarkt?

 

Vraag 6.

Zorgen wij er niet voor dat huizenprijzen verder stijgen doordat het aanbod aan woonmogelijkheden sterk wordt beknot?

 

Vraag 7.

Is dit niet een te grote inbreuk op het eigendomsrecht van huiseigenaren?

 

Vraag 8.

Bent u het met ons eens dat dit plan veel negatieve bijkomende effecten kan veroorzaken die met name gewone huiseigenaren benadelen?

 

Vraag 9.

Welke gevolgen gaat dit hebben voor toekomstige bewoners van zowel de bestaande zorgcentra als het nieuw te vestigen zorgcentrum in het voormalige complex van Klokkenbelt? Gezien de bewoners ook woonruimte binnen eerdergenoemde complexen moeten huren.

 

Vraag 10.

Zal dit plan niet veel te veel negatieve bijkomende effecten veroorzaken die met name de gewone huiseigenaren benadelen?

 

Kunt u deze vragen binnen de gestelde termijn beantwoorden?

 

Met vriendelijke groet,

Namens Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde

SCHRIFTELIJKE VRAGEN PVA AAN COLLEGE VAN B&W ALMELO HOORZITTING 25 SEPTEMBER 2019

Stadhuis Almelo

Schriftelijke vragen aan college van B&W Almelo

Betreft: hoorzitting 25 september 2019

 

Geacht college,

Op 25 september 2019 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden bij de gemeentelijk bezwarencommissie over een bezwaarschrift tegen het niet in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bedrijfsmatig in gebruik mogen nemen van een keuken van 28m2 groot. Er was derhalve sprake van een (1) simpele juridische vraag: is het juridisch juist dat het college de aanvraag niet in behandeling hoefde te nemen.

U heeft zich tot verbazing van Partij Vrij Almelo (PVA) laten vertegenwoordigen door een hartstikke dure advocaat en een ambtenaar. De advocaat voerde het woord, de ambtenaar zei niets.

 

Wij hebben de volgende vragen:

  1. Bent u het met de PVA eens dat nu het college zich heeft laten vertegenwoordigen bij een bezwarencommissie op een hoorzitting door een advocaat, dit te veel van het goede is. Zo nee waarom niet?
  1. De advocaat heeft op die hoorzitting namens het college kritiek geuit op de in geding gebrachte grief dat de hoogte van de juridische bijstand (inmiddels meer is dan 100.000,-) niet in de bezwaarprocedure aan de orde mochten worden gesteld en het ongepast was dat haar facturen aan het college op facebook staan. Is het college bekend met deze gang van zaken?
  1. Deelt het college de mening van de PVA dat het onwenselijk is dat de advocaat in kwestie haar ongenoegen via uw college in de bezwarenprocedure aan de kaak stelt? Zo nee waarom niet?
  1. Verspilt het college niet te veel gemeenschapsgeld door telkens maar weer advocaten voor het minste geringste op te laten draven? Zo nee waarom dan precies niet?

Graag zouden wij deze vragen beantwoord zien binnen de daarvoor gestelde termijn.

 

Met vriendelijke groet,

Namens fractie Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde (fractievoorzitter)

BEANTWOORDING VRAGEN PVA AAN HET COLLEGE B&W JEUGDZORG JULI 2019

Onderwerp Beantwoording vragen PVA Jeugdzorg juli 2019

27 september 2019

Geachte heer de Olde,

In uw brief van 18 juli 2019 heeft u vragen gesteld over de jeugdzorg.

Onderstaand beantwoorden wij uw vragen.

 

Vraag 1.

Betaalt de Gemeente Almelo alle kosten met betrekking tot Jeugdzorg?

Antwoord:

De gemeente neemt alle kosten voor haar rekening die betrekking hebben op de Jeugdwet. Er wordt altijd gekeken of er geen voorliggende voorzieningen of algemene voorzieningen mogelijk zijn en wat de inwoner op grond van eigen kracht, sociaal netwerk en gebruikelijke hulp kan oplossen.

 

Vraag 2.

Bestaat er ook een controlerend orgaan met betrekking tot de kosten die gedeclareerd worden?

Antwoord:

Ja, onze financiële afdeling en de administratie controleren declaraties van zorgaanbieders. Als er een vermoeden is van een onjuiste declaratie, wordt het contractmanagement gevraagd te controleren. Bij een vermoeden van fraude kan de gemeente de Sociale Recherche Twente inschakelen.

 

Vraag 3.

Wie controleert de kwaliteit van werkzaamheden geleverd door de jeugdzorg verlenende instanties?

Antwoord:

Er zijn meerdere instanties die de kwaliteit van de werkzaamheden controleren. Als eerste de ouders/het kind, door middel van klanttevredenheid. Ook wordt door de gemeente toezicht gehouden op de kwaliteit. Daarnaast is er de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die hun bevindingen rapporteren en online publiceren.

 

Vraag 4.

Is het mogelijk dat sommige jeugdzorg trajecten ten onrechte gerekt kunnen worden?

Antwoord:

Een traject binnen de Jeugdhulp kent een begin en een eind. Zo wordt dit ook in een indicatiebesluit vastgelegd. Mocht een traject langer duren, dan is er een herindicatie of nieuwe

 

Vraag 5.

Is het mogelijk dat zorg verlenende instanties gerechtelijke uitspraken mogen negeren en naar eigen oordelen een traject opstelt?

Antwoord:

Gerechtelijke uitspraken mogen nooit genegeerd worden. Vaak neemt de rechter in de beschikking op dat er ondersteuning ingezet moet worden, het is dan aan de zorgverlener of de gemeente om te bepalen welke ondersteuning er nodig is. In een uiterste geval neemt de rechter de soort ondersteuning op in de beschikking en is het aan de gecertificeerde instelling om dit ten uitvoer te leggen binnen het lokale aanbod van de gemeente.

 

Vraag 6.

Is er een trend waarneembaar in prijsstijging van alle door de Gemeente gecontracteerde jeugdzorg verlenende instanties?

Antwoord:

Ja, deze is gerelateerd aan de cao-ontwikkeling en de inflatie/prijsstijging van de materiële kosten.

 

Vraag 7.

Nemen de jeugdzorg verlenende instanties hun verantwoordelijkheid wanneer er trajecten falen of worden deze angstvallig verzwegen en rekt men het traject?

Antwoord:

Wij hebben in ons gecontracteerd aanbod aan aanbieders als eis dat ze werken met een gecertificeerd kwaliteitssysteem, dat voldoet aan de landelijke eisen en afgestemd is op de zorg of een kwaliteitshandboek. Daarin moet in ieder geval opgenomen zijn: de afhandeling van klachten, meting van cliëntervaring, verbeteracties n.a.v. cliëntervaring en/of evaluaties. Daarnaast wordt er halfjaarlijks verplicht geëvalueerd tussen zorgverlener en cliënt. Wanneer de gemeente de zorg indiceert en er dus een wijkcoach bij betrokken is, is het uitgangspunt dat er ieder jaar geëvalueerd wordt.

 

Vraag 8.

Is er ook een toename merkbaar in de stijging van gerelateerde kosten als er een beroep op jeugdzorg wordt gedaan binnen 1 casus?

Antwoord:

Deze vraag is voor ons onduidelijk en kunnen wij daarom niet beantwoorden.

 

Vraag 9.

Hoe vaak wordt men ten onrechte doorverwezen naar de Jeugdzorg en wordt dit ook erkend?

Antwoord:

Het ten onrechte doorverwijzen komt niet voor. Er is immers sprake van een hulpvraag en daarvoor is hulp nodig. De Jeugdwet schrijft dit voor. Wel kan er sprake zijn van een verkeerde doorverwijzing, waarbij een kind verkeerde hulp krijgt. Dit heeft o.a. te maken met de complexiteit van problematiek waar sommige kinderen mee te maken hebben. Het zorgtraject is dan een zoektocht naar de meest passende hulp.

 

Vraag 10.

Wat is de relatie van de verwijzende instanties tot de jeugdzorg verlenende instanties?

Antwoord:

De verwijzende instantie verwijst naar de zorgverlenende instantie. Er is geen verdere relatie. De gemeente vergoedt alleen de ondersteuning als er verwezen is naar een gecontracteerde aanbieder.

 

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN B&W OVER WINDMOLENS TEN NOORDEN VAN ALMELO

Almelo, 20 september 2019

Geacht college, 

Onlangs werd tijdens een politiek beraad onderzoek gedaan naar mogelijke locaties voor groene energie. Tijdens de bijeenkomst werd ook de komst van windmolens in Almelo besproken.

Die zouden dan het beste passen in het noorden van Almelo waar intussen al een groot zonnepark is gerealiseerd. De Partij Vrij Almelo maakt zich grote zorgen over de komst van deze horizonvervuilers. 

Draagvlak en participatie zijn hierbij belangrijke voorwaarden die wij daarbij stellen.

 

Wij hebben de volgende vragen:

 

1.  Bent u op de hoogte van de regionale weerstand tegen de aanleg van windmolens in het noorden van Almelo?

 

2.  In het kader van burgerparticipatie nemen wij aan dat draagvlak onder omwonenden een van de belangrijkste voorwaarden is om tot plaatsing van windmolens over te gaan. Op basis van welke criteria meet het college dit draagvlak en op welk moment wordt dit gemeten?   

 

3.  Mocht er onvoldoende draagvlak zijn gaat u dan stelselmatig de mening van de omwonenden negeren?

 

4.  Is dit niet onwenselijk gelet op de grote negatieve impact van windturbines op de leefomgeving en het welzijn van inwoners door geluidsoverlast en slagschaduw?

 

5.  Wat is de waarde van inspraak bij de bouw van windmolens?

 

6.  Op welke wijze stelt het college de inwoners hiervan tijdig in kennis en hoe neemt u de gemeenteraad hierin mee?

 

7.  Acht het college het reëel haar doelstelling Almelo energieneutraal 2040 te halen zonder inzet van windmolens?

 

8.  Is er al een keuze voor het aantal, de exacte hoogte of het type windmolen gemaakt?

 

9.  Welke acties gaat het college ondernemen mocht er onvoldoende draagvlak onder omwonenden aanwezig zijn?

 

10.  Door de burgers te vergeten, bent u dan niet bang dat positiviteit van groene energie dreigt om te slaan in negatieve energie?

 

 

Wij zijn benieuwd naar beantwoording van de vragen.

 

Met vriendelijke groet,

 

Namens Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde

MONDELINGE VRAGEN TEN BEHOEVE VAN HET “VRAGENHALFUURTJE” OP DINSDAG 17 SEPTEMBER 2019

De nog bestaande hondenspeelplaats aan de Grotestraat-zuid

Het zou jammer zijn om de ideeën die inwoners van Almelo hebben niet te gebruiken om Almelo mooier te maken. Dus heeft u een idee of een mening waar de politiek iets mee moet doen? Dan kunt u zich aanmelden om mee te doen aan de motiemarkt.

Een prima initiatief want de politiek wil de kloof tussen bestuurder en burger verkleinen en de burger daadwerkelijk over kwesties die hem zelf aangaan, laten meedenken. Burgerparticipatie zonder het perspectief van de burger centraal te stellen, leidt tot schijnparticipatie.

 

Voorzitter wij hebben de volgende vragen: 

Bent u op de hoogte dat hondenliefhebbers met hun honden de omheinde hondenspeelplaats aan de Grotestraat-Zuid vanwege bouwplannen moeten verlaten?

Bent u op de hoogte dat met medewerking van ambtenaren gezocht is naar een geschikte plek die eventueel in aanmerking zou kunnen komen als vervanging van de huidige speelplaats?

Bent u op de hoogte dat vanwege een niet toereikend wijkbudget de plannen voor een omheinde hondenspeelplaats zou kunnen dwarsbomen?

Bent u op de hoogte dat bedrijven uit de omgeving van Almelo graag hun medewerking willen verlenen door materialen te leveren ten behoeve van de omheinde hondenspeelplaats?

Kunt u ons zeggen in verband met de gehouden motiemarkt op 9 april 2019 en de aangenomen motie op 27 juni 2019 hoever de gemeente nu is met het zoeken naar een geschikte plek?

Indien er sprake is van burgerparticipatie, tot op welke hoogte hebben de burgers hierin inspraak ?

 

Alvast dank voor beantwoording van de gestelde vragen.

BEANTWOORDING VRAGEN PARTIJ VRIJ ALMELO AANGAANDE BROODJE BIJ DE BRUG DOOR COLLEGE VAN B&W

Hoge kosten gemaakt wegens door het college ingehuurde advocaten

6 september 2019

Geachte heer De Olde, In uw brief van 16 augustus jl. heeft u vragen gesteld over de gang van zaken rondom ‘Broodje bij de brug’.

Onderstaand beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1.

Heeft het college overwogen om de Familie Quick een tijdelijke omgevingsvergunning te geven van 2 of 3 jaren voor haar activiteit cateringbedrijf? Zo nee, wil het college daartoe alsnog overgaan? Zo nee waarom niet?

Antwoord:

Nee, er is geen aanvraag ingediend om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan. Indien daartoe wel een aanvraag zou worden ingediend, dan zouden wij daaraan geen medewerking verlenen. De beoogde activiteiten zijn in strijd met het bestemmingsplan en passen niet in de kaders van de beleidsregels die wij hebben vastgesteld voor het afwijken van een bestemmingsplan. Enkel in het geval van bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgeweken. Voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan zou dezelfde belangenafweging worden gemaakt als wij nu hebben gemaakt bij de aanvraag voor een afwijking voor onbepaalde tijd. Binnen deze afweging hebben de volgende onderdelen een rol gespeeld: er is sprake van een ligging in een woonwijk, de omgeving is bestemd voor woondoeleinden, wij achten de beoogde activiteiten in deze woonwijk niet wenselijk, wij vinden in het algemeen bedrijven in een woonomgeving ongewenst (tenzij er sprake kan zijn van een beroep aan huis en het voldoet aan de voorwaarden die wij daarvoor hebben opgenomen in onze beleidsregels) en wij zijn van mening dat bedrijven in een woonwijk niet bijdragen aan een goed woon- en leefklimaat. Wij wensen evenmin ongewenste precedenten te scheppen door bedrijven in woonwijken in strijd met het beleid toe te staan.

 

Vraag 2.

Deelt het college de mening of is het college er mee bekend dat het cateringbedrijf niet tot een verslechtering van de woonomgeving leidt? Zo nee waarom dan niet? Zo ja waarom is dan overgegaan tot het opleggen van een last onder dwangsom?

Antwoord:

Zie ons antwoord op vraag 1. Wij achten in het algemeen bedrijfsmatige activiteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan, in een woonwijk niet gewenst. Er is hier sprake van een conserverend bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is gericht op de ontwikkeling van woningen en het tegengaan van ontwikkelingen die zich hiermee niet verdragen. De bestemming van het perceel is ‘wonen’. Ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat is binnen deze bestemming slechts onder bepaalde voorwaarden de uitoefening van een ‘aan-huisverbonden beroep’ toegestaan. Van een ‘aan-huis-verbonden beroep’ als bedoeld in het bestemmingsplan is in onderhavig geval echter geen sprake.

 

Vraag 3.

Waarom heeft het college niet ingestemd met het verlenen van een tijdelijke vergunning voor de activiteit cateringbedrijf?

Antwoord:

Hiertoe is nooit een verzoek ingediend. Hier zouden wij geen medewerking aan verlenen. Zie ons antwoord op vraag 1 en 2.

 

Vraag 4,

Heeft het college Quick geadviseerd een tijdelijke vergunning voor haar cateringbedrijf aan te vragen? Zo nee waarom niet?

Antwoord:

Nee. Daar is geen sprake van geweest. Bovendien willen wij, zoals al nader is aangegeven onder de beantwoording van vraag 1, hier geen medewerking aan verlenen.

 

Vraag 5.

Het cateringbedrijf veroorzaakt geen toename van hinder naar omwonenden. Toch is besloten tot het opleggen van een dwangsom om cateringbedrijf onmogelijk te maken. Vervolgens zijn hoge kosten gemaakt wegens door het college ingehuurde advocaten die de dwangsom moesten beschermen bij rechtszaken. Kan het college uitleggen wat het algemeen belang er mee is opgeschoten dat het cateringbedrijf niet in werking mag zijn in relatie tot de kosten die dit dwangsom-project heeft veroorzaakt? Met andere woorden kan het college uitleggen wat de gewone burger er mee is opgeschoten?

Antwoord:

Het algemeen belang is ermee gediend dat wij handhaven in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift. De activiteiten die plaats vonden waren in strijd met het bestemmingsplan en er was geen zicht op legalisatie van die activiteiten. Zoals hierboven al is beschreven achten wij het ongewenst dat er bedrijfsmatige activiteiten plaats vinden in een rustige woonwijk. Er zijn geen bijzondere omstandigheden waardoor wij van handhaven af zouden moeten zien. De kosten die wij maken, of dat inzet van eigen medewerkers is of het inhuren van juridische ondersteuning, maken geen onderdeel uit van de belangenafweging om al dan niet tot handhaven over te gaan. Handhaving van regelgeving behoort nu eenmaal tot het ‘gewone’ takenpakket van een gemeente en veroorzaakt kosten. Bezwaar of beroep tegen handhaving door de overheid is een wettelijk verankerd recht dat ten volle gerespecteerd dient te worden, maar waarvan het gebruik aan de zijde van de handhavende overheid eveneens kosten veroorzaakt.

 

Vraag 6.

Het college heeft ingestemd dat de schade die Quick heeft geleden door toezeggingen van het college, aan Quick wordt vergoed ter grootte van minimaal 25.000 euro. De inhuurde kosten van externe advocaten kostte de gemeente Almelo meer dan 100,000 euro. Totaal zijn de kosten minimaal 125.000 euro. Als Quick een tijdelijke vergunning had gekregen voor de duur dat haar tijdelijke huurcontract nog loopt, dan zou de gemeente geen schade hoeven te betalen en lagere advocaatkosten. Deelt het college de mening van Partij Vrij Almelo dat het achteraf bezien beter was geweest als het college Quick een tijdelijke vergunning had verleend voor de duur dat het huurcontract nog bestond (medio 2021), tot gevolg hebbende dat dan een dwangsom niet nodig was geweest en de gemeente geen hoge advocaatkosten had gehad van meer dan 100,000 euro? Zo nee waarom niet?

Antwoord:

Wij hebben toegezegd de aantoonbare investeringsschade te vergoeden, indien daar een onderbouwd verzoek toe wordt gedaan. Van een toezegging tot betaling van een minimum bedrag van 25.000 euro is geen sprake. Tot op heden hebben wij echter nog geen nieuw onderbouwd verzoek ontvangen van de geleden investeringsschade. Wij delen de voorgestelde mening niet. Hierboven hebben wij al toegelicht waarom wij niet bereid zijn om een omgevingsvergunning te verlenen voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan. Van een aanvraag daarvoor is overigens nooit sprake geweest. Ook van de belangenafweging om al dan niet medewerking te verlenen aan een afwijking van het bestemmingsplan maken de kosten die gemoeid zijn met handhaving geen onderdeel uit.

 

Vraag 7.

In de regel gaat de gemeente pas over tot een dwangsom nadat het weigeringsbesluit om een vergunning te verlenen, bij de Raad Van State in hoger beroep in stand is gelaten. Deelt de gemeente de mening dat dit een betere en goedkopere manier was geweest?

Antwoord:

De stelling dat in de regel pas wordt over gegaan tot het opleggen van een last onder dwangsom nadat een besluit tot weigering van een omgevingsvergunning onherroepelijk is, is niet juist. Wij gaan in de regel over tot handhaving wanneer er sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift, er geen zicht op legalisatie is en geen sprake van andere bijzondere omstandigheden waardoor wij van handhaving af moeten zien. In dit geval vonden er activiteiten plaats die in strijd zijn met het bestemmingsplan, waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend en waarvoor wij hebben aangegeven geen omgevingsvergunning te verlenen. Alleen deze omstandigheden zijn al voldoende grond om handhavend op te treden.

 

Vraag 8.

Was achteraf bezien het verlenen van een tijdelijke vergunning voor de gemeente niet goedkoper geweest? Zo nee waarom niet?

Antwoord:

De term ‘goedkoper’ suggereert een zekere verhouding tussen gemaakte kosten en de kwaliteit van een bepaalde uitkomst of product. Er is echter geen enkele relatie tussen de kosten van handhaving en de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Of een verlening van een omgevingsvergunning in dit geval in minder juridische procedures en/of minder kosten had geresulteerd, is speculatief. Meer in het algemeen merken wij op dat niet handhaven in absolute zin altijd goedkoper is dan handhaven. Daarmee gaat de gemeente echter voorbij aan een van haar primaire taken.

 

Vraag 9.

Deelt het college de mening van Partij Vrij Almelo dat aanpassing beleid wenselijk is dat voortaan in beginsel niet eerder een dwangsom wordt opgelegd, dan dat een aangevraagde en geweigerde vergunning onherroepelijk is geworden?

Antwoord:

Nee. Wij hebben als bevoegd gezag een ‘beginselplicht tot handhaving’. Van handhaving kan worden afgezien wanneer er een concreet zicht op legalisatie bestaat. Dat een afwijzing van een aanvraag voor een omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is, betekent niet dat er sprake is van een concreet zicht op legalisatie. Een dergelijk beleid zou in rechterlijke procedures geen stand houden en achten wij niet gewenst. Overtredingen zouden dan lange tijd voort kunnen duren zonder dat wij daar handhavend tegen op kunnen treden. Bovendien staat tegen alle handhavingsacties van de gemeente rechtsbescherming open.

 

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

MONDELINGE VRAGEN TIJDENS HET VRAGENHALFUURTJE OP DINSDAG 3 SEPTEMBER 2019

De Telgenborch

De Telgenborch

 

Burgerparticipatie, dialoog met burgers begint steeds meer op ‘koekoeksklokparticipatie’ te lijken. Ik zie het als een koekoeksklok, waarbij het vogeltje het voorbeeld is van de overheid. De overheid is heel lang bezig met het bedenken van eigen plannen, en komt vervolgens als een vogel uit de klok even naar buiten. Dan kun je als burger even je stem laten horen, en vervolgens gaat het vogeltje weer naar binnen. Met andere woorden: je mag wel meepraten, maar veel te laat en je moet lang wachten.

Voorzitter, ik heb het over de boze burger die het gevoel hebben met een kluitje het riet in te worden gestuurd op niet beantwoorde vragen. Het betreft de voormalige school de Telgenborch gelegen aan de Welgelegen 10 en de voormalige sporthal/gymlokaal aan de Welgelegen 8 in Almelo.

Vraag 1.

Is er al eerder door door inwoners gevraagd wat de bedoeling is van deze locatie? En zo ja, wat is hen aangegeven?

Vraag 2.

Op dit moment worden er werkzaamheden verricht, kunt u ook aangeven wat er momenteel gaande is, of gedaan wordt?

Vraag 3.

Waarom is de raad nog niet geïnformeerd met betrekking van hetgeen wat er gaat komen?

Vraag 4.

Waarom zoekt de gemeente bij ruimtelijke plannen veel te laat de communicatie met hun inwoners?

 

Woordvoerder: de heer H. de Olde

Portefeuillehouder: Wethouder Van Rees

 

De reactie van de wethouder op de gestelde vragen was te verwachten. De percelen Welgelegen 8 en 10 zijn gelegen in het bestemmingsplan “Schelfhorst” die al sinds 2012 onherroepelijk in werking is. Met andere woorden: er zijn geen ontwikkelingen bekend!!

Toch bleek bij doorvragen dat er wel degelijk ontwikkelingsplannen bekend zijn. De gemeenteraad en de inwoners hebben dus steeds minder te zeggen over bouwplannen. Ook zullen de inwoners steeds minder ruimte krijgen om bezwaar te maken tegen bouwplannen.

Nu is het nog zo dat de gemeenteraad vergunningen moet goedkeuren voor projecten die niet binnen het bestemmingsplan passen. Dit wordt een ‘verklaring van geen bedenkingen’ genoemd. In die periode kunnen inwoners nog wel inspreken in de raad of zienswijzen indienen over de wijzigingen. Als het aan het college ligt, gaan burgemeester en wethouders daar veel meer bevoegdheden in krijgen.

In feite trekt het college hiermee een deel van de macht van de raad al naar zich toe doormiddel van fractiedisipline. Zo kan het gebeuren, dat fracties tegen hun eigen principes stemmen en een wethouder alleen in het eigen achterkamertje op de vingers wordt getikt.

Voor de Partij Vrij Almelo betekent participatie dat belanghebbenden in een vroegtijdig stadium worden betrokken bij de besluitvorming over een plan of project

 

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE VAN B&W ALMELO INZAKE DE KOLKSCHOOL

De Kolkschool Almelo

Vervolgvragen inzake het politieke beraad van 27 augustus 2019

Almelo 28 augustus 2019

 

Geacht college,

 

Het college van burgemeester en wethouders voorzien de raad van alle informatie die de raad voor de uitoefening van zijn taken nodig heeft. In artikel 169 Gemeentewet is deze verplichting opgelegd om de gemeenteraad alle informatie te verschaffen die de raad voor de uitoefening van zijn taken nodig heeft: de actieve informatieplicht.

In het politieke beraad van 27 augustus over de Kolkschool zagen wij geen kans om al onze vragen te stellen en omdat een tweede politiek beraad over dit onderwerp nog wel even op zich laat wachten (of niet plaats vindt) gaan wij deze vragen schriftelijk stellen.

 

Vraag 1.

Inmiddels hebben we allemaal via de media kennis mogen nemen van de gestuurde mail op dinsdag 12 februari 2019. Waarin eigenlijk plat gezegd een advies in wordt afgegeven het bod bekend is gemaakt aan de andere partij. Wie heeft de opdracht gegeven om deze mail met het bod wat uitgebracht is, aan de andere partij  bekend te maken, met verdere ins en outs?

 

Vraag 2.

Als het college van B&W transparant wil zijn, waarom is de mailwisseling van 12 februari 2019 dan pas in augustus op tafel gekomen?

 

Vraag 3.

De wijze waarop gecommuniceerd wordt geeft aan dat er voor deze mail al eerder gecommuniceerd is per mail, wij zouden graag inzage krijgen in alle mailwisseling, evenals communicatie omtrent dit onderwerp. Deze communicatie zou (volgens de wethouder) zijn gepubliceerd. Kunt u ons zeggen waar deze is te vinden?

 

Vraag 4.

Waren meerdere personen op de hoogte van deze verstuurde e-mail?

 

Vraag 5.

Hoe kan het zo zijn dat partijen voor het einde van 2018 hun bod en plan uit moesten brengen, en dat hier maar een partij gehoor aan heeft gegeven? Wat was dan het doel om het voor eind 2018 uiterlijk binnen te hebben?

 

Vraag 6.

Waarom wordt er nog gecommuniceerd en strategisch advies afgegeven aan de partij die zich niet aan het termijn heeft gehouden, van inzenden?

 

Vraag 7.

Waarom zijn we als raad niet volledig geïnformeerd inzake de gang van zaken rondom de verkoop Kolkschool?

 

Vraag 8.

Waarom en door wie is er gekozen om de partij waarvan het college van B&W nu nog hun voorkeur naar uitspreken, om die op de hoogte te brengen van het bod wat er al op tijd lag?

 

Vraag 9.

Weet u ook dat dit handelen in strijd is met de integriteit? En het gelijkheidsbeginsel binnen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur?

 

Vraag 10.

Weet u zeker dat nu werkelijk alle informatie in welke vorm ook nu op tafel is gekomen? Of word er nog informatie achter gehouden?  Zo ja, waarom?

 

Vraag 11.

De heer Kloosterman gaf aan dat hij best bereid is om culturele invulling te geven in zijn plannen. Denk u dat dit plan kans van slagen heeft? Zo ja, waarom denkt u dat? Zo nee waarom niet?

 

Vraag 12.

Wie is de notaris van dit project?

 

Graag zien we dat de gestelde vragen beantwoord worden.

 

Met vriendelijke groet,

Namens fractie Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde

 

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE VAN B&W ALMELO BETREFT: BROODJE BIJ DE BRUG

Almelo, 16 augustus 2019

Geacht College,

De Partij Vrij Almelo (PVA) is al sinds er een noodkreet gedaan is betrokken bij de trieste gang van zaken rondom Broodje bij de Brug.

Als fractievoorzitter van de PVA ben ik naar alle zittingen geweest, bij de rechtbank Overijssel, locatie Almelo,  bij de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, bij de commissie van bezwaarschriften in Almelo en ook bij de Raad van State in Den Haag.

Ik kan niet anders zeggen dan dat er ontzettend veel geld uitgegeven wordt door de gemeente om het leven van een stel inwoners van Almelo zuur te maken. En dat kan ik beamen aan de hand van de feiten die wij ook allemaal onder ogen hebben gekregen.

Nu de gemeente  ook nog eens de troeven in handen heeft gespeeld om middels last onder dwangsom de eigenaren feitelijk de ontruiming in hebben laten zetten, kunnen wij niets anders meer zeggen dan dat er van schande gesproken kan worden, dat er nu een Dart en Biljart vereniging na 26 jaar op omvallen staat, de familie Quick met de was over straat moet, en ze achter hun huis op een camping gasstel moeten koken.

Iets waar wij, Partij Vrij Almelo ons afvragen of dit de huidige koers is die het College van B&W voor ogen heeft.

 

Wij hebben de volgende vragen:

 

  1. Heeft het college overwogen om de Familie Quick een tijdelijke omgevingsvergunning te geven van 2 of 3 jaren voor haar activiteit cateringbedrijf? Zo nee, wil het college daartoe alsnog overgaan?  Zo nee waarom niet?
  1. Deelt het college de mening of is het college er mee bekend dat het cateringbedrijf niet tot een verslechtering van de woonomgeving leidt? Zo nee waarom dan niet? Zo ja waarom is dan overgegaan tot het opleggen van een last onder dwangsom?
  1. Waarom heeft het college niet ingestemd met het verlenen van een tijdelijke vergunning voor de activiteit cateringbedrijf?
  1. Heeft het college Quick geadviseerd een tijdelijke vergunning voor haar cateringbedrijf aan te vragen? Zo nee waarom niet?
  1. Het cateringbedrijf veroorzaakt geen toename van hinder naar omwonenden. Toch is besloten tot het opleggen van een dwangsom om cateringbedrijf onmogelijk te maken. Vervolgens zijn hoge kosten gemaakt wegens door het college ingehuurde advocaten die de dwangsom moesten beschermen bij rechtszaken. Kan het college uitleggen wat het algemeen belang er mee is opgeschoten dat het cateringbedrijf niet in werking mag zijn in relatie tot de kosten die dit dwangsom-project heeft veroorzaakt? Met andere woorden kan het college uitleggen wat de gewone burger er mee is opgeschoten?
  1. Het college heeft ingestemd dat de schade die Quick heeft geleden door toezeggingen van het college, aan Quick wordt vergoed ter grootte van minimaal 25.000 euro. De inhuurde kosten van externe advocaten kostte de gemeente Almelo meer dan 100.000 euro. Totaal zijn de kosten minimaal 125.000 euro. Als Quick een tijdelijke vergunning had gekregen voor de duur dat haar tijdelijke huurcontract nog loopt, dan zou de gemeente geen schade hoeven te betalen en lagere advocaatkosten. Deelt het college de mening van Partij Vrij Almelo dat het achteraf bezien beter was geweest als het college Quick een tijdelijke vergunning had verleend voor de duur dat het huurcontract nog bestond (medio 2021), tot gevolg hebbende dat dan een dwangsom niet nodig was geweest en de gemeente geen hoge advocaatkosten had gehad van meer dan 100.000 euro? Zo nee waarom niet?
  1. In de regel gaat de gemeente pas over tot een dwangsom nadat het weigeringsbesluit om een vergunning te verlenen, bij de Raad Van State in hoger beroep in stand is gelaten. Deelt de gemeente de mening dat dit een betere en goedkopere manier was geweest?
  1. Was achteraf bezien het verlenen van een tijdelijke vergunning voor de gemeente niet goedkoper geweest? Zo nee waarom niet?
  1. Deelt het college de mening van Partij Vrij Almelo dat aanpassing beleid wenselijk is dat voortaan in beginsel niet eerder een dwangsom wordt opgelegd, dan dat een aangevraagde en geweigerde vergunning onherroepelijk is geworden?

Graag zouden wij de gestelde vragen binnen de vastgestelde termijn beantwoord willen zien.

Met vriendelijke groet,

Namens de fractie Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde (fractievoorzitter)

19 juli 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN COLLEGE VAN B&W ALMELO TER ATTENTIE VAN JEUGDZORG

Geacht college,

Sinds de decentralisatie van 2015 is de Gemeente Almelo verantwoordelijk voor de kosten van Jeugdzorg. Deze kosten overschrijden substantieel het jaarlijkse budget waardoor de Gemeente Almelo hierop en op andere zaken moet bezuinigen. Dit heeft men al meerdere malen aangegeven en luidt nu de noodklok.

 

Wij hebben de volgende vragen:

 

Vraag 1.

Betaald de Gemeente Almelo alle kosten met betrekking tot Jeugdzorg ?

 

Vraag 2.

Bestaat er ook een controlerend orgaan met betrekking tot de kosten die gedeclareerd worden ?

 

Vraag 3.

Wie controleert de kwaliteit van werkzaamheden geleverd door de jeugdzorg verlenende instanties ?

 

Vraag 4.

Is het mogelijk dat sommige jeugdzorg trajecten ten onrechte gerekt kunnen worden ?

 

Vraag 5.

Is het mogelijk dat zorg verlenende instanties gerechtelijke uitspraken mogen negeren en naar eigen oordelen een traject opstelt ?

 

Vraag 6.

Is er een trend waarneembaar in prijsstijging van alle door de Gemeente gecontracteerde jeugdzorg verlenende instanties ?

 

Vraag 7.

Nemen de jeugdzorg verlenende instanties hun verantwoordelijkheid wanneer er trajecten falen of worden deze angstvallig verzwegen en rekt men het traject?

 

Vraag 8.

Is er ook een toename merkbaar in de stijging van gerelateerde kosten als er een beroep op jeugdzorg wordt gedaan binnen 1 casus ?

 

Vraag 9.

Hoe vaak wordt men ten onrechte doorverwezen naar de Jeugdzorg en wordt dit ook erkend ?

 

Vraag 10.

Wat is de relatie van de verwijzende instanties tot de jeugdzorg verlenende instanties ?

 

Graag zouden wij deze vragen beantwoord willen zien.

 

Met vriendelijke groet,

Namens de fractie van Partij Vrij Almelo (PVA)

 

Harry de Olde

(fractievoorzitter)

 

10 juli 2019

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN PARTIJ VRIJ ALMELO OVER JURIDISCHE PROCEDURES

De gemeente Almelo geeft jaarlijks een groeiend fortuin uit aan advocaatkosten voor procesvoering en advies. Over de periode 1 mei 2016 – 1 mei 2019 bedroeg de rekening 902.646.05 euro.

De Partij Vrij Almelo heeft de gemeente via schriftelijke vragen om opheldering gevraagd over de juridische affaire tussen de gemeente en catering Broodje bij de Brug waarbij de advocaatkosten voor één procedure de gemeente Almelo tot nu toe rond de 80.000 euro heeft gekost.

Wij willen duidelijkheid hoeveel euro de gemeente jaarlijks verstookt aan juridische kosten, in deze en andere slepende dossiers.

Op antwoord 13 van de vragen hebben wij onze bedenkingen.

Onderwerp: Beantwoording vragen PVA juridische procedures

Behandeld door: A. Heijerman/A. Leijdekkers

Geachte heer De Olde,

In uw brief van 30 april jl. heeft u vragen gesteld over de kosten van juridische procedures en de manier waarop het college aan de gemeenteraad verantwoording kan afleggen over het gevoerde juridisch beleid. Onderstaand beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1.

Kunt u een overzicht geven van de door de gemeente gevoerde juridische procedures waarbij gebruik is gemaakt van de diensten van een externe advocaat in de periode 1 mei 2016 – 1 mei 2019?

Antwoord:

In de door u aangegeven periode heeft Damsté Advocaten & Notarissen 38 juridische procedures voor ons gevoerd. De gezamenlijke kosten van deze procedures bedroegen €902.646,05. Wij zijn daarbij 25 keer in het gelijk gesteld en negen keer in het ongelijk gesteld. Zes keer is er geschikt, drie zaken lopen nog en in één zaak is de wederpartij lopende de procedure failliet gegaan. N.B. Het is mogelijk om in één procedure meerdere keren in het gelijk (of in het ongelijk) te worden gesteld.

Als we deze procedures naar hoofdtaakvelden uitsplitsen, levert dat het volgende beeld op:

1 Bestuur en organisatie (zes procedures) €119.837,00

2 Veiligheid (twee procedures) € 2.735,50

3 Sociaal domein (tien procedures) €224.771,00

4 Volksgezondheid en milieu (één procedure) € 11.356,00

5 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing €543.946,55 (negentien procedures)

Totaal €902.646,05

Capra Advocaten (arbeidsrecht) heeft in de aangegeven periode vijf procedures voor ons gevoerd voor een totaalbedrag van €47.839,42. Bij één van deze procedures zijn wij gedeeltelijk in het gelijk gesteld, twee keer is het beroep ingetrokken, één keer is het bezwaar ingetrokken en één procedure loopt nog. Graag merken we in algemene zin op dat het voeren van procedures uiteraard kosten met zich meebrengt.

Tegelijkertijd is het soms noodzakelijk. Niet alleen vanuit inhoudelijk perspectief, maar ook vanuit financieel opzicht. Soms worden daarmee grotere kosten bespaard, of levert een rechtszaak noemenswaardige bedragen op. Bovendien geldt voor het grootste gedeelte van de procedures dat het niet de gemeente is die de procedure begint. In dat licht kunnen de kosten dan ook worden bezien.

Vraag 2.

Kunt u in dat overzicht aangeven voor zover de procedures tot uitspraken hebben geleid of op een andere manier zijn beëindigd, of de gemeente de zaak gewonnen of verloren heeft of geen van beiden en welke (financiële) consequenties dit heeft of heeft gehad voor de gemeente of een project?

Vraag 3.

Kunt u daarnaast voor deze procedures aangeven hoeveel geld deze procedures aan advocaatkosten hebben gekost?

Antwoord:

Voor het antwoord op deze vragen verwijzen wij naar de beantwoording van vraag 1.

Vraag 4.

Is hierbij steeds van hetzelfde advocatenkantoor of van een aantal kantoren gebruik gemaakt?

Antwoord:

Voor ambtenarenrecht en arbeidsrecht doen wij een beroep op Capra Advocaten in Zwolle. Voor andere rechtsgebieden schakelen wij onze Stadsadvocaat in. Dat is Damsté Advocaten en Notarissen te Enschede.

Vraag 5.

Is er een contract met dit kantoor of deze kantoren en op welke manier wordt beoordeeld of de geleverde prestaties goed zijn? Zijn er bijvoorbeeld afspraken (targets) over het aantal te winnen zaken als percentage van het totale aantal zaken of van het tevoren als ‘te winnen’ ingeschatte deel van de procedures?

Antwoord:

Met Damsté Advocaten en Notarissen hebben wij voor de periode 2018-2019 een raamovereenkomst juridische dienstverlening gesloten. De kwaliteit van de dienstverlening wordt doorlopend, maar ook in periodieke evaluatiegesprekken besproken. Hierover zijn afspraken gemaakt in de raamovereenkomst. Afspraken over targets, zoals door u beschreven, maken wij niet. Voor het grootste gedeelte van de procedures geldt namelijk dat het niet de gemeente Almelo, B&W van Almelo of de burgemeester van Almelo is die de procedure begint, zodat een afspraak over targets überhaupt niet aan de orde is. Mocht de gemeente of een van haar bestuursorganen wel zelf een procedure beginnen, dan wordt vooraf een inschatting gemaakt van de kans op succes. Een kosten-batenafweging maakt meestal, maar niet altijd, deel uit van zo’n inschatting.

Vraag 6.

Indien er sprake is van een contract wordt dan alleen betaald voor gedeclareerde uren of is sprake van een vast (basis)bedrag tot welk het dus niet uitmaakt of er wel of niet geprocedeerd wordt?

Antwoord:

Zowel bij opdrachten voor Capra Advocaten als bij opdrachten voor onze Stadsadvocaat wordt betaald voor gedeclareerde uren en niet op basis van een vast (basis)bedrag.

Vraag 7.

Kunt u een overzicht geven van de in dezelfde periode door of namens de gemeente gevoerde juridische procedures waarbij gebruik werd gemaakt van vertegenwoordigers in (vaste) dienst van de gemeente, bijvoorbeeld juridische medewerkers van diensten en afdelingen?

Antwoord:

Binnen de gemeente werken wij met jaarcijfers. In de jaren 2016 t/m 2018 zij er in totaal 734 bezwaarschriften (521 sociale zaken en 213 algemene zaken) behandeld waarbij gebruik werd gemaakt van vertegenwoordigers in vaste dienst van de gemeente. Op basis van beschikbare gegevens, zien wij in deze periode dat er in 100 zaken beroep is ingesteld bij de rechtbank en in 29 gevallen daarvan is vervolgens doorgeprocedeerd in hoger beroep (bij de Raad van Staten of de Centrale Raad van Beroep). Een gedeelte van deze zaken is overigens door een externe vertegenwoordiger behartigd.

Vraag 8.

Kunt u van deze procedures eveneens aangeven wat het resultaat is (geweest), welke (financiële) consequenties dit had en hoeveel geld het procederen gekost heeft, kijkend naar uren en eventuele (externe) juridische adviezen?

Antwoord:

Voor de benoemde bezwaarprocedures geldt dat er in totaal in de periode 2016 – 2018, in 57 gevallen door de commissie werd geoordeeld dat het bezwaar gegrond was. In diezelfde periode werd in 305 gevallen geoordeeld dat het bezwaar niet gegrond was. In 117 gevallen was het bezwaar niet ontvankelijk. Voor beroeps- en hoger beroepszaken wordt niet centraal bijgehouden of we in een procedure in het gelijk dan wel ongelijk gesteld zijn en welke gevolgen hieruit voortvloeien. Wij kunnen u ook geen inzicht bieden in de juridische kosten die gemoeid zijn met procedures waarin gebruik wordt gemaakt van vertegenwoordigers in dienst van de gemeente. Dit omdat er voor deze werknemers geen plicht bestaat om een urenregistratie bij te houden. Voor wat betreft procedures waarin vertegenwoordiging extern is ingehuurd, verwijzen wij naar de beantwoording van vraag 1.

Vraag 9.

Kunt u voor alle gevoerde juridische procedures aangeven of de betrokken (gemeente) advocaat of jurist tevoren had ingeschat dat de procedure door de gemeente zou worden gewonnen?

Antwoord:

Nee, het is niet mogelijk om dit aan te geven.

Vraag 10.

Is het college bereid om jaarlijks een overzicht te geven van gewonnen en verloren (of geen van beiden) zaken en de met advocaten afgesproken doelen (targets) en zo nee, bent u dan bereid op een andere manier verantwoording af te leggen over dit aspect van het gemeentelijke beleid?

Antwoord:

Zoals reeds aangegeven bij vraag 5, is er geen sprake van het hanteren van ‘targets’. U ontvangt jaarlijks informatie over alle procedures die in bezwaar gevoerd worden. Tot 2017 stelde de commissie van Advies voor de Bezwaarschriften een jaarverslag ter beschikking. Sinds 2017 vindt u die gegevens in de jaarverantwoording terug, in de paragraaf Dienstverlening. De jaarverantwoording geeft ook inzicht in o.a. gegrondheid van bezwaarschriften en de ontvankelijkheid daarvan. Bovendien informeert het college de raad actief indien er sprake is van juridische procedures met een hoog risico. Zowel regulier in de p&c-documenten, onder andere via een risicoanalyse, als ook separaat wanneer dat aan de orde is. Wij menen u daarmee voldoende te informeren over juridische procedures waar de gemeente mee te maken krijgt.

Vraag 11.

Kunt u ons aangeven hoe vaak er wettelijke termijnen zijn overschreden o.a. inzake bezwaarschriften en waarbij de partij die het bezwaar heeft ingediend dan een bedrag uitgekeerd heeft gekregen?

Antwoord:

In genoemde periode werd bij 14 procent van de bezwaarschriften de beslissing op bezwaar buiten de termijn van 18 weken genomen. Dit leidt tot ongeveer 10 ingebrekestellingen per jaar. In de meeste gevallen wordt de beslissing dan alsnog binnen 2 weken genomen. In 1 à 2 gevallen per jaar komt het tot de uitkering van een bedrag op grond van de Wet Dwangsom.

Vraag 12.

Hoeveel arbeidstijd is er door de ambtenaar en juridisch beleidsmedewerkers aan procedures besteed en wat heeft dat gekost?

Antwoord:

Iedere procedure is uniek. Er spelen daarbij allerlei factoren mee; de complexiteit van het dossier, of partijen al dan niet in (hoger) beroep gaan en de noodzaak om externe advisering te betrekken. Iedere duiding hiervan zou geen recht doen aan de diversiteit van de procedures die gevoerd worden. Bovendien wordt er, zoals reeds aangegeven bij vraag 8, in onze organisatie op deze taken geen urenregistratie bijgehouden.

Vraag 13.

Steeds meer burgers hebben het gevoel dat hun gemeente met twee maten meet. Zou het dan niet een hoop geld schelen Indien er op een menselijke wijze wordt overlegd en de regels soepeler worden toegepast?

Antwoord:

Wij delen uw mening dat er altijd vanuit redelijkheid en menselijkheid gekeken moet worden naar individuele situaties. Tegelijkertijd hechten wij eraan dat iedereen voor de wet gelijk wordt behandeld. Dat maakt dat wij er geen voorstander van zijn om regels voor de ene burger anders te interpreteren dan voor de ander. Want als we regels niet meer uniform toepassen draagt dat juist bij aan het door u beweerde gevoel, namelijk dat er met twee maten gemeten wordt.

Tegelijk hechten we aan het belang van het kunnen uitleggen van onze afwegingen bij de besluiten die we nemen.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

28 juni 2019

BEHANDELING PERSPECTIEFNOTA 2019 ALMELO (BIJDRAGE PARTIJ VRIJ ALMELO)

Stadhuis Almelo

Voorzitter:

Voordat ik enkele punten uit de nota wil benoemen viel het ons op dat er geen woord geschreven is over de randgemeenten Bornerbroek en Aadorp. Dit lijkt ons vreemd want waar mensen wonen dient de gemeente te besturen en bijsturen waaronder zaken als handhaving, ruimtelijke ordening etc.

 Zorgtaken

We staan als gemeente nog steeds voor ingrijpende bezuinigingen doordat de zorgtaken die we erbij hebben gekregen veel duurder zijn dan begroot. Naast een toename van jongeren in de jeugdzorg, is meer zorg nodig voor mensen met psychische problemen. In de nieuwe jeugdwet van 2015 is de uitvoering van de jeugdhulp, dus ook de gespecialiseerde jeugdzorg naar de gemeenten gegaan, evenwel met een flinke korting op het totale budget van circa 200 miljoen euro. De gedachte hierachter was dat gemeenten met hun wijkteams eerder problemen achter de voordeur zouden signaleren en met preventief ambulant optreden uithuisplaatsingen en dus gespecialiseerde jeugdzorg zou kunnen voorkomen. In 2018 is een Fonds tekortgemeenten sociaal domein ingesteld waaruit Almelo een bijdrage heeft ontvangen. Dit dempte het tekort op de jeugdhulp in 2018, maar de vraag is hoe de ontwikkeling op de (middel)lange termijn zal zijn. Met alle gevolgen van dien: wachtlijsten, bezuinigingen, uitgesteld onderhoud, enzovoort.

En misschien ligt het wel aan onze bril: dat we problemen in mindere mate tolereren. Hoe het ook zij: de tekorten in de jeugdzorg zijn bijna vier jaar na de decentralisatie moeilijk te behappen. 

Burgerinitiatieven

Het aantal bewonersinitiatieven in het sociaal domein groeit gestaag. De laatste jaren zijn overal in Nederland wijkbewoners in beweging gekomen. Ze onderhouden speelvoorzieningen, doen aan groenbeheer, proberen de overlast van jongeren te verminderen of zorgen voor sociale contacten. De gemeente wil bewonersinitiatieven graag ondersteunen maar stuit op dilemma’s, van financiële en intrinsieke aard. De cruciale vraag is hoe ver je gaat om subsidie te krijgen en om alle bewoners bij je initiatief te betrekken. Kant-en-klare oplossingen zijn er niet, kansen wel.

Als gevolg van de decentralisaties, bezuinigen verschillende gemeenten onder andere fors op speeltoestellen. In steeds meer gemeentes wordt met bewonersparticipatie bij speelplekken gewerkt. Bewoners zoeken sponsorgeld voor hun activiteiten, iets dat de gemeente niet kan krijgen. Veel bedrijven willen graag maatschappelijke projecten, zoals een hondenspeelplaats in een wijk of buurt steunen. Als tegenprestatie zouden zij dan hun naam vermeldt kunnen krijgen als sponsor. 

Veiligheid

Samen willen we Almelo veiliger maken. Het moet in Almelo veilig wonen, werken en verblijven zijn. Voor (ondermijnende) criminaliteit is geen plek. Als reactie op schriftelijke vragen over illegaal wapenbezit kreeg de Partij Vrij Almelo als antwoord dat de Nationale politie zich ernstige zorgen maakt over het aantal vuurwapens dat in omloop is in Twente. Frappant is dat de Nationale Politie geen goed beeld heeft van wat er nu eigenlijk gebeurt met de wapens en wie ze in bezit heeft. Het aantal vuurwapenincidenten wordt niet geregistreerd. 

De PVA dient met ondersteuning van de PVV een motie in waarbij wij het college oproepen om  tafel te gaan met de politie en het Openbaar Ministerie (OM) om een lokale wapen inleveringsactie te organiseren waar mensen vuur- en steekwapens kunnen inleveren zonder daarvoor gestraft te worden en de raad hierover voor de winter te informeren.

Burgerpeiling

Een goede relatie tussen inwoners en gemeente is belangrijk, omdat de gemeente, bij veel aspecten van het wonen en (samen)leven van inwoners betrokken is. Belangrijk voor een goede relatie is vertrouwen in de gemeente. Een vrij grote groep is kritisch op de houding van de gemeente als het gaat om toezicht en het naleven van regels. Het aantal bezwaarschriften en rechtszaken neemt na de invoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) fors toe. Dat kan de gemeente goud geld gaan kosten. Conflicten tussen burgers en overheid ontaarden vaak in een juridisch steekspel. Wat begint met een meningsverschil over bijvoorbeeld een vergunning, eindigt na een verbeten strijd in de rechtszaal. Dat vinden wij geen goede zaak.

Juridische procedures

De Partij Vrij Almelo wil graag weten wat de kosten zijn van juridische procedures en op welke manier het college het aan de gemeenteraad verantwoording af kan leggen over het gevoerde juridisch beleid. Dit met het oog op de nieuwe omgevingswet. Door vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, duren procedures niet onnodig lang. Wij zouden graag een overzicht hebben van de door de gemeente gevoerde procedures waarbij gebruik is gemaakt van de diensten van een externe advocaat in de periode 1 mei 2016 – 1 mei 2019.

Dierenwelzijnsbeleid

In de begroting zagen wij het woord dierenwelzijn drie keer voorbijkomen terwijl de Omgevingsvisie vermeld in de Perspectiefnota ons meer mogelijkheden geeft om voor extra bescherming te kiezen of juist zaken te weren waar dat nodig is. Wij zien hierin kans om intensieve veehouderijen of uitbreidingen daarvan te weren. We weten immers uit diverse onderzoeken maar ook uit de praktijk wat voor effecten dit heeft op het milieu vanwege de uitstoot van broeikasgassen, de effecten op gezondheid en natuurlijk de ernstige aanslag op dierenwelzijn. Wij vrezen dat hierdoor aandacht voor het welzijn van dieren onvoldoende of niet wordt uitgewerkt in de Omgevingsvisie, en dat terwijl de provincie binnen haar natuurbeleid, ruimtelijke ordening en bij de aanleg en onderhoud van infrastructuur mogelijkheden ziet om rekening te houden met het welzijn van dieren. 

Lokale lastenmeter voor inwoners en bedrijven

Hoeveel ben ik precies kwijt aan lokale lasten? Dat betekent een hoop rekenwerk. De lokale lastenmeter geeft bewoners en bedrijven gemakkelijk inzicht in de hoogte van hun gemeentelijke belastingen. Daarbij kan worden ingespeeld op de individuele situatie. Ook kan een vergelijking worden gemaakt vanuit de eigen situatie met andere gemeenten. We dienen samen met de PVV een motie in en vragen het college onderzoek te doen naar gebruik en effect van het instrument “Lokale Lastenmeter” en de toepasbaarheid voor Almelo.

 

Voorzitter: het college wil een balans zien te vinden tussen financieel van de stad en het blijven ontwikkelen van de stad. Dat vraagt dus om oplossingen om samen actief te lobbyen voor toereikende rijksbudgetten. We hebben een stad met veel laagopgeleiden. De fors toegenomen werkgelegenheid heeft de armoede in Nederland nauwelijks teruggedrongen. Ook zijn de inkomensverschillen daardoor niet afgenomen. Zal het Actieplan Twente Werkt ook voor deze mensen gelden? Zal de banenmotor het Xl Businesspark er ook voor deze mensen zijn? 

Tot we ons huishoudboekje in orde hebben, hebben we echter nog een belangrijke uitdaging. We moeten verstandig blijvend investeren in onze stad. Daar waar (financiële) middelen zijn moeten we die blijven inzetten. Het signaleren van overlast en verpaupering is blijvend belangrijk en moet streng worden aangepakt. Dit legt immers een stevig fundament onder onze toekomst. 

Het college heeft dat uitgewerkt in een gedurfde Perspectiefnota. Daarmee krijg je de handen niet eenvoudig mee op elkaar. Zeker niet bij de inwoners die elke dag, elke week, elke maand inhoud geven aan hun vrijwilligerswerk, verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving en naasten. 

Ik wil graag eindigen met het onderwerp democratische vernieuwing (innoveren). Een belangrijk vraagstuk  van onze tijd. Het huidige politieke systeem rekent namelijk zowel lokaal als landelijk op minder draagvlak en vertrouwen van inwoners. Inwoners voelen zich niet altijd meer goed gepresenteerd door politieke partijen. Zij willen graag zelf invloed uitoefenen op de zaken die hen dagelijks aangaan.

Tot zover onze bijdrage. 

14 juni 2019

BEANTWOORDING COLLEGE B&W AANVULLENDE VRAGEN OVER VUURWAPENS

Veel burgemeesters van grote steden vinden dat leden van schietsportverenigingen niet langer thuis wapens moeten bewaren maar op de schietclub. Verder zeggen ze dat er standaard een geneeskundige verklaring moet worden afgegeven bij aanvraag en bij verlening van een wapenvergunning.

Jaap Timmer, docent aan het centrum voor politie- en veiligheidswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam, is het met de burgemeesters eens dat er beter naar de psychische gesteldheid van de aanvrager van een wapenvergunning moet worden gekeken. Maar de opslag van wapens bij schietclubs vindt hij geen goed idee. ,,Er ontstaan enorme wapendepots en die zullen het doelwit worden van criminelen.”

Laten we even voorop stellen dat we geen tegenstander zijn van wapenbezit per sé. Er zijn erg veel sportschutters in Nederland, en over het algemeen zorgen die niet voor zo gigantisch veel problemen dat wij daar iets aan zouden willen doen. Waar we WEL tegen zijn, is het dermate versoepelen van de wapenwet dat elke idioot een wapen kan krijgen.

De politie voert vaak zijn taken niet goed uit. Als burger kun je daar niet omheen, je haalt je beurten, je vult de formulieren in etc… en dan krijg je wat je toekomt. Maar de politie heeft geen tijd om langs te komen, kijkt niet naar je kluis, is soms onzorgvuldig met de administratie en de agent aan de deur kijkt ook alleen naar nummertjes. Gelukkig is er op veel schietsportverenigingen goede onderlinge controle en reguleert dat zichzelf.

Onderwerp: Vragen over vuurwapens

Behandeld door G.B.M. Peterman

Geachte heer De Olde, Bij brief van 6 mei jl. heeft u aanvullende vragen gesteld over vuurwapens. Met deze brief beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1.

Zou het (ook) niet verplicht moeten zijn dat wapens uitsluitend “op slot” (wapenslot) mee naar huis worden genomen en dat de sleutels op de club blijven? Doel is het schietklaar maken van het wapen te verlengen en zo de man of vrouw, die handelt in een vlaag van verstandsverbijstering, de tijd geven weer tot bezinning te komen.

Antwoord:

De voorschriften waaraan een wapenvergunninghouder moet voldoen en de wijze waarop en de plaats waar hij zijn wapen(s) en munitie dient te bewaren zijn vastgelegd in landelijke regelgeving gebaseerd op de Wet wapens en munitie. De afwegingen die ten grondslag liggen aan deze regelgeving (en dus ook die met betrekking tot het bewaren van een wapen) worden gemaakt door de centrale overheid. De gemeente heeft daarin geen rol. Uw vraag is weliswaar politiek en maatschappelijk interessant, maar het is bestuurlijk niet relevant wat hierbij de opvattingen van een lokaal college zijn. Bij de beantwoording van uw eerdere vragen over dit onderwerp (onze brief van 23 april 2019) konden wij u voorzien van feiten en cijfers, maar hebben wij ook al aangegeven dat de gemeente bestuurlijk geen betrokkenheid heeft bij de materie.

Vraag 2.

Zou het niet verplicht moeten zijn dat munitie voortaan opgeslagen wordt in wapenkluizen op de schietvereniging en alle verkochte munitie wordt geregistreerd? Ieder wapenvergunninghouder bergt zijn eigen munitie thuis op. Door verenigingen wordt aan schutters munitie verkocht. De schietvereniging is niet verplicht de transactie te registreren, het geen de controle op gebruikte munitie daarom niet of nauwelijks mogelijk maakt. Bij onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek en- Documentatiecentrum (WODC) naar illegale vuurwapens bleek dat, hoewel er bij schietverenigingen nauwelijks sprake is van doorverkoop van vuurwapens aan het illegale circuit, er wel aanwijzingen zijn voor het weglekken van munitie aan leden. Gezien het feit dat het sportschutters niet is toegestaan hun wapens thuis te gebruiken is er geen reden om hen toe te staan de munitie voor hun wapens thuis te bewaren.

Antwoord:

Zie het antwoord bij vraag 1.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester

21 mei 2019

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN PARTIJ VRIJ ALMELO OVER JEUGDHULP

Aan: raadsfractie PVA

t.a.v. de heer de Olde

Behandeld door M. Oosterhof

Geachte heer de Olde,

In uw brief van 31 maart 2019 heeft u vragen gesteld over jeugdhulp. Hieronder beantwoorden wij de door u gestelde vragen.

Vraag 1,

Hoeveel aanbieders zijn er in Almelo voor jeugdhulp?

Antwoord:

Op dit moment zijn er 150 gecontracteerde aanbieders voor een vorm van hulp binnen de jeugdwet.

Vraag 2.

Op welke wijze worden minderjarigen doorverwezen naar hulpverlenende instanties binnen de jeugdzorg?

Antwoord:

Binnen de jeugdwet zijn er diverse wettelijke verwijzers:

. gemeente

. huisarts

. medisch specialist / jeugdarts

. gecertificeerde instellingen

. kinderrechter

Het ligt er aan wie de verwijzer is, om te bepalen hoe de verwijzing tot stand komt.

Hieronder een toelichting per wettelijke verwijzer(s)

– Gemeente / huisarts / medisch specialist of jeugdarts 

Medewerkers van het wijkteam (gemeente), de huisarts, medisch specialist of jeugdarts gaan in een gesprek na wat de beste oplossing is voor de gestelde hulpvraag. Soms hebben ouders / verzorgers / kinderen meer grip op de situatie na een gesprek met de verwijzer. Andere keren is een voorliggende voorziening nodig, zoals bijvoorbeeld een coachingstraject. Als de hulpvraag complexer is, vraagt dit om maatwerk. In dat geval volgt een doorverwijzing naar een aanbieder. Huisartsen verwijzen overwegend door naar de jeugd geestelijke gezondheidszorg (j-ggz) voor diagnose/ consultatie of behandeling.

– Gecertificeerde instellingen

Gecertificeerde instellingen komen in beeld na een uitspraak van de rechter. De gecertificeerde instelling is dan de uitvoerende organisatie van de maatregel (ondertoezichtstelling met of zonder uithuisplaatsing) en mag de wettelijke verwijzer ook aanvullende hulp indiceren. Zoals diagnostiek, behandeling, om er voor te zorgen  dat de ontwikkeling van het kind zo snel mogelijk weer wordt gestimuleerd en de maatregel kan worden opgeheven.

– kinderrechter

Kinderrechters kunnen ter zitting ook aanvullende hulp eisen. Bijvoorbeeld bij een (v)echtscheiding of gedrags problematiek, waarna een verwijzing volgt naar een passende aanbieder.

Vraag 3.

Hoe lang zijn de wachttijden?

Antwoord:

De lengte van de wachttijd hangt sterk af van de zorgaanbieder en/of de verwijzer, maar ook van het soort hulp dat wordt ingezet (voorliggende voorziening of maatwerk). Voor specialistische hulp  gelden over het algemeen langere wachttijden dan voor meer generieke hulp. Als er sprake is van een wachttijd, moet u denken intermen van weken dan wel maanden. Aanbieders hebben vaak op hun eigen website staan hoe lang nieuwe patiënten moeten wachten op zorg.

Vraag 4.

Hoeveel minderjarigen hebben vanaf 2015 aanspraak gemaakt op jeugdzorg?

Antwoord:

Het aantal minderjarigen wat (1x) een vorm van geïndiceerde jeugdhulp heeft gehad sinds 2015, is: 3916. Dit is uitgezonderd de minderjarigen die gebruik maakten van een voorliggende voorziening (kinder-/pubercoach).

Vraag 5.

Hoeveel van hen krijgen hiervoor thuis hulp en hoeveel verblijven er in een instelling?

Antwoord:

Het antwoord hangt sterk samen met het meetmoment en de lengte van de indicatie. Het kind dat in het begin van het kalenderjaar thuis hulp heeft ontvangen en later toch uit huis is geplaatst, telt bijvoorbeeld mee in beide, door u genoemde, categorieën. Ook kan een kind nu tijdelijk uit huis wonen of uit huis geplaatst zijn en over een paar weken niet meer. Er is daarom geen eenduidig antwoord te geven op de door u gestelde vraag.

Vraag 6.

Welke afspraken zijn er binnen de gemeente Almelo gemaakt om de problematiek omtrent de jeugdzorg op te lossen?

Antwoord:

Met u zien wij twee zijden aan de aanpak van problemen in de jeugdzorg. Enerzijds willen wij kinderen in onze gemeente  gezond en positief laten opgroeien. Voor diegene die zorg nodig heeft, is er aanvullende hulp bechikbaar via een voorliggende voorziening of zorgaanbieder. Tegelijk willen wij uitkomen met Rijksmiddelen en zien wij ons gesteld voor het grote vraagstuk wat betreft tekorten. In het eind 2018 vastgestelde Maatregelenplan) BW 6696), waarover we u begin 2019 informeerden, leest u onze aanpak terug. Dan gaat het onder meer om maatregelen die zorgen voor afbuiging van zware zorg naar lichtere vormen van zorg en ondersteuning. Daarnaast willen we de efficiëntie van de uitvoering van de jeugdzorg verhogen, door onder andere aangepaste beleidsregels en verordering en versterking op gebied van contractmanement.

Vraag 7.

Wat is het effect van de lange wachttijd op de problematiek van een minderjarige?

Antwoord:

Het is niet gewenst dat ouders en kinderen te lang moeten wachten om met begeleiding of behandeling te starten. Te lang wachten op passende jeugdhulp kan eern nadelig effect hebben op veiligheid en ontwikkeling van kinderen en jeudigen. Bij urgente gevallen zorgen gemeente en maatschappelijke partners voor een adequate oplossing. Voor minder urgente gevallen geldt dat ouders / verzorgers verantwoordelijk blijven voor de zorg van hun kind. Ook de verantwoordelijke uitvorende partij ziet, mits betrokken, mede toe op de veiligheid van het kind.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo,

de secretaris,                  de burgemeester

11 mei 2019

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN DOOR B&W OVER TEGENGAAN VAN CRIMINALITEIT ONDER JONGEREN

Behandeld door Niels Jong

Aan de Fractievoorzitter van de PVA t.a.v. de heer H. de Olde,

Geachte heer De Olde,

Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen over het tegengaan van criminaliteit onder jongeren die u namens de PVA-fractie aan het college hebt gesteld d.d. 3 april jl.

Vraag 1.

De Partij Vrij Almelo (PVA) vraagt zich af of het college in beeld heeft hoeveel jongeren er in Almelo zijn met deze meervoudige problematiek en of deze jongeren een geschikte begeleiding krijgen?

Antwoord:

Ja, ervan uitgaande dat de definitie van meervoudige problematiek het aantal jongeren is dat in beeld is binnen het gedwongen kader (zowel jeugdbescherming als jeugdreclassering) beantwoorden wij deze vraag als volgt: In 2017 waren er 328 jeugdigen (gemiddeld) in beeld binnen het gedwongen kader (jeugdbescherming en jeugdreclassering) In 2018 waren dit 340 jeugdigen (gemiddeld). Als kanttekening moet worden gemaakt dat het niet allemaal jongeren zijn die crimineel gedrag vertonen maar ook te maken kunnen hebben met opvoedingsproblematiek en/of ontwikkelproblematiek. Per jongere wordt integraal bepaald welke vorm van hulp/ondersteuning geschikt/gewenst is. Dat kan zowel in het vrijwillig als het gedwongen kader (zie antwoord vraag 6).

Vraag 2.

Bent u het met ons eens dat het van belang is dat er voor deze jongeren een plek is en dat ze een geschikte behandeling krijgen?

Antwoord:

Ja.

Vraag 3.

Is het u bekend dat er jongeren zijn met een strafblad die iedere keer weer opnieuw boetes krijgen voor nagenoeg dezelfde overtreding zonder dat men zich afvraagt of er niet een betere manier is van optreden?

Antwoord:

Nee, er is sprake van maatwerk in de strafoplegging. Allereerst ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de strafoplegging bij het Openbaar Ministerie. Daarnaast is het al dan niet opleggen van een boete afhankelijk van een aantal factoren. Enerzijds is het afhankelijk van het voorziene effect op de jongere. Voor een aantal jongeren geldt dat hulp of ondersteuning geen gewenst effect hebben, dus zullen ze voor iedere overtreding gestraft worden. Voor andere jongeren geldt dat een taakstraf stimuleert om te stoppen met een overtreding of criminele activiteit dus zal dat worden toegepast. Een andere mogelijkheid is dat jongeren zorg of ondersteuning nodig hebben om overtredingen of criminele activiteiten te staken. In de meeste gevallen wordt per overtreding de afweging gemaakt welke maatregel het meeste effect zal hebben (zie vraag 6 voor het afwegingskader). Anderzijds kunnen bepaalde overtredingen impact hebben op de leefbaarheid in een straat of buurt, waardoor eerder een keuze wordt gemaakt om een boete op te leggen om ervoor te zorgen dat de overtredingen worden gestaakt.

Vraag 4.

Bent u op de hoogte van het feit dat er in Almelo een grote groep kwetsbare jongeren is die vaak ten prooi vallen aan de echte criminelen?

Antwoord:

Nee, er zijn ons geen signalen bekend dat Almelose jongeren vaak ten prooi vallen aan criminelen. Wel zijn er in Almelo kwetsbare jongeren die mogelijk gemakkelijk te beïnvloeden zijn door criminelen. Dat betekent dat jongerenwerkers, wijkagenten, jeugdagenten, wijkcoaches etc. alert moeten zijn op deze signalen. Op het moment dat ze zorgen hebben over een jongere kunnen ze hem of haar inbrengen bij het Jeugd Wijk Overleg (JWO). Op het moment dat een jongere in beeld is kan passende zorg of ondersteuning worden gezocht (zie vraag 6 voor de mogelijkheden).

Vraag 5.

Bent u op de hoogte dat er in Almelo een grote groep jongeren is die kampen met gedragsstoornissen en psychische problemen hebben en die dreigen buiten de boot te vallen?

Antwoord:

Nee, zowel in het vrijwillige als het bovengenoemde gedwongen kader is er een aanbod voor hulp en ondersteuning, dus voor alle jongeren geldt dat ze niet buiten de boot hoeven te vallen (zie antwoord vraag 6).

Vraag 6.

Weet het college dat op grond van bovenstaande gegevens er voor jonge criminelen die herhaaldelijk in de fout gaan (met onmetelijk veel schade voor de samenleving) er voor deze groep geen sluitende aanpak is?

Antwoord:

Nee, dit is niet aan de orde. Voor de aanpak van criminele (of overlastgevende en/of zorgbehoevende) jongeren is er in Almelo een sluitende aanpak in de vorm van het CZAV-opschalingsmodel. CZAV staat voor de Coördinatie van Zorg, Armoedeproblematiek en Veiligheid. Uitgangspunt is zelfredzaamheid van de jongere, eventueel met ondersteuning vanuit een vrijwillig kader, bijvoorbeeld door een wijkcoach. Op het moment dat ondersteuning vanuit een vrijwillig kader geen effect heeft en er toch zorgen zijn over een onveilige opgroeisituatie of risico’s op mogelijke criminaliteit en/of verslavingsproblematiek kan worden opgeschaald naar een gedwongen kader. Dat kan naar het Justitieel Overleg Risicojongeren (JOR) als er sprake is van strafbare feiten voor de afstemming tussen zorg en strafrecht, of de beschermingstafel voor afstemming met de Raad voor de Kinderbescherming als ingang naar civielrechtelijke maatregelen. Voor beiden geldt dat onder regie van een procesmanager een plan van aanpak wordt opgesteld voor de betreffende jongere, waarbij wordt gekeken naar geschikte hulp of ondersteuning vanuit de zorg of strafrechtelijke maatregelen. Als er sprake is van een direct risico op een calamiteit of openbare orde en veiligheid kan direct worden opgeschaald en wordt onder regie van een procesmanager een plan van aanpak opgesteld, mogelijk in samenwerking met het Veiligheidshuis Twente (VHT).

Vraag 7.

We horen vaak dat reguliere aanpak voor deze extreme doelgroep niet het gewenste effect heeft, wat gebeurt er op dat moment als reguliere hulpverlening stopt?

Antwoord:

Op het moment dat maatregelen in het vrijwillige kader geen gewenst effect heeft wordt opgeschaald naar het gedwongen kader. In het JOR of op de beschermingstafel wordt per casus een plan van aanpak opgesteld, waarbij onder andere de afweging wordt gemaakt of gedwongen zorg of het strafrecht wordt ingezet.

Vraag 8.

Heeft de gemeente Almelo overzicht hoeveel (aantal) jongeren geen werk hebben i.v.m. voornoemde problematiek, en geen enkele vorm van begeleiding krijgen?

Antwoord:

Ja, er zijn in Almelo 329 jongeren tussen de 18 en 23 jaar zonder startkwalificatie (minimaal een diploma op Havo-, VWO- of MBO 2-niveau). Van deze jongeren hebben 201 jongeren inkomsten uit arbeid. Anderen combineren inkomsten uit arbeid met een (WW- of Participatiewet-)uitkering of zijn volledig afhankelijk van een uitkering. In totaal zijn er 53 jongeren die geen inkomen hebben. Deze jongeren zijn allemaal in beeld bij de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (RMC). De werkwijze van de RMC is om met jongeren in gesprek te gaan om ze te stimuleren om alsnog een diploma te halen. Het komt soms voor dat jongeren ondersteuning van de RMC weigeren, dit is bij 3 jongeren het geval. Als er signalen zijn dat er sprake is van criminaliteit, dan schaalt de RMC op naar procesmanagement (zie het antwoord onder vraag 6).

Vraag 9.

Is er in Almelo een potje/fonds waaruit professionele hulp vergoed kan worden, inzake de extreem moeilijke doelgroep die geen hulp ontvangen alsnog te benaderen en hulp kan worden geboden om ze weer toekomstperspectief te bieden?

Antwoord:

Ja. Allereerst is er geen extreem moeilijke doelgroep waarvoor we geen hulp kunnen inzetten. We hebben de hulpverlening op orde; alle nodige vormen van hulp en ondersteuning zijn ingekocht, dus hulp wordt gefinancierd vanuit de reguliere budgetten. In situaties die vast (dreigen te) lopen kan de z.g. doorbraakmethode worden ingezet. In dat geval kan het maatwerkbudget worden ingezet om de doorbraak te realiseren.

Vraag 10.

Heeft de gemeente Almelo op dit moment behoefte aan een instantie die mogelijk wel in de gelegenheid is deze problematiek aan te pakken, bij jongeren waar geen contact meer mee is en geen hulp en begeleiding meer hebben?

Antwoord:

Nee, via de reguliere zorg- en opschalingsstructuur kunnen alle vormen van hulp en begeleiding worden aangeboden, zowel in het vrijwillige als het gedwongen kader. De gemeente Almelo heeft deze zorg ingekocht en met de aanbieders contracten afgesloten. In uitzonderlijke gevallen kan, onder regie van het procesmanagement, alternatieve hulp/begeleiding worden ingezet, wanneer de situatie erom vraagt. Deze hulp of ondersteuning moet voldoen aan de benodigde kwaliteitsnormen.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

2 mei 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN COLLEGE VAN B&W ALMELO. BETREFT: JURIDISCHE PROCEDURES

Geacht college,

De Partij Vrij Almelo (PVA) wil graag weten wat de kosten zijn van juridische procedures en op welke manier het college aan de gemeenteraad verantwoording kan afleggen over het gevoerde juridisch beleid. Dit met het oog op de nieuwe omgevingswet. Door de vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, duren procedures niet onnodig lang.

De schriftelijke vragen:

1. Kunt u een overzicht geven van de door de gemeente gevoerde juridische procedures waarbij gebruik is gemaakt van de diensten van een externe advocaat in de periode 1 mei 2016 – 1 mei 2019?

2. Kunt u in dat overzicht aangeven voor zover de procedures tot uitspraken hebben geleid of op een andere manier zijn beëindigd, of de gemeente de zaak gewonnen of verloren heeft of geen van beiden en welke (financiële) consequenties dit heeft of heeft gehad voor de gemeente of een project?

3. Kunt u daarnaast voor deze procedures aangeven hoeveel geld deze procedures aan advocaatkosten hebben gekost?

4. Is hierbij steeds van hetzelfde advocatenkantoor of van een aantal kantoren gebruik gemaakt?

5. Is er een contract met dit kantoor of deze kantoren en op welke manier wordt beoordeeld of de geleverde prestaties goed zijn? Zijn er bijvoorbeeld afspraken (targets) over het aantal te winnen zaken als percentage van het totale aantal zaken of van het tevoren als ‘te winnen’ ingeschatte deel van de procedures?

6. Indien er sprake is van een contract wordt dan alleen betaald voor gedeclareerde uren of is sprake van een vast (basis)bedrag tot welk het dus niet uitmaakt of er wel of niet geprocedeerd wordt?

7. Kunt u een overzicht geven van de in dezelfde periode door of namens de gemeente gevoerde juridische procedures waarbij gebruik werd gemaakt van vertegenwoordigers in (vaste) dienst van de gemeente, bijvoorbeeld juridische medewerkers van diensten en afdelingen?

8. Kunt u van deze procedures eveneens aangeven wat het resultaat is (geweest), welke (financiële) consequenties dit had en hoeveel geld het procederen gekost heeft, kijkend naar uren en eventuele (externe) juridische adviezen?

9. Kunt u voor alle gevoerde juridische procedures aangeven of de betrokken (gemeente)advocaat of jurist tevoren had ingeschat dat de procedure door de gemeente zou worden gewonnen?

10. Is het college bereid om jaarlijks een overzicht te geven van gewonnen en verloren (of geen van beiden) zaken en de met advocaten afgesproken doelen (targets) en zo nee, bent u dan bereid op een andere manier verantwoording af te leggen over dit aspect van het gemeentelijke beleid?

11. Kunt u ons aangeven hoe vaak er wettelijke termijnen zijn overschreden o.a. inzake bezwaarschriften en waarbij de partij die het bezwaar heeft ingediend dan een bedrag uitgekeerd heeft gekregen?

12. Hoeveel arbeidstijd is er door de ambtenaar en juridisch beleidsmedewerkers aan procedures besteed en wat heeft dat gekost?

13. Steeds meer burgers hebben het gevoel dat hun gemeente met twee maten meet. Zou het dan niet een hoop geld schelen Indien er op een menselijke wijze wordt overlegd en de regels soepeler worden toegepast?

Wij kijken met belangstelling uit naar beantwoording van bovenstaande (schriftelijke) vragen.

Namens de fractie Partij Vrij Almelo (PVA),

Harry de Olde (fractievoorzitter)

25 april 2019

Beantwoording raadsvragen Partij Vrij Almelo over schuldhulpverlening

De gemeente Almelo kent veel inwoners met een laag inkomen. Een aantal mensen kampt met risicovolle schulden doordat zij veelal de controle kwijt zijn geraakt over het financiële overzicht. Er bestaat ook een groep mensen wiens persoonlijke beperkingen het niet toelaten dat zij hun financiën zelf kunnen beheren.

Deze groepen mensen kunnen dan zgn. beschermingsbewind aanvragen waarbij een bewindvoerder ( aangewezen door de Kantonrechter) de financiën voor hen gaat beheren en  tevens het aanspreekpunt kan zijn bij eventuele schulden.

Aan de raadsfractie PVA T.a.v. dhr. De Olde

Behandeld door R. Leverink-Borkent.

Geachte heer De Olde,

Op 1 april 2019 stuurde u schriftelijke vragen. Hieronder beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1.

Heeft de gemeente Almelo inzage in het aantal mensen dat in Almelo onder beschermingsbewind staat ?

Antwoord:

Voor het deel van de mensen dat hiervoor bijzondere bijstand ontvangt hebben wij hier inzicht in. Het gaat om 998 unieke cliënten bij 126 bewindvoerders (aantallen februari 2019).

Vraag 2.

Hoeveel commerciële instellingen telt de gemeente Almelo die als bewindvoerder optreden voor deze kwetsbare groep mensen?

Antwoord:

Zoals aangegeven hebben wij geen overzicht van het totale aantal commerciële bewindvoerders maar wel gegevens van de mensen die via bijzondere bijstand gebruik maken van bewindvoering. Zie het antwoord op vraag 1. Bewindvoering is geen taak van de gemeente en mensen kunnen zelf een bewindvoerder kiezen.

Vraag 3.

Worden de kosten die in rekening worden gebracht door deze commerciële instellingen vergoed (indien nodig) door de bijzondere bijstand en hoeveel bedragen deze?

Antwoord:

Wanneer mensen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor bewindvoering dan worden deze kosten vergoed. Voor bewindvoering gelden in Nederland “eenheidstarieven” die voor elke bewindvoerder gelden. Deze tarieven worden bepaald door het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK). Eenvoudige bewinden dragen de lasten van ingewikkelde bewinden: voor alle werkzaamheden kan geen extra bijdrage worden gevraagd. Het tarief gaat uit van een vaste gemiddelde tijdsbesteding en all-in uurprijs voor verschillende klantcontexten (1/2 persoons, met/zonder schulden, opstarttarieven e.d.). Tarief bewindvoering 2019: – standaard beloning (17 uur) 1.132 p.j. – beloning in bewind met schulden (22 uur) 1.464 p.j. Het uursalaris bedraagt in 2019 € 66,50 per uur. In de jaren 2014-2018 was het uurtarief zo’n € 65 per uur (voor het eerst in 2019 “geïndexeerd”).

Vraag 4.

Is er een stijgende lijn waarneembaar in de kosten die bewindvoerders in rekening brengen?

Antwoord:

De kosten die bewindvoerders in rekening brengen zijn conform de geldende eenheidstarieven.

Vraag 5.

Stijgt het aantal inwoners dat een beroep doet op beschermingsbewind?

Antwoord:

Er is een stijgende lijn zichtbaar in het aantal mensen dat in bewindvoering zit en hier bijzondere bijstand voor krijgt en dus ook de kosten die hiermee verbonden zijn. In 2015 kregen zo’n 690 mensen bijzondere bijstand voor bewindvoering en dat steeg tot 998 mensen begin 2019. De kosten stegen in die jaren van ongeveer € 730.000,- tot ongeveer € 1.300.000,-.

Vraag 6.

Heeft de gemeente Almelo een zorgplicht ten aanzien van haar kwetsbare burgers?

Antwoord:

Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) hebben gemeenten de plicht om inwoners met schulden te helpen.

Vraag 7. Welke hulp biedt de gemeente Almelo momenteel aan deze kwetsbare groep burgers?

Antwoord:

Via De Toegang bieden schuldenspecialisten in samenwerking met (professionele / vrijwilligers) organisaties in het schuldhulpverleningsveld (genaamd SUS: Samen Uit de Schulden) hulp aan mensen met financiële problemen en / of schulden. De Toegang is de brede toegang tot ondersteuning op alle leefgebieden. Het gaat daarbij dus niet alleen om “geïndiceerde” dienstverlening die nu via Werkplein, Wmo-loket, Sociale wijkteams, Cimot, Stadsbank, e.a. ontsloten wordt. Het gaat ook om toegang naar algemeen toegankelijke ondersteuning zoals maatschappelijk werk, welzijn en informele zorg en om ondersteuning die door anderen wordt geboden zoals huisartsen, wijkverpleging en zorgkantoor. In twee pilotwijken wordt geëxperimenteerd met deze nieuwe manier van werken. De SUS samenwerking bestaat uit de beide woningbouwcorporaties Beter Wonen en St. Joseph, de KRA, de Thuisadministratie, Schuldhulpmaatje, de Stadsbank en de schuldenspecialisten van De Toegang. Daarnaast wordt gestart met het project Vroeg Eropaf. Met deze aanpak willen we samen met de betrokken partijen problematische schulden, afsluitingen en uithuiszetting voorkomen. Kerndoelstelling is herstel van tijdige en regelmatige betaling van vaste lasten, zoals huur, energie, water en ziektekostenverzekering. Uiteindelijk beogen we een duurzame zelfredzaamheid van de betreffende huishoudens te realiseren. We borgen het project in De Toegang en werken regionaal samen.

Vraag 8.

Is het mogelijk dat de gemeente zelf een project gelijkend op beschermingsbewind op kan starten, in navolging van andere gemeentes zoals Tilburg, Deventer, Groningen?

Antwoord:

Dat kan een mogelijkheid zijn. We onderzoeken of een vorm van meer gemeentelijke regie op bewindvoering.

Vraag 9.

Beschikt de gemeente Almelo over de expertise om deze mensen te helpen zoals voorgesteld in vraag 8?

Antwoord:

De gemeente Almelo is nu niet voldoende toegerust op uitvoering van bewindvoering. Afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning zal worden bepaald hoe dit in te richten.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

25 april 2019

Beantwoording schriftelijke vragen aan college B&W over vuurwapens.

Er zijn meer illegale vuurwapens in omloop in Nederland en het is makkelijker om eraan te komen, stellen deskundigen van zowel het Arnhemse onderzoeksbureau Beke als het landelijke Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Uit cijfers blijkt dat in het oosten van Nederland en in enkele delen van Noord-Brabant gemiddeld de meeste wapens in omloop zijn. Wapens zijn ook goedkoper geworden. De politie neemt in Nederland wekelijks zo’n tweehonderd vuurwapens in beslag.

Behandeld door G.B.M. Peterman.

Geachte heer De Olde,

Bij brief van 11 februari jl., heeft u vragen gesteld over vuurwapens. Met deze brief beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1.

Is het bekend bij de politie wie in Almelo een vuurwapen gebruikt en/of een vergunning bezit?

Antwoord:

Bij de politie is bekend wie er legaal een vuurwapen gebruikt en daarvoor vergunning heeft. Dit zijn voornamelijk vergunninghouders die de schietsport beoefenen en jachtaktehouders.

Vraag 2.

Is hier frequent controle op?

Antwoord:

Diegene die vergunning heeft voor de schietsport of een jachtakte heeft wordt eens in de 3 jaar gecontroleerd door de politie. Vergunninghouders jonger dan 25 jaar worden elk jaar gecontroleerd.

Vraag 3.

Welke rol speelt de burgemeester van Almelo (eventueel via de Veiligheidsregio) hierbij, of welke rol kan of wil hij spelen?

Antwoord:

De burgemeester speelt hierin geen rol.

Vraag 4.

Is er beleid bij de politie ten aanzien van meldingen van bedreiging en stalking door mensen met een wapenvergunning?

Antwoord:

Het opsporings- en vervolgingsbeleid ten aanzien van strafbare feiten ligt bij politie en Openbaar Ministerie.

Vraag 5.

Kan het college om te beginnen ons vertellen hoe de procedure voor het aanvragen van een wapenvergunning verloopt? Waar moet een persoon aan voldoen en wat zijn de specifieke eisen om in aanmerking te komen voor een wapenvergunning?

Antwoord:

Personen kunnen een vergunning bij het Team Korpscheftaken Eenheid Oost Nederland (bijzondere wetten) aanvragen, indien zij: – tenminste 18 jaar oud zijn; – een jaar lang lid zijn van een schietvereniging; – minimaal 18 schietbeurten hebben; – geen gevaar voor de openbare orde en veiligheid kunnen vormen; – geen aanleiding geven tot vrees voor misbruik; – de medische geschiktheid en vaardigheid hebben om met wapens om te gaan. Tijdens de aanvraag vindt er een kort gesprek met de aanvrager plaats om een eerste indruk te krijgen van de aanvrager. Indien aan de bovengestelde eisen is voldaan, wordt de aanvraag in behandeling genomen. Hier worden de aanvragers tot 8 jaar terug gescreend. Ook wordt tijdens deze screening gekeken of er op het adres van de aanvrager personen wonen die een belemmering (kunnen) vormen voor het verlenen van het verlof i.v.m. gevaar voor de openbare orde en veiligheid c.q. vrees voor misbruik. De screening vindt plaats op strafbare feiten en ook op de psychische gesteldheid van de aanvrager. Vervolgens wordt een afspraak gemaakt voor een intakegesprek bij de aanvrager thuis en voor een kluiscontrole. Tijdens het intakegesprek wordt beoordeeld of er mogelijk redenen aanwezig zijn tot vrees voor misbruik van vuurwapens. Er vindt ook een kluiscontrole plaats om te kijken of de wapens en munitie veilig worden opgeborgen en opgeslagen volgens de veiligheidsvoorschriften. Indien er nog twijfels zijn omtrent de psychische gesteldheid van de aanvrager kan het team Korpscheftaken van de politie, van de aanvrager een verklaring van de arts vragen of het verantwoord is of betrokkene gaat beschikken over vuurwapens. Als er na dit alles geen bezwaren zijn om de vergunning te verlenen, wordt de vergunning verleend. Voor jachtaktehouders gelden ongeveer dezelfde regels, alleen nog wat nader toegespitst op de jacht.

Vraag 6.

Hoe ziet een screeningsprocedure voor schietvereniging eruit bij het aannemen van leden voor de schietvereniging? Waar letten zij op bij het aannemen van personen die schietlessen willen nemen en eventueel voor een wapenvergunning gaan?

Antwoord:

De vereniging ziet er op toe dat alvorens een lidmaatschap aan een toekomstig lid van de vereniging wordt verleend: – een recente verklaring omtrent het gedrag door het lid is overgelegd; – de motieven voor het lidmaatschap van het lid zijn getoetst; – er voor zover de toetsing hiervan binnen de mogelijkheden van de vereniging ligt, van het lid geen psychische omstandigheden bekend zijn die het adequaat beoefenen van de schietsport in de weg kunnen staan en het lid niet verkeert in criminele kringen. De vereniging draagt er zorg voor dat het gebruik van wapens waarvoor vergunning is verleend, alleen is toegestaan conform de (wedstrijd)reglementen van de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA).

Vraag 7:

Kan het college ons vertellen of er ook sprake is van wederkerende psychologische evaluatie van diegenen die in het bezit zijn van een wapenvergunning?

Antwoord:

Volgens de politie is er geen sprake van een periodieke psychologische screening. Indien er signalen bij de politie binnenkomen dat sprake is van een psychische indicatie acteert de politie op dat moment.

Vraag 8.

Hoeveel personen in Almelo bezitten een wapenvergunning en een vuurwapen?

Antwoord:

In de gemeente Almelo hebben 104 personen een verlof tot voorhanden hebben van vuurwapens voor de schietsport en 80 personen hebben een jachtakte.

Vraag 9.

Hoeveel personen met een wapenvergunning hebben een strafbaar feit gepleegd de afgelopen vijf jaren? Is bij deze personen de wapenvergunning definitief ingetrokken?

Antwoord:

Het is ons niet bekend hoeveel wapenvergunninghouders de laatste 5 jaar een strafbaar feit hebben gepleegd. Als een wapenvergunninghouder een strafbaar feit pleegt, op grond waarvan vrees van misbruik van vuurwapens is te vrezen, dan wordt het verlof ingetrokken. Deze feiten staan genoemd in de Circulaire Wet wapens en munitie 2018. Uit de politiesystemen blijkt dat de laatste 5 jaar van 2 verlofhouders voor de schietsport en 1 jachtaktehouder het verlof is ingetrokken en dat bij 1 jachtaktehouder het verlof is geweigerd. Dit zijn cijfers die betrekking hebben op in Almelo woonachtige personen.

Vraag 10.

Wat is het maximum aantal vuurwapens dat iemand met een wapenvergunning mag bezitten? En wat voor type wapens mag een persoon met wapenvergunning bezitten?

Antwoord:

Sportschutters mogen maximaal 5 vuurwapens bezitten. Jagers maximaal 6 vuurwapens. Sportschutters mogen het eerste verlofjaar 1 vuurwapen voorhanden hebben. Sportschutters mogen alleen vuurwapens voorhanden hebben waarmee ze een tak van schietsport bij een schietvereniging kunnen beoefenen. Jachtaktehouders mogen alleen vuurwapens voorhanden hebben waarmee de jacht kan en mag worden beoefend. Sportschutters en jagers mogen geen automatische wapens voorhanden hebben.

Vraag 11.

Zijn er gevallen bekend van wapenvergunningbezitters met een strafblad of een psychiatrisch verleden?

Antwoord:

Indien iemand een strafblad heeft langer geleden dan 8 jaar is het in principe mogelijk dat men weer een verlof of jachtakte krijgt. Mensen die met een rechterlijke machtiging langer dan 8 jaar geleden zijn opgenomen in een psychiatrische instelling kunnen in principe ook weer een verlof aanvragen. Hoeveel personen met een strafblad buiten de termijn van 8 jaar vallen is ons niet bekend.

Vraag 12:

Kan het college ons vertellen hoeveel gevallen er bekend zijn van illegaal wapenbezit in Almelo? Graag de cijfers die bekend zijn over de afgelopen vijf jaar.

Antwoord:

Wij hebben hier als gemeente geen cijfers van.

Vraag 13:

De Nationale politie maakt zich ernstige zorgen over het aantal vuurwapens dat in omloop is. Deelt u deze zorgen ook?

Antwoord:

Deze zorg delen wij.

Vraag 14:

Hoeveel vuurwapens zijn er in 2017 in beslag genomen?

Antwoord:

Wij hebben hier als gemeente geen cijfers van. Het in beslag nemen van vuurwapens gebeurt overigens vaak in combinatie met andere delicten. Vuurwapenincidenten op zich worden niet (landelijk) geregistreerd.

Vraag 15:

Op welke wijze kunt u bij recidiverende criminelen via huisbezoek controleren op de aanwezigheid van wapens of munitie?

Antwoord:

De politie treedt op als er concrete informatie is over de aanwezigheid van een wapen. Daarnaast is er een speciaal team bij de landelijke eenheid van politie dat zich puur en alleen bezighoudt met de opsporing van wapens. Ook wordt onderzoek gedaan naar wapenhandel via het dark web.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

10 april 2019

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN OVER SANERING ASBESTDAKEN

Aan: fractie PVA t.n.v. heer De Olde. Behandeld door P.F. Reinerink

Geachte heer De Olde,

In uw brief van 9 maart 2019 heeft u ons vragen gesteld over de sanering van asbestdaken binnen de gemeente Almelo. Met deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen.

Vraag 1.

Bent u op de hoogte dat huizenbezitters met asbest in hun dak in financiële problemen dreigen te komen omdat de staatssecretaris geen geld meer beschikbaar wil stellen voor asbestsanering?

Antwoord:

Het Rijk is bezig met de opzet van een Nationaal Fonds Asbestdaken waarin gelden beschikbaar worden gesteld door het Rijk, Provincies, Gemeenten en banken. Dit fonds zal fungeren als een vangnet voor minder draagkrachtigen (met gunstige leningsvoorwaarden), zodat de financiële situatie van mensen geen belemmering hoeft te zijn voor het saneren van een asbestdak.

Vraag 2.

Hoe vordert de sanering tot op heden? Is er al veelvuldig gebruik gemaakt van de (nog) beschikbaar gestelde hulpmiddelen en de subsidieregeling van het Rijk en/of gemeente/provincie?

Antwoord:

Uitgaande van de provinciale inventarisatie (maart 2018) is er nu voor ongeveer 23% van het totaal aanwezige asbestdakoppervlak in Almelo een melding voor verwijdering ingediend. Van de beschikbaar gestelde hulpmiddelen en het gratis storten voor particulieren met een dak kleiner dan 35m² wordt goed gebruik gemaakt.

Vraag 3.

Kunt u zeggen hoeveel asbestdaken er op dit moment nog in Almelo aanwezig zijn die voor verwijdering in aanmerking komen?

Antwoord:

Uit de inventarisatie blijken de volgende aantallen met asbestdaken in de gemeenten aanwezig : – industrieterreinen, 48 panden; – landelijk gebied, 460 panden; – stedelijk gebied, 3.068 panden. De totale oppervlakte van alle daken bedraagt 229.400 m².

Vraag 4.

Als deze informatie niet beschikbaar is, zou u dan op korte termijn een onderzoek naar deze gegevens willen instellen? En zo niet waarom niet?

Antwoord:

Zie beantwoording bij bovenstaande vraag.

Vraag 5.

Ons beeld is, dat het probleem zo groot is, dat er sneller gesaneerd moet worden dan in het huidige tempo om de doelstelling van 2024 te halen. Is dat beeld correct? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet.

Antwoord:

Eind 2024 moet er in Nederland zo’n 80 miljoen m² asbestdaken gesaneerd zijn waarvan er zo’n 10 miljoen m² zich in de provincie Overijssel bevindt. Een probleem dat zich hierbij voordoet is dat er op dit moment onvoldoende gekwalificeerd personeel is dat voor de sanering kan worden ingezet. Men probeert dit via twee sporen op te lossen, namelijk door: – landelijk de certificaten voor saneerders (met name buitensaneerders) te versimpelen; – regionaal actief doelgroepen te benaderen voor scholing tot asbestsaneerder.

Vraag 6.

Is het college van plan om binnen Almelo het verwijderen van asbestdaken bij de eigenaren (nog meer) onder de aandacht te brengen? Zo ja, hoe gaat u dit aanpakken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Bij ons besluit d.d. 21 november 2017 was een plan van aanpak bijgevoegd waarin is aangegeven hoe we communiceren richting eigenaren van asbestdaken. Deze aanpak geldt nog steeds. Verder is op 2 april jl. de Asbestdakenkaart Overijssel openbaar geworden. Hierop kan iedereen zien waar er zich in de provincie Overijssel asbestdaken bevinden. Ook bevat de betreffende website allerlei praktische informatie om eigenaren te faciliteren omtrent asbestsanering.

Vraag 7.

Heeft de gemeente Almelo ook een informatieplicht ten opzichte van huiseigenaren hoe men asbest kan herkennen?

Antwoord:

De gemeente heeft hierin geen actieve informatieplicht. Dit is een verantwoording van dakeigenaren zelf.

Vraag 8.

Bent u het met ons eens dat woningbezitters met een kleine beurs steeds meer in de financiële problemen komen in verband met het verduurzamen van hun woning terwijl de subsidieregeling asbestdaken ook nog weg valt?

Antwoord:

Zoals gemeld in het antwoord op uw eerste vraag, is er een Nationaal Fonds Asbestdaken in voorbereiding, juist bedoeld voor minder draagkrachtigen. De provincie Overijssel wil daar bij aansluiten. Ook gemeenten kunnen hierbij aansluiten door een bijdrage in het fonds te storten. Wij overwegen momenteel om deel te nemen aan deze fondsvorming. Door verdubbeling c.q. verdriedubbeling van de gemeentelijke bijdrage door de provincie, Rijksoverheid en banken kent het fonds een substantieel multipliereffect (naar verwachting 16x). Dat helpt inwoners met een kleine beurs om voor 2024 te investeren in de sanering van asbestdaken. Over een eventuele Almelose bijdrage aan het genoemde fonds zal te zijner tijd separate besluitvorming plaatsvinden.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester

5 april 2019

CRIMINALITEIT ONDER JONGEREN TEGENGAAN

Almelo 3 april 2019

Geacht college,

Het is geen geheim dat er veel jongeren zijn waar geen kruid tegen is gewassen. Kenmerken van deze zogenaamde harde kern zijn: stelen, dealen, liegen en intimideren. Mag je hen zonder meer uitsluiten van noodzakelijke hulp?  Nee. Je moet namelijk eerst aantonen dat alle andere maatregelen niet hebben geholpen.

Het jongerenprobleem heeft namelijk te maken met verslaving, met schulden, met opvoedingsproblemen van kinds af aan, met opgroeien in probleemgezinnen, met huisvesting, ja zelfs met ontwikkelingsstoornissen. Veel ontspoorde jongeren komen mede door ontwikkelingsstoornissen keer op keer in de gevangenis.

Omdat ze crimineel en ziek zijn. Ons punt is: heb meer oog voor de reële problemen van deze jongeren en heb vooral meer oog voor de maatschappelijke consequenties. De problemen zijn zo divers, dat alleen maatwerk soelaas zal bieden.

Omdat we nu zelf diverse probleemjongeren gesproken hebben en we nogal geschrokken zijn van het feit dat deze jongeren geen werk hebben, en ook geen hulp of begeleiding meer ontvangen zien wij ons genoodzaakt tot het stellen van onderstaande vragen:

Vraag 1.

De Partij Vrij Almelo vraagt zich af of het college in beeld heeft hoeveel jongeren er in Almelo zijn met deze meervoudige problematiek en of deze jongeren een geschikte begeleiding krijgen?

Vraag 2.

Bent u het met ons eens dat het van belang is dat er voor deze jongeren een plek is en dat ze een geschikte behandeling krijgen?

Vraag 3.

Is het u bekend dat er jongeren zijn met een strafblad die iedere keer weer opnieuw boetes krijgen voor nagenoeg dezelfde overtreding zonder dat men zich afvraagt  of er niet een betere manier is van optreden?

Vraag 4.

Bent u op de hoogte van het feit dat er in Almelo een grote groep kwetsbare jongeren is die vaak ten prooi vallen aan de echte criminelen?

Vraag 5.

Bent u op de hoogte dat er in Almelo een grote groep jongeren is die kampen met gedragsstoornissen en psychische problemen hebben en die dreigen buiten de boot te vallen?

Vraag 6.

Weet het college dat op grond van bovenstaande gegevens er voor jonge criminelen die herhaaldelijk in de fout gaan (met onmetelijk veel schade voor de samenleving) er voor deze groep geen sluitende aanpak is?

Vraag 7.

We horen vaak dat reguliere aanpak voor deze extreme doelgroep niet het gewenste effect heeft, wat gebeurt er op dat moment als reguliere hulpverlening stopt?

Vraag 8.

Heeft de gemeente Almelo overzicht hoeveel (aantal) jongeren geen werk hebben i.v.m. voornoemde problematiek, en geen enkele vorm van begeleiding krijgen?

Vraag 9.

Is er in Almelo een potje/fonds waaruit professionele hulp vergoed kan worden, inzake de extreem moeilijke doelgroep die geen hulp ontvangen alsnog te benaderen en hulp kan worden geboden om ze weer toekomstperspectief te bieden?

Vraag 10.

Heeft de gemeente Almelo op dit moment behoefte aan een instantie die mogelijk wel in de gelegenheid is deze problematiek aan te pakken, bij jongeren waar geen contact meer mee is en geen hulp en begeleiding meer hebben?

Zou u zo vriendelijk willen zijn deze vragen te beantwoorden?

Met vriendelijke groet,

Namens Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde (fractievoorzitter)

3 april 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN OVER SCHULDHULPVERLENING

Almelo, 1 April 2019

Geacht college,

De gemeente Almelo kent veel inwoners met een laag inkomen. Een aantal mensen kampt met risicovolle schulden doordat zij veelal de controle kwijt zijn geraakt over het financiële overzicht. Er bestaat ook een groep mensen wiens persoonlijke beperkingen het niet toelaten dat zij hun financiën zelf kunnen beheren.

Deze groepen mensen kunnen dan zgn. beschermingsbewind aanvragen waarbij een bewindvoerder ( aangewezen door de Kantonrechter) de financiën voor hen gaat beheren en  tevens het aanspreekpunt kan zijn bij eventuele schulden.

Wij hebben de volgende vragen:

Vraag 1.

Heeft de gemeente Almelo inzage in het aantal mensen dat in Almelo onder beschermingsbewind staan ?

Vraag 2.

Hoeveel commerciële instellingen telt de gemeente Almelo die als bewindvoerder optreden voor deze kwetsbare groep mensen ?

Vraag 3.

Worden de kosten die in rekening worden gebracht door deze commerciële instellingen vergoedt ( indien nodig) door de bijzondere bijstand en hoeveel bedragen deze ?

Vraag 4.

Is er een stijgende lijn waarneembaar in de kosten die bewindvoerders in rekening brengen ?

Vraag 5.

Stijgt het aantal inwoners dat een beroep doet op beschermingsbewind ?

Vraag 6.

Heeft de gemeente Almelo een zorgplicht ten aanzien van haar kwetsbare burgers ?

Vraag 7.

Welke hulp biedt de gemeente Almelo momenteel aan deze kwetsbare groep burgers ?

Vraag 8.

Is het mogelijk dat de gemeente zelf een project gelijkend op beschermingsbewind op kan starten, in navolging van andere gemeentes zoals Tilburg, Deventer, Groningen ?

Vraag 9.

Beschikt de gemeente Almelo over de expertise om deze mensen te helpen zoals voorgesteld in vraag 8?

Wij zien de antwoorden met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groet,

Namens de PVA fractie,

Harry de Olde

1 april 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN OVER JEUGDZORG

Almelo 31 maart 2019

Geacht college,

Signalen dat kinderen moeten wachten op jeugdhulp, waren voor het ministerie van VWS aanleiding om het Nederlands Jeugdinstituut te vragen in een beperkt aantal gemeenten onderzoek te doen naar wachttijden en wachtlijsten in de jeugdhulp. De nadruk bestaat vanuit de Jeugdwet op passende en volledige hulp.

Door de jeugdzorg te verdelen naar verschillende hulpverleners ontstaan er wel meer mogelijkheden om te sturen op een betere aansluiting tussen vraag en aanbod.

Wij hebben de volgende vragen:

Vraag 1.

Hoeveel aanbieders zijn er in Almelo voor jeugdhulp?

Vraag 2.

Op welke wijze worden minderjarigen doorverwezen naar hulpverlenende instanties binnen de Jeugdzorg ?

Vraag 3.

Hoe lang zijn de wachttijden?

Vraag 4.

Hoeveel minderjarigen hebben vanaf 2015 aanspraak gemaakt op Jeugdzorg?

Vraag 5.

Hoeveel van hen krijgen hiervoor thuis hulp en hoeveel verblijven er in een instelling?

Vraag 6.

Welke afspraken zijn er binnen de gemeente Almelo gemaakt om de problematiek omtrent de Jeugdzorg op te lossen?

Vraag 7.

Wat is het effect van de lange wachttijd op de problematiek van een minderjarige?

Met vriendelijke groet, namens de PVA fractie

Harry de Olde  (fractievoorzitter)

20 maart 2019

WIJZIGING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG

Stadhuis Almelo

Raadsvergadering 19 maart 2019.

Het college stelt voor  om als onderdeel van de herprioriteringen binnen het minimabeleid de individuele inkomenstoeslag te verlagen en de referteperiode te verlengen. Daarmee wordt een drempel, om werk te aanvaarden door uitkeringsgerechtigden, verminderd.

Daarnaast wordt voorgesteld de individuele studietoeslag juist te verhogen om daarmee het studeren van jongeren met arbeidsbeperkingen beter te ondersteunen. Zij kunnen daardoor in de toekomst beter in hun eigen onderhoud voorzien.

Voorzitter,

De Gemeente Almelo hanteert al een aantal jaren een zgn. individuele inkomenstoeslag voor mensen die langdurig in een WWB situatie verkeren. Eerder heette dit Witgoedtoeslag, daarna Langdurigheidstoeslag en tegenwoordig Individuele Inkomenstoeslag. De naam is al een aantal keren veranderd maar de hoogte van de toeslag niet. Middels een krantenartikel heeft de verantwoordelijke wethouder burgers geïnformeerd dat deze toeslag drastisch wordt verlaagd.

Wij vragen ons af of het college wel weet dat een deel van de mensen die in een WWB situatie verkeren hier niet bewust voor kiest. Dan moet u denken aan 50 plussers zonder arbeidsperspectief, chronisch zieken of allenstaande ouders. Zou u ons willen vertellen  hoe men de voorgestelde hoogte van de toeslag bepaald? Is er enig onderzoek aan vooraf gegaan hoe deze toeslag wordt besteedt door mensen die het ontvangen?

Het college stelt voor dat indien de toeslag niet voldoende is om mensen uit de financiële problemen te helpen er dan aanspraak kan worden gemaakt op de Bijzondere Bijstand. Die bestaat immers toch al en elke aanvraag wordt getoetst op meerdere criteria voor toelating. Worden deze criteria dan veranderd en zijn er dan niet meer manuren mee gemoeid om deze aanvragen te behandelen?

De gestelde besparing dient ten gunste te komen van een verhoging van een individuele studietoeslag voor ondermeer mensen in een WAJONG situatie. Sinds de invoering van de Participatiewet is de Gemeente Almelo zelf verantwoordelijk voor het zoeken van een passende baan voor deze groep, dus vanwaar deze extra individuele toeslag die men vanuit de Wajong situatie zelf voor een studie moet aanvragen ? Er bestaan ook tal van studiemogelijkheden die door het UWV worden aangeboden (omscholing voor krapteberoepen) en Het Twents Fonds voor Vakmanschap (omscholing ook voor krapteberoepen tot niveau 4).

Denkt het college nu echt dat de huidige hoogte en de aanvraagduur van de individuele inkomenstoeslag een aanzuigende werking heeft op het aanvragen van een WWB uitkering ?

Denkt het college echt dat door versobering van deze toeslag dat mensen gemotiveerd raken om een betaalde aanstelling te zoeken ?

Mensen in een WWB situatie kunnen naast de individuele inkomenstoeslag ook aanspraak maken op een aantal zaken die in natura worden betaald door bijvoorbeeld Almelo Doet Mee ( denk hierbij aan contributie voor sportclubs, culturele uitjes en zelfs het bezoek aan Heracles).

Waarom heeft men deze 2 zaken nooit gescheiden ? Waarom bestaat er een “en/en”situatie en geen “of/of” situatie ?

Mocht er een eventuele “armoedeval”ontstaan door toedoen van deze versobering, heeft het college dan nog andere alternatieven dan enkel Bijzondere Bijstand ?

Dank u

17 maart 2019

INDIVIDUELE INKOMSTENTOESLAG

Geachte heer de Olde,

Op 21 januari 2019 stelde u negen vragen over de Participatiewet. In deze brief beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1.

Is men van mening dat een WWB uitkering een luxe is en dat mensen met zo’n uitkering te lui en ongemotiveerd zijn om een betaalde betrekking te zoeken?

Antwoord:

Nee, wij zien een uitkering op grond van de Participatiewet als een voorziening waar alleen inwoners die het echt nodig hebben, in principe tijdelijk, gebruik van kunnen maken.

Reactie op de door B&W beantwoorde schriftelijke vragen op 12 maart 2019 

Beste Harry,

Wethouder Arjen Maathuis (VVD) slaat weer compleet de plank mis door de zwaksten in de samenleving te benadelen door de zgn. individuele inkomstentoeslag te versoberen. Nog steeds denkt hij dat er heel veel mensen vrijwillig gebruik maken van het vangnet dat WWB heet. Door deze toeslag te versoberen denkt hij echt dat mensen gemotiveerd raken om een betaalde baan te gaan zoeken.

Waarschijnlijk heeft hij niet door dat een groot deel van de mensen met een WWB uitkering weinig kansen hebben op de huidige arbeidsmarkt denk hierbij aan chronisch zieken, 50+ leeftijd, alleenstaande ouders of laag opgeleiden. Door deze eenmalige uitkering te verlagen kunnen mensen financiele problemen krijgen, het is natuurlijk niet de bedoeling om de zwaksten in onze samenleving te straffen.

Compleet onlogisch om deze groep een beroep te laten doen op gemeentelijke hulp zoals Speciale Bijstand wanneer het probleem zelf door de Gemeente is veroorzaakt. Wat betreft de individuele studietoeslag, er bestaan opleidingstrajecten binnen het UWV om de specifieke doelgroep te begeleiden en sinds kort bestaat er ook een fonds genaamd Twents Fonds voor Vakmanschap die opleidingen vergoedt.

De visie van wethouder Maathuis omtrent herintreding op de arbeidsmarkt vanuit de WWB situatie is een compleet achterhaalde gedachtegang, op geen enkel onderzoek gestaafd en erger nog stigmatiserend voor een bevolkingsgroep die hier eigenlijk niet voor kiest. Wel moet er de keuze bestaan dat men kan kiezen tussen de Individuele Inkomsten Toeslag of hulp in natura zoals Stichting Almelo doet mee.

Vraag is echter of wethouder Maathuis bekend is met de huidige situatie van de arbeidsmarkt en waarop deze functioneert. Werkgevers profiteren van het ruime aanbod op de arbeidsmarkt waarbij de arbeidskosten minimaal dienen te zijn en waarbij elke vorm van verantwoordelijkheid wordt weggewuifd door constructies toe te voegen in de contracten.

MVG

Ray Joustra

11 maart 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN B&W OVER SANERING ASBESTDAKEN IN ALMELO

9 maart 2019

Geacht college,

De Tweede Kamer heeft op 16 oktober 2018 ingestemd met het asbestdakenverbod. Vanaf 2024 zijn asbestdaken in Nederland verboden. Dit betekent dat eigenaren van gebouwen met asbesthoudende dakbedekking deze voor die tijd moeten verwijderen. Hierbij maakt het niet uit of dit dak in bezit is van een particulier, een bedrijf of de overheid. Ook de toestand van het dak is niet relevant voor het verbod. Daken in heel slechte, verweerde toestand moeten al eerder verwijderd worden. Met het verstrijken van de tijd raakt elk asbestdak op den duur verweerd. Een verweerd asbestdak levert een (dreigend) gevaar op voor de leefomgeving. De Eerste Kamer zal naar verwachting in 2019 het asbestdakenverbod bespreken. Hierna zal het asbestdakenverbod worden afgekondigd in het Staatsblad.

Enkele honderden asbestdaken moeten de komende jaren in Almelo worden gesaneerd. De gemeente heeft in 2018 informatieavonden gehouden en beschermende hulpmiddelen beschikbaar gesteld voor het verwijderen van de aanwezige asbest.

Wij hebben de volgende vragen:

1. Bent u op de hoogte dat huizenbezitters met asbest in hun dak in financiële problemen dreigen te komen omdat de staatssecretaris geen geld meer beschikbaar wil stellen voor asbestsanering?

2. Hoe vordert de sanering tot op heden? Is er al veelvuldig gebruik gemaakt van de (nog) beschikbaar gestelde hulpmiddelen en de subsidieregeling van het Rijk en/of gemeente/provincie?

3. Kunt u zeggen hoeveel asbestdaken er op dit moment nog in Almelo aanwezig zijn die voor verwijdering in aanmerking komen?

4. Als deze informatie niet beschikbaar is, zou u dan op korte termijn een onderzoek naar deze gegevens willen instellen? En zo niet waarom niet?

5. Ons beeld is, dat het probleem zo groot is, dat er sneller gesaneerd moet worden dan in het huidige tempo om de doelstelling van 2024 te halen. Is dat beeld correct? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet?

6. Is het college van plan om binnen Almelo het verwijderen van asbestdaken bij de eigenaren (nog meer) onder de aandacht te brengen? Zo ja, hoe gaat u dit aanpakken? Zo nee, waarom niet?

7. Heeft de gemeente Almelo ook een informatieplicht ten opzichte van huiseigenaren hoe men asbest kan herkennen?

8. Bent u het met ons eens dat woningbezitters met een kleine beurs steeds meer in de financiële problemen komen in verband met het verduurzamen van hun woning terwijl de subsidieregeling asbestdaken ook nog weg valt?

Zou u deze vragen willen beantwoorden?

Met vriendelijke groet,

Namens Partij Vrij Almelo,

Harry de Olde (fractievoorzitter)

15 februari 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN B&W OVER DE PARTICIPATIEWET

Behandeld door S. Beltman

Onderwerp: Schriftelijke vragen over de Participatiewet.

Geachte heer de Olde,

Op 21 januari 2019 stelde u negen vragen over de Participatiewet. In deze brief beantwoorden wij uw vragen.

Vraag 1.

Is men van mening dat een WWB uitkering een luxe is en dat mensen met zo’n uitkering te lui en ongemotiveerd zijn om een betaalde betrekking te zoeken?

Antwoord:

Nee, wij zien een uitkering op grond van de Participatiewet als een voorziening waar alleen inwoners die het echt nodig hebben, in principe tijdelijk, gebruik van kunnen maken.

Vraag 2.

Zijn de medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de Participatiewet wel kundig opgeleid en gespecialiseerd in dit complexe vakgebied?

Antwoord:

Iedere medewerker die een onderdeel van de Participatiewet uitvoert, of het nu gaat om het berekenen van de hoogte van een uitkering, het onderzoeken van fraude of het bemiddelen naar werk, heeft daarvoor een opleiding gevolgd. De kennis wordt op peil gehouden door cursussen, vak-bijeenkomsten en interne themabijeenkomsten.

Vraag 3.

Worden er door de medewerkers voldoende contacten onderhouden met bedrijven en wordt er daadwerkelijk acquisitie gepleegd of werkt men simpelweg UWV bestanden af?

Antwoord:

Wij houden intensief contact met bedrijven. Op het Werkplein is daarvoor een zogenaamd Werkgeversservicepunt ingericht. Daarin wordt samengewerkt door de accountmanagers van het UWV en de verschillende gemeenten. Contact met bedrijven is er niet alleen voor en bij het plaatsen van kandidaten maar ook nadien in zogenaamde nazorgtrajecten.

Vraag 4.

Is het gebruikelijk dat kandidaten jarenlang in de “wacht” worden gezet zonder enig initiatief vanuit het orgaan dat deze mensen moet begeleiden?

Antwoord:

Dat is niet gebruikelijk. Afhankelijk van de afstand tot de arbeidsmarkt krijgt iedere uitkeringsgerechtigde, zo veel als mogelijk is, de bij hem passende begeleiding. Wel is het mogelijk dat een aantal uitkeringsgerechtigden, in de afgelopen periode van laagconjunctuur, niet actief vanuit het Werkplein is benaderd voor begeleiding naar werk, maar alleen vanuit eigen initiatief ondersteuning verkreeg. In veel gevallen verrichten deze mensen vrijwilligerswerk via Avedan of sociale activeringsactiviteiten via Soweco. Voor de zomer zal de raad worden gevraagd het nieuwe uitvoeringsprogramma Participatiewet 2019-2022 vast te stellen. In dit programma zal de inzet van alle Participatie-instrumenten worden gericht op het maximaal aan het werk helpen van bijstandsgerechtigden en ondersteunen van mensen met een arbeidsbeperking. Dit betekent ook een heroverweging van de inzet van huidige instrumenten.

Vraag 5.

Wordt er wel degelijk gekeken naar opleidingsniveau en werkervaring van de kandidaten en dat men hierbij zoekt naar een passende functie?

Antwoord:

Dat is zeker het geval. Dit omdat de kandidaat en ook de samenleving het meest gebaat zijn bij een zo duurzaam mogelijke uitstroom uit de uitkering.

Vrag 6.

Is het gebruikelijk dat er slechts 7 part time medewerkers werkzaam zijn op het complexe gebied van het adequaat plaatsen van mensen met een arbeidshandicap op de arbeidsmarkt en dat de arbeidskosten hiervoor zo hoog zijn?

Antwoord:

Ongeveer 4,45 fte op het Werkplein wordt momenteel speciaal ingezet voor de begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking. De kosten voor de inzet van deze medewerkers wijken niet af van die voor de overige medewerkers bij het Werkplein. Het is echter niet zo dat alleen deze medewerkers zich hier mee bezig houden. Ook via inkoop, van capaciteit en specialisatie, bij externe organisaties worden inwoners met een arbeidshandicap geplaatst en begeleid bij werk.

Vraag 7.

Bestaat er een degelijk plan van aanpak om mensen te begeleiden naar een passende werkplek of gaat men verder met weinig effectieve trajecten zoals “arbeidsactivatie” of “competentie-onderzoeken”?

Antwoord:

Er is sprake van een gestructureerde aanpak, waarin afhankelijk van de mogelijkheden en situatie van de uitkeringsgerechtigde de best passende onderzoeken of activiteiten worden ingezet.

Vraag 8.

Worden mensen vanuit een WWB situatie “gedwongen” om te gaan werken voor bedrijven die momenteel kampen met een personeelstekort maar waar men geen enkele opleiding voor heeft genoten?

Antwoord:

Van dwang is geen sprake. Echter wanneer een uitkeringsgerechtigde geen belemmeringen heeft en er vacatures, die hij aan kan, voorhanden zijn, dan zal hij al de mogelijkheden om aan het werk te gaan moeten benutten. De uitkering is dan immers niet voor hem bedoeld. Doet hij dat niet, dan zal hij op zijn uitkering worden gekort. Dat kan in sommige gevallen worden ervaren als dwang. Hierbij moet echter ook worden bedacht dat het gemakkelijker is vanuit werk de meest passende baan te krijgen dan vanuit een uitkeringssituatie.

Vraag 9.

Is men bereid om vanuit de gemeente Almelo mensen om te scholen voor zogenaamde krapteberoepen?

Antwoord:

Onze inzet is dat wij met het aanbieden van omscholing en cursussen willen investeren in inwoners, voor wie dat de snelste weg naar een duurzame betaalde baan is, wanneer zich nieuwe kansen op de arbeidsmarkt voordoen.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

13 februari 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN COLLEGE B&W OVER VEILIGHEID

Almelo 11 februari 2019

Geacht college,

Er zijn meer illegale vuurwapens in omloop in Nederland en het is makkelijker om eraan te komen, stellen deskundigen van zowel het Arnhemse onderzoeksbureau Beke als het landelijke Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Uit cijfers blijkt dat in het oosten van Nederland en in enkele delen van Noord-Brabant gemiddeld de meeste wapens in omloop zijn. Wapens zijn ook goedkoper geworden. De politie neemt in Nederland wekelijks zo’n tweehonderd vuurwapens in beslag.

In verband met het toenemende aantal schietincidenten hebben wij de volgende vragen:

Vraag 1:

Is het bekend bij de politie wie in Almelo een vuurwapen gebruikt en/of een vergunning bezit?

Vraag 2:

Is hier frequent controle op?

Vraag 3:

Welke rol speelt de burgemeester van Almelo (eventueel via de Veillgheidsregio) hierbij, of welke rol kan of wil hij spelen ?

Vraag 4:

Is er beleid bij de politie ten aanzien van meldingen van bedreiging en stalking door mensen met een wapenvergunning?

Vraag 5:

Kan het college om te beginnen ons vertellen hoe de procedure voor het aanvragen van een wapenvergunning verloopt? Waar moet een persoon aan voldoen en wat zijn de specifieke eisen om in aanmerking te komen voor een wapenvergunning?

Vraag 6:

Hoe ziet een screeningsprocedure voor schietvereniging eruit bij het aannemen van leden voor de schietvereniging? Waar letten zij op bij het aannemen van personen die schietlessen willen nemen en eventueel voor een wapenvergunning gaan?

Vraag 7:

Kan het college ons vertellen of er ook sprake is van wederkerende psychologische evaluatie van diegenen die in het bezit zijn van een wapenvergunning?

Vraag 8:

Hoeveel personen in Almelo bezitten een wapenvergunning en een vuurwapen?

Vraag 9:

Hoeveel personen met een wapenvergunning hebben een strafbaar feit gepleegd de afgelopen vijf jaren? Is bij deze personen de wapenvergunning definitief ingetrokken?

Vraag 10:

Wat is het maximum aantal vuurwapens dat iemand met een wapenvergunning mag bezitten? En wat voor type wapens mag een persoon met wapenvergunning bezitten?

Vraag 11:

Zijn er gevallen bekend van wapenvergunning bezitters met een strafblad of een psychiatrisch verleden?

Vraag 12:

Kan het college ons vertellen hoeveel gevallen er bekend zijn van illegaal wapenbezit in Almelo? Graag de cijfers die bekend zijn over de afgelopen vijf jaar.

Vraag 13:

De Nationale politie maakt zich ernstige zorgen over het aantal vuurwapens dat in omloop is. Deelt u deze zorgen ook?

Vraag 14:

Hoeveel vuurwapens zijn er in 2017 in beslag genomen?

Vraag 15:

Op welke wijze kunt u bij recidiverende criminelen via huisbezoek controleren op de aanwezigheid van wapens of munitie?

Graag zouden wij deze vragen beantwoord willen zien.

Met vriendelijke groeten,

Fractie Partij Vrij Almelo (PVA)

12 februari 2019

ZEER ACTUELE VRAGEN OVER BOUW/RENOVATIE OUDE STADHUIS

Oude stadhuis gemeente Almelo

De mondelinge vragen die de Partij Vrij Almelo tijdens het vragenhalfuurtje op dinsdagavond 12 februari 2019 wilde stellen is door de vice-voorzitter van de Raad afgewezen omdat deze vragen niet actueel zouden zijn. Wij zijn het daar niet mee eens en hebben een ambtenaar bereid gevonden deze vragen alsnog te beantwoorden.

Oud- wethouder Johan Andela was begin 2016 heel trots op het nieuwe stadhuis, waarvan hij de bouw grotendeels voorbereidde en begeleidde. Maar Andela vertelde er bij dat het oude gebouw wat hem betreft geen dag leeg mocht staan nadat de gemeente verhuisde naar het nieuwe onderkomen op 30 maart 2015. Tot op de dag van vandaag staat het gebouw er verlaten bij. Hadden we toen maar direct de knoop doorgehakt want dan had er nu een prachtig TMZ gebouw gestaan voor mensen die hulpbehoevend zijn en graag in de binnenstad willen wonen.

Vragen mondeling beantwoord op 14 februari 2019

Vraag 1.

We leven nu in 2019, waarom is er nog steeds niet begonnen met de nieuwbouw?

Antwoord:

Omdat de voorbereidingen tot herontwikkeling nu in een vergevorderd stadium zijn zal medio maart voor geïnteresseerden en raadsleden een informatieavond worden gehouden.

Vraag 2.

Is het oude stadhuis nog steeds in eigendom van de gemeente?

Antwoord:

Ja, het bestemmingsplan loopt tot medio september waarna de verkoop een feit is en met de bouw kan worden begonnen.

Vraag 3.

Heeft de asbest problematiek iets te maken met de late ontwikkeling van het oude stadhuis?

Antwoord:

Nee, uit het asbestinventarisatierapport blijkt op welke plekken in een gebouw asbesthoudende materialen zitten. Bepaalde asbestverdachte materialen zijn algemeen bekend en worden vaak snel herkend.

Vraag 4.

Is het asbestonderzoek uitgevoerd door een gecertificeerd asbestinventarisatiebureau?

Antwoord:

Dat is de vraag. Soms zitten de materialen op onverwachte plaatsen of kan alleen een deskundige ze herkennen. Soms worden ze pas zichtbaar tijdens destructief onderzoek of tijdens de renovatie.

Vraag 5.

Zo niet, wie draait er dan op voor de meerkosten van de omvangrijke asbestverontreiniging, die geraamd is op zeven ton?

Antwoord:

De koper heeft een verklaring ondertekent dat hij/zij de meerkosten voor zijn rekening neemt.

Reactie PVA:

De aanwezigheid van asbest levert bij verkoop van een gebouw niet altijd een gebrek op in de zin van de wet. In oudere gebouwen zijn vaak veel asbesthoudende materialen gebruikt. Daarop dient een koper bedacht te zijn. Hoe gevaarlijk dit in een concreet geval is, hangt af van de gebruikte asbesthoudende materialen en de manier waarop deze materialen verwerkt zijn. Met name zogenaamde niet hecht-gebonden asbest (asbest waarvan de vezels gemakkelijk kunnen loslaten) kan gevaar opleveren voor de gezondheid.

Om aanspraak te maken op ontbinding van de koopovereenkomst of op schadevergoeding, moet de koper een beroep doen op ‘non-conformiteit’. Hierbij is onder meer van belang:

  • wat partijen in de koopovereenkomst zijn overeengekomen;
  • welke informatie de verkoper heeft verstrekt;
  • of de koper voldaan heeft aan zijn zogenaamde onderzoeksplicht

(Koper bekend met asbest in het gebouw; verkoper toch aansprakelijk voor schade).

Vraag 6.

Wat zijn tot nu toe de gemeentelijke kosten in verband met de lange leegstand?

Antwoord:

De kosten zijn voor rekening van de koper.

Vraag 7.

Is op dit moment al bekend wanneer nu eindelijk wordt begonnen met de bouw?

Antwoord:

Als alles volgens plan verloopt zal medio oktober met de bouw worden begonnen.

Partij Vrij Almelo (PVA)

ASBESTPROBLEEM EN VERVUILDE ONDERGROND OVERSCHADUWT OUDE STADHUIS

TriviumMeulenbeltZorg (TMZ) had er 1,2 miljoen euro voor over om het huidige stadhuis, als het vrijgekomen is, te slopen en er een nieuw woon-zorgcomplex te bouwen. Het bod van de twee andere geïnteresseerden, Stad en Ommeland en Coöperatie hergebruik Gebouwen, waren met 525.000 respectievelijk 500.000 euro beduidend lager. Drie maatschappijen hadden plannen ingediend voor de herontwikkeling van de huidige stadhuislocatie met zowel sloop als ook hergebruik. Deze drie partijen zijn Stad en Ommeland.

 

Coöperatie Hergebruik Gebouwen en de Ontwikkelingscombinatie Almelo /Trivium Meulenbelt Zorg (TMZ). De plannen werden op 28 mei 2014 via een politiek beraad toegelicht. Dat politieke beraad heeft geleid tot een bredere verkenning van de vraagstukken ten aanzien van de ingediende plannen waar de kwaliteit van het betreffende gebouw zeker een hoofdrol speelde. Met de kwaliteit van een pand wordt gedoeld op de technische staat en de uitstraling van het pand. De technische staat kan een knelpunt vormen voor hergebruik door de verouderde indeling en/of aankleding of een slechte staat van onderhoud. Niet alle soorten panden zijn geschikt voor omvorming. Redenen hiervoor zitten niet alleen in regelgeving maar met name in praktische zaken.

 

Grote gebouwen (vaak van na de jaren zeventig) zijn moeilijker om te vormen tot woningen omdat het wenselijk is dat de kamers een raam hebben. Ook het plaatsen van natte cellen en keukenvoorzieningen is niet altijd mogelijk of zeer kostbaar. Er moet in een gebouw ook ruimte zijn voor bekabeling van de woningen of om bijvoorbeeld een separaat verwarmingssysteem per woning aan te leggen. Tot slot is in veel verouderde panden asbest verwerkt, hetgeen ook een groot (financieel) knelpunt kan vormen bij hergebruik of herbestemming. Sowieso gaat de asbestsaneritng de gemeente (heel veel) extra geld kosten. Verder is mogelijk sprake van een vervuilde ondergrond bij het oude stadhuis. Eerder stond op deze plek namelijk de fabriek van Palthe.

 

De prachtige bijdrage van TMZ overtuigde de Partij Vrij Almelo (PVA) om het oude stadhuis te slopen en op die plaats een wooncomplex te bouwen voor mensen met een lichamelijke beperking. Zodat mensen met een rolstoel gebruik kunnen maken van alle faciliteiten die Almelo te bieden heeft. Eenvoudig naar het centrum van de stad kunnen gaan. Bijvoorbeeld de bibliotheek, markt en mooie terrasjes binnen handbereik. Zo komen de rolstoel gebruikers uit hun isolement. Het mocht echter niet baten want met meerderheid stemde de raad voor behoud van het oude stadhuis. De gewoonte van vroeger om te veel erfgoed te slopen, lijkt nu plaats te gaan maken om te veel te laten staan. Het is alsof alles maar moet worden behouden, ook als het de moeite niet waard is.

 

Door te lang treuzelen werd uiteindelijk een mooi TMZ- plan om zeep geholpen en tekende wethouder Irene ten Seldam (de huidige vice-voorzitter) het contract waarin is vastgelegd dat er 116 appartementen komen in het oude stadhuis van Almelo. Daarmee is de herontwikkeling definitief. Die wordt gedaan door Leverink + Assen uit Hengelo, samen met BPD Ontwikkeling in Amersfoort. De stemverhouding was 29 voor en 5 tegen.

 

Alleen de VVD en Partij Vrij Almelo (PVA) stemden tegen.

 

 

21 januari 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN B&W OVER DE UITVOERING VAN DE PARTICIPATIEWET

Geacht college,

De VVD fractie kondigde onlangs aan dat men een strak beleid zou hanteren op het gebied van het Sociaal Domein. Hierin werd onder andere gesteld dat het ambtelijke apparaat zou worden herzien  en dat men het aantal inwoners met een WWB-uitkering drastisch wou verminderen.

Op 23 oktober 2018 heeft de Partij Vrij Almelo al een aantal vragen gesteld aan het College met betrekking tot de Participatiewet maar gezien de huidige ontwikkelingen rijzen er nog meer vragen met betrekking tot dit onderwerp.

Wij hebben de volgende vragen:

  1. Is men van mening dat een WWB uitkering een luxe is en dat mensen met zo’n uitkering te lui en ongemotiveerd zijn om een betaalde betrekking te zoeken ?
  2. Zijn de medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de Participatiewet wel kundig opgeleid en gespecialiseerd in dit complexe vakgebied ?
  3. Worden er door de medewerkers voldoende contacten onderhouden met bedrijven en wordt er daadwerkelijk acquisitie gepleegd of werkt men simpelweg UWV bestanden af ?
  4. Is het gebruikelijk dat kandidaten jarenlang in de “wacht” worden gezet zonder enig initiatief vanuit het orgaan dat deze mensen moet begeleiden ?
  5. Wordt er wel degelijk gekeken naar opleidingsniveau en werkervaring van de kandidaten en dat men hierbij zoekt naar een passende functie ?
  6. Is het gebruikelijk dat er slechts 7 part time medewerkers werkzaam zijn op het complexe gebied van het adequaat plaatsen van mensen met een arbeidshandicap op de arbeidsmarkt en dat de arbeidskosten hiervoor zo hoog zijn ?
  7. Bestaat er een degelijk plan van aanpak om mensen te begeleiden naar een passende werkplek of gaat men verder met weinig effectieve trajecten zoals “arbeidsactivatie” of “competentie-onderzoeken” ?
  8. Worden mensen vanuit een WWB situatie “ gedwongen” om te gaan werken voor bedrijven die momenteel kampen met een personeelstekort maar waar men geen enkele opleiding voor heeft genoten ?
  9. Is men bereid om vanuit de gemeente Almelo mensen om te scholen voor zogenaamde krapteberoepen ?

Zou u deze vragen kunnen beantwoorden?

Met vriendelijke groet,

Namens fractie Partij Vrij Almelo (PVA)

Harry de Olde (fractievoorzitter)

16 januari 2019

INTERPELLATIEDEBAT (RAADSVERGADERING 15-01-2019)

Met meerderheid van stemmen werd gisteravond besloten dat het interpellatiedebat door zou gaan die de linkse broeders hadden aangevraagd (Leefbaar Almelo, GroenLinks, PvdA en SP) vanwege de bezuiniging op het sociale domein. Uiteindelijk leverde het debat (dat doorging tot in de late uurtjes) weinig op. PvdA-er de Vries deed het woord en verkondigde dat zij het absoluut niet eens zijn met de extra bezuinigingsmaatregelen die het college wil doorvoeren in de zorg en participatie. Waar hij dan wel op zou willen bezuinigen maakte hij niet duidelijk waarop een medebroeder (leefbaar) begon over bezuinigen op veiligheid en onderhoud van wegen.

Dat er bezuinigd zou worden dat was bekend en ook was bekend dat dat bereikt moest gaan worden met een andere manier van werken, de transformatie. In de eerste twee jaar werd er door het Rijk nog fasegewijs bezuinigd en de gemeenten hadden het nog heel druk met het organiseren en implementeren van de nieuwe taken. Niet met een nieuwe werkwijze. In 2017 ging een aantal gemeenten van start met datgene wat ze hadden opgeschreven in hun beleidsplannen sociaal domein: Bij de beoordeling van een ondersteuningsvraag dient eerst te worden gekeken naar de eigen kracht van de aanvrager, dan naar het sociale netwerk, vervolgens of welzijnsvoorzieningen een oplossing kunnen bieden en pas in laatste instantie zouden de dure en specialistische individuele voorzieningen worden verstrekt. In de praktijk werden echter nog veel individuele voorzieningen verstrekt en wisten zowel beleidsmakers als consulenten niet goed hoe ze zouden moeten omgaan met welzijnsvoorzieningen als alternatief voor individuele voorzieningen.

Nu is dan toch de grote klap gekomen. De bezuinigingen worden nu volgens afspraak helemaal doorgevoerd en het Rijk houdt de hand op de knip, al zijn er hier en daar nog wat compensatie- en innovatiefondsen beschikbaar. Daarnaast moet de hulp en ondersteuning aan onze kwetsbare burgers op peil blijven. Meer voor minder is het devies. Een linkse broeder (SP) hekelde de miljarden euro’s die bij het Rijk op de plank blijft liggen en waar niets mee wordt gedaan. Uit de coalitieakkoord is gebleken dat de gemeente echt wil gaan werken aan de transformatie-opdracht. De begroting 2019 maakt dat nog eens extra duidelijk. Sailant detail is daarbij dat één partij (SP) van onze linkse broeders voor de begroting stemde.

Een oplossing van de tekorten in het sociale domein zou kunnen zijn dat van criminelen afgepakt geld weer terug in de maatschappij gestort zou moeten worden. Ieder jaar confisqueert de overheid grote sommen geld dat door criminelen is verdiend. Op jaarbasis gaat het in Nederland om zo’n 16 miljard euro. Dat geld is voor negentig procent afkomstig van drugshandel en fraude in de zorg. De overheid kan dergelijke sommen via verschillende kanalen terugvorderen. Met dit geld zou je bij wijze van spreken de problemen in de zorg kunnen oplossen.

Ondanks dat er twijfels zijn ontstaan bij onze partij over de haalbaarheid van de begroting vanwege de sterk stijgende kosten voor jeugdzorg en WMO en daarnaast de onzekerheid over de te ontvangen gelden uit de diverse fondsen, geven wij het het college de voordeel van de twijfel.

Partij Vrij Almelo

12 januari 2019

BEANTWOORDING AANVULLENDE VRAGEN AAN COLLEGE B&W BETREFT DAHLIASTRAAT 9 ALMELO

Behandeld door A.J. Reekers 8 januari 2019

Geachte heer De Olde,

In onze brief met kenmerk UIT- 84520 hebben wij u geantwoord op de door u gestelde vragen over de verkoop van het pand Dahliastraat 9 (Dahliaschool) te Almelo. Naar aanleiding van deze brief zijn er door uw fractie (Hans van der Burg) aanvullende vragen ingediend. Kortheidshalve geven wij hierna de aanvullende vragen weer en de daarop door ons college gegeven antwoorden.

Vraag 1.

Waarom is de Dahliastraat 9 te Almelo niet openbaar verkocht, aangezien er meer belangstelling voor was en er een woonbestemming op komt?

Antwoord:

Zoals in onze eerdere beantwoording al is aangegeven waren er in 2016 al gesprekken gevoerd met de initiatiefnemer en was het destijds gangbaar om bij inititatieven de panden en gronden onderhands te verkopen. Het alsnog in de openbare verkoop brengen in 2018 terwijl de gesprekken over de ontwikkeling gedurende deze tijd hebben plaatsgevonden achten wij onzorgvuldig.

Vraag 2.

In uw tekst staat “wij gaan uit van een openbare verkoop van panden.” Dit pand is niet in de openbare verkoop geweest. Waarom niet?

Antwoord:

Met de start van het nieuwe college gaan wij uit van openbare verkoop. Een aantal panden waarover al langdurige onderhandelingen plaats vinden zullen wij nog afhandelen middels onderhandse verkoop omdat partijen er op mogen vertrouwen dat wij zorgvuldig handelen. Na een periode van meer dan een jaar overleg en afspraken met een partij over deze school achten wij het niet correct om – conform het in 2018 ingezette beleid – deze nu in de openbare verkoop aan te bieden.

Vraag 3.

Waarom geeft de gemeente Almelo hier geen antwoord op. Als dit pand een openbare inschrijving geweest zou zijn, dan zou iedereen op dit pand kunnen reageren? Maar dit is niet gebeurd.

Antwoord:

Zie onze eerdere gegeven antwoorden en aanvullende reacties.

Vraag 4.

Voor de duidelijkheid: Hoes Makelaars heeft het pand dus gekocht voor 200.000 euro?

Antwoord:

De heer B. Haarman van Hoes Makelaars zal het pand aankopen voor een bedrag van € 210.000,–

Vraag 5.

Op welke manier is hij aan het pand gekomen, hoe is hij tot de koop gekomen. Is er afgesproken dat er een woonbestemming op komt?

Antwoord:

Al in 2016 heeft de makelaar zijn interesse getoond voor de aankoop en ontwikkeling van het pand. De verkoopprijs is bepaald op basis van de toekomstige bestemming i.c. wonen in plaats van de nu geldende bestemming. In de koopovereenkomst wordt een bepaling opgenomen dat de levering plaats zal vinden onder de voorwaarde dat er kan worden afgeweken van de bestemming maatschappelijke doeleinden ten faveure van wonen.

Vraag 6.

Hoe kan het zijn dat de een wel voor zo’n lucratieve deal in aanmerking komt, en andere geïnteresseerde kopers niet?

Antwoord:

Zie eerder gegeven antwoorden.

Vraag 7.

Het is niet te vergelijken met het voormalige stadhuis, en al helemaal niet dat er zo’n groot gat tussen de WOZ waarde en de prijs van het pand zit. Normaal gesproken komt het bijna nooit voor dat er in een schoolgebouw een woonbestemming op komt. Dan worden de prijzen heel anders.

Antwoord:

Zoals eerder aangegeven is bij de taxatie door de makelaar uitgegaan van een waardebepaling op basis van de toekomstige functie waarbij er sprake zal zijn van een noodzakelijke forse investering in het gebouw om deze om te zetten naar woningen.

Vraag 8.

Wat worden de huurprijzen van de appartementen? In de raadsbrief staat duidelijk dat het pand 200.000 euro is, en dat het pand bijna verkocht is. Of klopt het niet wat in de raadsbrief staat? Voor de duidelijkheid, achter het pand kan nog zeker geparkeerd worden, en die parkeerplaatsen horen bij de Dahliastraat 9

Antwoord:

De huurprijzen van de levensloopbestendige woningen liggen dicht bij maar beneden de huurtoeslaggrens van € 710,– per maand. Het gedeelte achter het schoolgebouw zal worden betrokken bij de woningen en als tuin worden ingericht t.b.v. de toekomstige bewoners. Aan de voorzijde van het pand zal – mede op verzoek van de buurtbewoners – het aantal parkeerplaatsen op kosten van de initiatiefnemers worden uitgebreid. Hiermee wordt voldaan aan de gewenste parkeercapaciteit.

Vraag 9.

Waarom zijn er niet meerdere taxaties uitgevoerd?

Antwoord: Omdat er sprake was van een niet complexe situatie en ter voorkoming van meerkosten is er gekozen voor het uitvoeren van 1 taxatie.

Vraag 10

Wie was deze makelaar?

Antwoord: Deze is uitgevoerd door het Team Sanders Makelaars.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester.

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op GeenRedactie Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter