De Nederlandse binnensteden zijn steeds meer op elkaar gaan lijken door de zogenaamde “verblokkering”. Door de opmars van winkelketens als Blokker, Bart Smit, Zeeman en tientallen andere zijn de winkelstraten nog nauwelijks van elkaar te onderscheiden.
Slechts een enkele gespecialiseerde Boetiek, boekhandel of bloemenzaak weet zich nog te handhaven.
Ook zijn winkelketens een directe bedreiging voor de ontwikkeling en de groei van plaatselijke economieën. De omzetten die zij genereren worden dagelijks giraal of per geldtransportbedrijf naar één van hun centrale incassopunten gedirigeerd waardoor dat geld voorgoed verdwijnt uit de regio’s waar de omzetten zijn gemaakt. Als een tornado wordt het contante geld weggezogen uit die gebieden waardoor het voor de plaatselijke middenstand moeilijk, zo niet onmogelijk, wordt om nog enigszins te kunnen profiteren van dat geld.
Het grootschalig zakendoen heeft ertoe geleid dat de één na de andere middenstander zijn winkel heeft moeten sluiten en dat tal van de eens zo levendige en bloeiende winkelstraten door de vele dichtgetimmerde ramen en luiken een doodse en troosteloze indruk maken. De winkelketens hebben de centrums van alle steden doen veranderen in saaie kopieën van elkaar en kom je in iedere stad van het land stad dezelfde winkels tegen.
Door de grootschaligheid van het huidige ondernemerschap en de mogelijkheid om allerlei misleidende constructies te bedenken waardoor het betalen van belasting tot een absoluut minimum kan worden beperkt, wordt de totale economie nog eens extra benadeeld. Het zijn juist dit soort bedrijven en multinationals die op de onlangs uitgelekte lijsten voorkomen van de belastingparadijzen. Het grote geld wordt daar naar toe gesluisd en definitief uit de samenleving onttrokken. Deze bedrijven hebben maar één belang en dat is winst maken. Winst maken om meerwaarde voor zichzelf te creëren en niet om zich te bekommeren om de omgeving.
Daarentegen worden de winsten die gehaald worden uit de omzetten van het midden- en kleinbedrijf voor een groot gedeelte ook weer besteed in dezelfde regio als waar deze zijn gerealiseerd. Een nieuw winkelpand laat je bijvoorbeeld bouwen door de plaatselijke bouwonderneming, een bakkerswinkel bij de plaatselijke interieurbouwer enz. Apparatuur wordt gekocht bij de dichtstbijzijnde handelaar en voor je het weet heb je een bedrijvigheid van jewelste. Het gevolg is dat de gehele regio hiervan mee profiteert en de plaatselijke activiteiten (dus ook arbeidsplaatsen) doen toenemen. Om de economie over de volle breedte opnieuw te laten gedijen zouden we weer moeten terugkeren naar kleinschaligheid en de daarmee gepaard gaande uitbreiding van diversiteit. Omdat het geld zo weer regionaal gaat rouleren zullen de opbrengsten ervan niet naar belastingparadijzen verdwijnen maar aan de gehele regio ten goede komen Dit zal dan weer zorgen voor een gezonde middenstand waarvan de hele maatschappij zal profiteren.
Op lokaal niveau wil de PVA in Almelo verhuurders ertoe bewegen om de verhuurprijzen van winkelpanden meer te laten aansluiten bij de omzet van winkeliers. Ook zou er een verlaging van de premies volksverzekeringen moeten komen. Daarmee wordt niet alleen bereikt dat de totale loonkosten in de kleinere bedrijven wordt gedrukt, maar ook de winst van de zelfstandige ondernemer verbetert.
Voor de economie van Almelo is een kleine middenstand één van de belangrijkste economische overlevingsfactoren. een gezonde middenstad betekend een gezonde stad.
We moeten de overlevingskans van kleine ondernemingen drastisch vergroten.
Partij Vrij Almelo
