
Op donderdag 19 maart 2026 vroeg het kamerlid André Flach (SGP) in een debat over de begroting van SZW aan minister Aartsen van werk en participatie hoe het komt dat steeds meer migranten van niet-Europese afkomst een bijstandsuitkering ontvangen.
Het aantal niet-Europese migranten in de bijstand is aanzienlijk hoger dan dat van autochtonen, met 208.000 niet -Europese migranten tegenover 17.000 uit Europa. Deze groep is oververtegenwoordigd in de bijstand, vaak door een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. De totale instroom in de bijstand overstijgt sinds eind 2023 de uitstroom.
Volgens de minister wordt de hoge afhankelijkheid van bijstand vaak geweten aan beperkte taalvaardigheid, diploma-erkenning en de noodzaak tot inburgering, waardoor de integratie op de arbeidsmarkt langzamer verloopt.
De bijstandsuitkering voor migranten (waaronder statushouders) wordt betaald door de gemeente waar de betrokkene woonachtig is. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet.
Op 1 mei 2026 heeft u schriftelijke vragen gesteld over niet-Europese migranten met een bijstandsuitkering in Almelo.
Reactie college op de (onvolledige) beantwoording van de PVA vragen:
Wij vragen overigens wel af waarom u in uw vragen onderscheid maakt tussen niet-Europese migranten en overige bijstandsgerechtigden en wat de beleidsmatige noodzaak is van deze vragen.
Reactie Partij Vrij Almelo:
De politieke discussie in de Almelose gemeenteraad legde in mei en juni 2026 een fundamenteel conflict bloot over de controlerende taak van raadsleden versus de registratieplicht en privacywetgeving door de gemeente.
De discussie werd specifiek aangezwengeld door schriftelijke vragen van de lokale fractie Partij Vrij Almelo (PVA) (ingediend door raadslid Harry de Olde). Het debat concentreert zich rond drie politieke dynamieken:
1. Inperking van de controlerende raadstaak
De Partij Vrij Almelo reageerde na de formele beantwoording kritisch en stelde dat het college van B&W haar wettelijke inlichtingenplicht (artikel 169 van de Gemeentewet) ontduikt. Omdat het college weigert om data uit te splitsen op basis van niet-Europese afkomst of hiervoor samen te werken met het CBS, vindt de oppositie dat haar controlerende en sturende functie rechtstreeks wordt aangetast. Volgens de PVA maakt het college zich er zo te makkelijk vanaf.
2. De weigering van dataverzameling als politiek statement
Het college van B&W gaf expliciet aan dat zij een gedetailleerder beeld per herkomstgroep “niet noodzakelijk acht”. Dit standpunt weerspiegelt een bredere politieke visie binnen de Almelose coalitie:
- Er wordt gekozen voor een doelgroep-onafhankelijke benadering in de registratie om stigmatisering te voorkomen.
- Men focust op de wettelijke criteria van de Participatiewet (zoals taalniveau en afstand tot de arbeidsmarkt) in plaats van iemands geboorteland.
3. Efficiëntie versus informatiebehoefte
Uit de ambtelijke en politieke reacties in Almelo blijkt een groeiende irritatie over de hoeveelheid en aard van schriftelijke PVA raadsvragen. Het college benadrukte impliciet dat het handmatig uitzoeken of inkopen van CBS-data over herkomst tijd en gemeentelijk geld kost, terwijl deze specifieke data volgens hen zelden leiden tot effectiever lokaal beleid.
De vraagstelling van PVA is noodzakelijk om effectief, datagestuurd beleid te kunnen voeren en de effectiviteit van integratiemaatregelen te meten.
Partij Vrij Almelo


Facebook
Twitter