
Windmolens in het ATT gebied
Terwijl de wereld massaal terugkeert naar kernenergie, zet Almelo mogelijk negen windturbines op de rand van drie gemeenten. Is dat vooruitgang, of kijkt onze regio de verkeerde kant op?
Op 17 juni 2025 keurde de provincie Overijssel twee aanvragen goed: Windpark ATT 1 en Windpark ATT 2. Samen goed voor maximaal negen windturbines, ingediend door de Vereniging Duurzaam ATT, Oosterweilanden B.V. en Pure Energie Ontwikkeling B.V. Van de vijftien aanvragen die binnenkwamen voor dit gebied, bleven deze twee over. De masten worden minimaal tweehonderdvijftig meter hoog. Van vergunning tot bouw duurt het proces naar verwachting vijf tot zes jaar. Voordat het zover is, moeten de initiatiefnemers eerst onderzoek doen naar de gevolgen voor mens, dier en milieu.
Windturbines maken geluid over het hele spectrum, van hoorbare tonen tot laagfrequent geluid. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu erkent zelf: hoe harder het geluid, hoe meer hinder mensen ervaren — en hinder rekent de Wereldgezondheidsorganisatie tot een schadelijk gezondheidseffect. Omwonenden melden slaapverstoring, stress en concentratieproblemen. Daar komt slagschaduw bij: het knipperende schaduweffect van draaiende wieken. Voor gezinnen die straks binnen de grenzen van Almelo, Tubbergen en Twenterand wonen, is dit geen ver-van-mijn- bedshow. Dit is hun achtertuin.
Ook de natuur betaalt mee. In Nederland sterven naar schatting zo’n vijftigduizend vogels per jaar door aanvaringen met windturbine wieken. Onderzoek van Wageningen Universiteit laat zien dat vooral roofvogels en trekvogels slachtoffer worden, en dat kwetsbare soorten als de lepelaar en de grutto in tien jaar tijd tot de helft van hun populatie kunnen verliezen. Voor vleermuizen zijn windturbines inmiddels de grootste doodsoorzaak in ons land. Onderzoekers zien bovendien een forse bijdrage aan de afname van insecten. Het ATT-gebied ligt middenin een kleinschalig agrarisch landschap — precies het soort omgeving waar vogels en vleermuizen foerageren, broeden en overwinteren.
Windturbines zijn niet zo schoon als vaak wordt beweerd. Door wind en regen slijten de wieken, waarbij microplastics en chemische stoffen vrijkomen in bodem en lucht — een proces dat de rijksoverheid zelf laat onderzoeken, juist omdat de effecten nog onvoldoende in kaart zijn gebracht. Daarnaast veranderen negen turbines van tweehonderdvijftig meter hoog het aanzien van het coulisselandschap tussen Almelo, Tubbergen en Twenterand voorgoed. Een gebied met open akkers, houtwallen en beekdalen krijgt straks een industriële horizon die van kilometers ver zichtbaar is.
Terwijl Almelo inzet op windturbines in het ATT gebied, kiest de rest van de wereld in hoog tempo voor kernenergie, en groeit de vraag naar CO2-vrije stroom die dag en nacht beschikbaar is — iets wat windturbines niet kunnen garanderen. Overal in de wereld liggen nieuwbouwplannen voor kerncentrales op tafel, en de vraag naar verrijkt uranium stijgt mee. Deze wereldwijde vraag is heel dichtbij voelbaar: bij Urenco in Almelo. Het bedrijf verrijkt al uranium voor een derde van alle kerncentrales ter wereld, en breidt fors uit. Naast de nieuwe fabriekshal SP5 Hal 8, die medio 2026 klaar moet zijn, kondigde Urenco aan de uitbreiding van zijn verrijkingscapaciteit in Almelo te verdubbelen.
Terwijl de gemeenten negen windturbines plannen, groeit vlak om de hoek een industrie die wereldwijd garant staat voor kernenergie. En hoe zit het dan met veiligheid? Kijk naar Frankrijk. Dat land telt zo’n zesenvijftig kernreactoren, verspreid over achttien centrales, en wekt daarmee ongeveer zeventig procent van zijn elektriciteit op. Toch is Frankrijk al jarenlang het meest bezochte land ter wereld, met meer dan honderd miljoen internationale bezoekers per jaar — onder wie miljoenen Nederlandse vakantiegangers die elke zomer dwars door Frankrijk, of vlak langs Franse kerncentrales rijden. Kernenergie en een veilig, aantrekkelijk vakantieland, of land om in te wonen gaan kennelijk prima samen.
Om verzet tegen de windturbines te temperen, wordt bewoners minimaal vijftig procent. lokaal maatschappelijk eigendom voorgehouden, via coöperaties zoals Almelo Energie. De winst, zo luidt de belofte, vloeit terug naar de inwoners in plaats van naar aandeelhouders. Op papier klinkt dat sympathiek. Maar het verandert niets aan de geluidshinder, de slaapverstoring, de dode vogels en vleermuizen, of het verdwijnen van het landschap. Een aandeel in de opbrengst lost die nadelen niet op — het compenseert ervoor. Critici noemen dit dan ook een moderne vorm van aflaat: je koopt lokale instemming af met een deel van de winst, terwijl de onderliggende schade voor mens, dier en milieu gewoon blijft bestaan. Negen windturbines, jarenlange geluidshinder, duizenden dode vogels en vleermuizen, en een blijvend litteken in het landschap — tegenover een wereld die massaal investeert in kernenergie, en een Urenco-fabriek die letterlijk in onze achtertuin groeit.
Partij Vrij Almelo vindt: voordat de eerste turbine wordt gerealiseerd, verdient Almelo een eerlijk debat over alternatieven zoals kernenergie op lokaal niveau, te realiseren door bijvoorbeeld SMR’s. (Small Modular Reactor). Geen net-congestie, lokaal en gering beslag op ruimte, geen Co2 uitstoot, geen extra sterfte onder vogels en vleermuizen, geen horizonvervuiling, geen gezondheidsklachten voor mensen.
Bernhard Deuss


Facebook
Twitter