
Visie openbare ruimte binnenstad
Voorzitter,
Het standpunt dat hoogbouw en de inrichting van de openbare ruimte rondom torenflats niet passen bij het karakter van de stad, leeft sterk onder een groot deel van de inwoners van Almelo. De discussie over de verandering van de Almelose skyline is de afgelopen tijd flink opgelaaid door een aantal ingrijpende besluiten van de gemeenteraad.
Tegenstanders en critici, zoals de Partij Vrij Almelo, hebben regelmatig felle kritiek geuit op de plannen van de gemeente. Critici vinden dat gigantische woontorens ook nog de laatste resten van wat ooit de authentieke, historische uitstraling van de stad was, aantasten. Er is angst dat het centrum verandert in een generiek en modern gebied waarin beton de overhand krijgt ten koste van openbaar buurtgroen.
Er wordt vaak verwezen naar projecten uit het verleden die zijn mislukt of veel geld hebben gekost, en men is bang dat projecten zoals de Stadskade en ‘Manhattan aan de Aa’ (een geplande woontoren van 70 meter hoog) te grootschalig zijn voor een stad als Almelo.Omdat de gemeente miljoenen investeert in de openbare ruimte rondom deze projecten (zoals zeven miljoen Euro voor de Stadskade en minimaal 28 miljoen Euro voor het gehele centrumgebied), vrezen burgers dat dit ten koste gaat van andere voorzieningen zodat lokale lasten, zoals de OZB, hierdoor gaan stijgen.
Het zogenaamde ravijnjaar (oorspronkelijk geraamd op 2026, maar door extra rijksgelden verschoven naar 2028) dwingt Almelo om fors te bezuinigen op niet-verplichte taken, wat directe gevolgen heeft voor de investeringen en de kosten in de binnenstad. Omdat uitgaven aan het sociaal domein (zoals jeugdzorg en WMO) wettelijk verplicht zijn, moeten gemeenten het gat opvangen binnen het ‘fysieke domein’. Dit betekent dat noodzakelijk onderhoud aan overige infrastructuur moet worden heroverwogen of uitgesteld.
Voor onze binnenstad vertaalt dit zich naar de volgende verschuivingen: De kosten voor het onderhoud van de binnenstad worden direct geraakt. Uitwerkingen daarvan kunnen zijn dat er dan minder vaak wordt schoongemaakt, en groenvoorzieningen in het centrum worden versoberd en minder onderhouden. Het herinrichten, vernieuwen en moderniseren van winkelstraten zal vooruitgeschoven moeten worden. Structurele kosten voor de binnenstedelijke infrastructuur, zoals het herstel van kademuren, bruggen en lokale wegen, komen ook onder druk te staan.
De Partij Vrij Almelo heeft grote bezwaren bij deze stedelijke ontwikkeling: de financiële impact en risico’s enerzijds en de visuele en leefbaarheidsaspecten van hoogbouw anderzijds, en zal daarom tegen het voorstel stemmen.
Harry de Olde
Partij Vrij Almelo


