Klimaat is hot. Niet alleen voor milieuactivisten, maar ook voor investeerders. Smeltende poolkappen en stijgende zeespiegels zorgen voor problemen én voor nieuwe bedrijven die eraan denken te kunnen verdienen. Is dat een verkeerde of juist een goede ontwikkeling?
De historisch lage waterstanden in Europese rivieren zoals de Rijn, die in augustus 2026 een nieuw dieptepunt bereiken, transformeren noodgedwongen in een nieuw en lucratief verdienmodel voor specifieke sectoren. Hoewel de droogte de bredere economie miljarden kost aan vertragingen en misgelopen groei, weten slimme ondernemers en specifieke bedrijfstakken juist fors te profiteren van de waterschaarste.
watertekort vroeger
Het jaar 1976 geldt als het meest extreme recordjaar voor watertekort en droogte in de moderne Nederlandse geschiedenis. Hoewel we droogte tegenwoordig vaak associëren met de huidige klimaatverandering, kwamen intense periodes van waterschaarste vroeger ook al voor. De manier waarop de samenleving hiermee omging en de directe gevolgen ervan waren toen echter heel anders dan nu.



De beruchtste droogteperiodes van vroeger
- 1911: Een extreem hete en droge zomer die leidde tot mislukte oogsten en grote bosbranden.
- 1921: Volgens officiële metingen van het KNMI de droogste zomer van de twintigste eeuw op basis van de totale hoeveelheid neerslag.
- 1959: Een rampzalig jaar voor de landbouw, waarbij met name in Overijssel de haver- en grasoogst volledig mislukten.
- 1976: Het absolute recordjaar qua neerslagtekort. Het watertekort liep destijds op tot een recordhoogte van 361 millimeter.
Wat waren de gevolgen toen?
Vroeger had een watertekort direct ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven en de economie:
- Mislukte oogsten: Akkers droogden volledig uit. Omdat er nog geen geavanceerde beregeningsinstallaties waren zoals nu, leidde dit direct tot voedseltekorten voor vee en slechte oogsten voor de boeren.
- Drinkwaterproblemen: In droge zomers moesten dorpen op de zandgronden (zoals de Veluwe of delen van Brabant) soms met tankwagens van drinkwater worden voorzien omdat lokale waterputten droogvielen.
- Stilvallende scheepvaart: Rivieren zoals de Rijn en de Maas stonden zo laag dat vrachtschepen deels of volledig moesten stoppen met varen.
- Slechte waterkwaliteit: Stilstaand, opgewarmd water zorgde al snel voor massale vissterfte en ziektes in het oppervlaktewater.
Het grote verschil met nu
Het grootste verschil met vroeger is onze infrastructuur en ons waterbeheer. Vroeger was Nederland er puur op ingericht om water zo snel mogelijk naar zee af te voeren om overstromingen te voorkomen. Pas na de crisis van 1976 begon het besef te groeien dat we zoetwater juist moeten vasthouden. Tegenwoordig gebruiken waterschappen stuwen, sluizen en de ‘Ververdringingsreeks’ om het schaarse water slim te verdelen, waardoor we de gevolgen nu beter kunnen opvangen dan decennia geleden.
Nederland heeft officieel een watertekort. Ja, echt. Een land …
Partij Vrij Almelo


Facebook
Twitter