
Almelo, 1 mei 2026
Geacht college,
Op donderdag 19 maart 2026 vroeg het kamerlid André Flach (SGP) in een debat over de begroting van SZW aan minister Aartsen van werk en participatie hoe het komt dat steeds meer migranten van niet-Europese afkomst een bijstandsuitkering ontvangen.
Het aantal niet-Europese migranten in de bijstand is aanzienlijk hoger dan dat van autochtonen, met 208.000 niet -Europese migranten tegenover 17.000 uit Europa. Deze groep is oververtegenwoordigd in de bijstand, vaak door een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. De totale instroom in de bijstand overstijgt sinds eind 2023 de uitstroom.
Volgens de minister wordt de hoge afhankelijkheid van bijstand vaak geweten aan beperkte taalvaardigheid, diploma-erkenning en de noodzaak tot inburgering, waardoor de integratie op de arbeidsmarkt langzamer verloopt.
De bijstandsuitkering voor migranten (waaronder statushouders) wordt betaald door de gemeente waar de betrokkene woonachtig is. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet.
De Partij Vrij Almelo heeft aangaande de specifieke situatie in Almelo hierover enkele vragen:
Vraag 1. Hoeveel inwoners van Almelo ontvangen momenteel een bijstandsuitkering?
Vraag 2. Hoe groot is het aandeel van deze uitkeringsontvangers dat geboren is buiten de Europese Unie?
Vraag 3. Hoe heeft dit zich in de afgelopen 5 jaar ontwikkeld in absolute aantallen en procenten?
Vraag 4. Kan het college een uitsplitsing geven van de non-E.U. bijstandsontvangers naar leeftijdsgroepen in (18-27 jaar, 28 – 45 jaar, 46 – 67 jaar), en dit statistisch relateren en differentiëren in verhouding tot bijstandsontvangers afkomstig uit de E.U. in Almelo?
Vraag 5. Kan bij deze uitsplitsing procentueel en in absolute aantallen de duur en het verloop van bijstandsafhankelijkheid per leeftijdscohort over de afgelopen 5 jaar worden aangegeven?
Vraag 6. Hoe verhoudt de leeftijdsopbouw, de duur en het aantal van de bijstand afhankelijke non-E.U. en E.U. bijstandsontvangers in Almelo zich statistisch tot die in andere Twentse steden zoals Hengelo en Enschede?
Vraag 7. Indien het niet mogelijk is om bovenstaande uitsplitsingen en gegevens te verstrekken, is de wethouder dan bereid om onderzoek te laten uitvoeren naar deze informatie?
Vraag 8. Kunnen in elk geval de wel aanwezige relevante data en statische gegevens ter beschikking worden gesteld, en zo veel mogelijk worden toegesneden op bovenstaande vraagstellingen?
Vraag 9. Indien noodzakelijk is het college bereid om daarbij samen te werken met het CBS of andere relevante instanties om een volledig en gedetailleerd beeld te krijgen van de situatie in Almelo?
De Partij Vrij Almelo ziet de vragen graag beantwoord.
Namens de fractie van Partij Vrij Almelo,
Harry de Olde


Facebook
Twitter