
Veteranen bij de herdenking op 14 augustus 2018 in het Hagenpark. (foto’s Partij Vrij Almelo)
De Indië Herdenking Almelo 2021 gaat niet door. Sinds 1998 herdenken wij jaarlijks bij het Indië Monument in het Hagenpark. We herdenken dan de Almelose militairen die zijn gesneuveld in voormalig Nederlands Indië en
voormalig Nederlands Nieuw Guinea.
Helaas kreeg de wereld te maken met Corona en waren wij genoodzaakt de herdenking vorig jaar anders te organiseren.
Nu zijn wij ondertussen weer een jaar verder en jammer genoeg nog niet verlost van het virus.
Daarom kan evenals vorig jaar de gebruikelijke herdenking, met publiek, helaas weer niet door gaan.


De herdenking:
Jaarlijks worden op 14 augustus in Almelo de gevallenen herdacht die in voormalig Nederlands-Indië en Nieuw- Guinea hebben gevochten en niet terugkeerden.
Nederland wordt bevrijd op 5 mei 1945. Op die datum is er in voormalig Nederlands-Indië echter nog geen bevrijding. De Japanse overheersing van het voormalig Nederlands-Indië drukt in de hierop volgende maanden nog zwaar op alle inwoners van dat land en ver daarbuiten.
De aandacht van de (Nationale) Herdenking op 4 mei gaat vooral uit naar de gevolgen van de oorlog tegen nazi-duitsland. De dag erna is gereserveerd voor de feestelijke viering van de bevrijding van de bezetter.
De geschiedenis van de mensen met een Indische achtergrond is echter zó anders verlopen dat de activiteiten op 4 en 5 mei niet genoeg bij de behoeften van deze groep blijken aan te sluiten.
Pas op 15 augustus 1945 kwam er een einde aan de oorlog in dit gebied door de capitulatie van Japan. Dit betekende echter nog niet dat er sprake kon zijn van een echte bevrijding. Toen Japan zich overgaf, waren er nog geen geallieerde troepen Indië binnengetrokken. De Japanse militairen kregen de opdracht de orde en rust te bewaren totdat de geallieerde troepen de macht konden overnemen.
Maar twee dagen na de capitulatie van Japan op 17 augustus 1945 besloot een invloedrijke groep Indonesiërs onder druk van hun jonge achterban Indonesië onafhankelijk te verklaren. Als gevolg daarvan begonnen de Indonesische strijdgroepen alles in het werk te stellen om wapens van het Japanse leger te bemachtigen om te voor komen dat de Nederlanders hun voormalige machtspositie zouden terugkrijgen.
Nederland weigerde de Indonesische onafhankelijkheid te accepteren en stuurde 100.000 militairen naar Nederlands-Indië om de vooroorlogse verhoudingen te herstellen.
Het begin van de onafhankelijkheidsoorlog was een feit en ging met veel geweld gepaard. Ruim 6.000 Nederlande militairen waaronder ook Almelose militairen zijn in het voormalige Nederlands- Indië of in Nieuw-Guinea gesneuveld.
Deze ingrijpende gebeurtenis wordt elk jaar herdacht in gezelschap van personen met een gedeelde “Indische”achtergrond.
Tot de dag van vandaag is er nog steeds te weinig bekend over de oorlog in voormalig Nederlands-Indië. Velen weten nog steeds niet dat destijds, niet alleen in Europa, maar ook in Azië een verschrikkelijke oorlog woedde, dat daar vele Nederlanders streden voor “Vorst en Vaderland”, dat velen daarvoor hun leven lieten. En tot die dag dragen zij, die dit alles aan den lijve hebben moeten meemaken, dat schrikbeeld en die angsten nog steeds met zich mee.
Tijdens de bijna vier jaar durende militaire aanwezigheid van Nederland in Indonesië lieten circa 5.000 Nederlandse militairen het leven, waarvan ongeveer de helft door gevechtshandelingen en de overigen ten gevolge van ziekten en ongevallen. Onder de Nederlandse en Indisch-Nederlandse burgerbevolking, alsmede onder Molukkers en Chinezen vielen tienduizenden doden door gewelddaden van Indonesische nationalisten. Aan Indonesische zijde vielen door Nederlands militair optreden minimaal circa 97.000 doden, zowel militairen als burgers. Daarnaast vielen nog tienduizenden doden bij gewelddadigheden tussen Indonesiërs onderling.
Partij Vrij Almelo
Tijdelijk?
Het zijn vooral militairen van het voormalige Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) die met hun gezinnen voet op Nederlandse bodem zetten. In totaal reizen in de eerste helft van 1951 ongeveer 12.500 Molukkers (toen nog Ambonezen genoemd) met twaalf grote scheepstransporten vanuit Java naar Nederland. De mannen onder hen hebben -vaak van vader op zoon- het gezag in Nederlands-Indië gediend: de meesten als KNIL-militair, sommigen ook bij de Koninklijke Marine. Zij en hun meereizende gezinsleden weten niet beter dan dat hun verblijf in Nederland tijdelijk is. Maar voor de meesten zou er geen weg terug meer zijn.
